Naar hoofdinhoud
De begrafenis van slachtoffers van de mijnramp in 1956

Na bijna 67 jaar zijn nog twee slachtoffers geïdentificeerd van grootste mijnramp in Belgische geschiedenis

Twee mijnwerkers die zijn omgekomen bij de mijnramp in de steenkoolmijn Bois du Cazier in 1956 zijn nu bijna 67 jaar later toch nog geïdentificeerd. Dat meldt het Disaster Victim Identification Team (DVI) van de federale gerechtelijke politie. Het gaat om een Belgische en een Italiaanse mijnwerker. Het onderzoek van de andere nog onbekende slachtoffers heeft vooralsnog geen doorbraak opgeleverd.

Pieterjan Huyghebaert
Gepubliceerd:
Bijgewerkt:update:

Op 8 augustus 1956 slaat het noodlot toe in de steenkoolmijn Bois du Cazier in Marcinelle, ten zuiden van Charleroi. Er breekt een brand uit die uiteindelijk aan 262 mensen het leven kost. De helft van hen zijn Italiaanse gastarbeiders. Het is de grootste mijnramp in de Belgische geschiedenis. Er waren maar 13 overlevenden. De mannen die de lichamen moesten zoeken en bergen spraken van "Tutti cadaveri", "allemaal doden".

Voor een tiental slachtoffers waren er indertijd geen nabestaanden in de buurt om hen te herkennen. Ze werden snel begraven, omdat ze er zo erg aan toe waren. Op de 65e verjaardag van de ramp zijn die anonieme slachtoffers opgegraven.

Het is Michele Cicora de zoon van een van hen die na drie jaar druk uitoefenen de opgraving en identificatie in gang kreeg. Hij was amper 4 jaar oud toen zijn 48-jarige vader Francesco om het leven kwam.

Nu twee jaar later heeft het DVI hun werk afgerond. Ze zijn er in geslaagd om 2 van de anonieme lichamen formeel te identificeren met DNA-onderzoek. In de andere gevallen was de identificatie niet doorslaggevend, sloten de DNA-stalen identificatie zelfs uit of was er geen DNA beschikbaar van familieleden om het mee te vergelijken.

Helaas voor initiatiefnemer Michele Cicora was zijn vader niet bij een van de twee geïdentificeerde mijnwerkers. De families van de Belgische mijnwerker Oscar Pellegrims en zijn Italiaanse collega Dante Di Quillo kregen wel het nieuws dat hun familielid formeel is geïdentificeerd. Intussen is de toestemming gevraagd voor een bijkomende opgraving om mogelijk nog andere mijnwerkers te identificeren.

De opgraving op het kerkhof van Marcinelle in 2021

Lakse veiligheid

De mijnramp in Bois Du Cazier is de grootste in de Belgische geschiedenis en een van de grootste ooit in Europa. De ramp had wellicht vermeden kunnen worden, als de veiligheidseisen strenger waren geweest. Nochtans voldeed de mijn aan de toenmalige – erg lakse – Belgische wettelijke voorschriften. Voorschriften die vooral onder druk van de nog jonge Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal werden verstrengd.

De ramp leidde ook tot een verschuiving in de arbeidsmigratie naar België. Ons land had na de Tweede Wereldoorlog een samenwerkingsverdrag afgesloten met Italië om gastarbeiders aan te trekken. Na de mijnramp eiste de regering in Rome betere werkomstandigheden, maar de toenmalige Belgische regering koos liever voor nieuwe samenwerkingsverbanden met andere landen als Spanje en Griekenland, en later ook Marokko en Turkije.

De mijn werd pas eind jaren 60 definitief gesloten. Intussen is de gewezen steenkoolmijn omgebouwd tot herdenkingsplaats en museum.

BEKIJK

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"