De Franse Gemeenschap erkent het personeelsregister van de steenkoolmijn Bois du Cazier in Marcinelle bij Charleroi als "schat", 69 jaar na de ramp waarbij 262 doden vielen.
69 jaar na mijnramp waarbij 262 doden vielen: Franse Gemeenschap erkent personeelsregister Bois du Cazier als "schat"
Het document, dat puur administratief van aard was, bevat de namen van de 262 slachtoffers, waarvan een meerderheid Italianen. Die namen werden tijdens de reddingsoperaties geleidelijk doorgehaald en in het rood voorzien van de vermelding "overleden".
Op 8 augustus 1956 sloeg het noodlot toe in de steenkoolmijn. Toen brak er brand uit in de mijngangen waarbij 262 mijnwerkers van 12 verschillende nationaliteiten omkwamen. Het ongeval wordt gezien als de grootste industriële ramp in de Belgische geschiedenis. De site van Bois du Cazier is vandaag een museum en staat sinds 2012 op de Werelderfgoedlijst van Unesco.
"Het unieke document, dat een symbool van het collectieve geheugen is geworden, belichaamt zowel het menselijk drama, de realiteit van de naoorlogse arbeidersimmigratie als de eerste tekenen van een Europees bewustzijn op het gebied van veiligheid op het werk", aldus een verklaring van de minister-president van de Franse Gemeenschap.
Naast het register is ook de centrifugaalventilator van Bois du Cazier tot "schat" verheven.

