Naar hoofdinhoud

Sceptische reacties op taalplan minister Demir: ambitieus, maar wellicht weinig realistisch of maat voor niets

De plannen van Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) om de kennis van het Nederlands op school bij te spijkeren worden onthaald op veel scepticisme, zowel bij politieke oppositie, vakbonden als bij onderwijsspecialisten. Er zijn vragen bij de haalbaarheid, gezien het sowieso al grote lerarentekort. Maar er is ook fundamentele kritiek op de manier waarop Demir het wil aanpakken. 

Rik Arnoudt
Gepubliceerd:
Bijgewerkt:update:

"Nederlands is cruciaal, dus we staan hier onverkort achter", reageert Vlaams Parlementslid Stephanie D'Hose (Open VLD). "De grote vraag is natuurlijk waar je de leerkrachten vindt die deze lessen moeten geven met het huidige tekort. Ruwe schattingen stellen dat we zo'n 2.000 extra leerkrachten moeten vinden." 

D'Hose vindt de plannen van Demir vooral erg vaag. "Zo luid minister Demir is over haar ambities, zo stil is ze over hoe we de mensen vinden die deze ambities moeten waarmaken." 

Waar wil minister Demir de extra mensen halen voor die nieuwe klassen?

Vlaams Parlementslid Kim Buyst (Groen)

Vlaams Belang klinkt iets positiever. "Op het eerste zicht zien we positieve dingen", zegt Vlaams Parlementslid Jan Laeremans. Hij heeft ook wel vragen over de haalbaarheid: "Extra lokalen en extra personeel, waar ga je dat vinden?"

"We kampen met een historisch lerarentekort", stipt ook Vlaams Parlementslid Kim Buyst (Groen) aan. "Waar wil minister Demir de extra mensen halen voor die nieuwe klassen?"

"Zet de prioriteiten nu eindelijk juist: pak het lerarentekort aan, verklein de klassen en spijker Nederlands op maat bij: daar zou ons onderwijs beter van worden", reageert Vlaams Parlementslid Line De Witte (PVDA).

Ook bij de vakbonden zijn er nogal wat bedenkingen. "Wij vinden het superbelangrijk voor de gelijke kansen van elke leerling dat elke leerling voldoende Nederlands kent, maar in combinatie met het lerarentekort vragen wij ons wel af wie die extra uren zal geven", vraagt Nancy Libert van de socialistische vakbond ACOD zich af. 

Vrees voor de lege doos

Naar schatting zouden er 1.000 tot 2.000 extra mensen nodig zijn om het plan van Demir echt te doen slagen. "Een huzarenstukje", zegt ze daarover zelf. Ze rekent ook op logopedisten, taalkundigen, gepensioneerde leerkrachten, vertalers, tolken en zelfs externe organisaties zoals de Taalunie om bij te springen. Er komen ook nieuwe, gratis bijscholingen voor taalexperten en leerkrachten.

Nederlandse les geven aan leerlingen die de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, is wel een specialiteit

Nancy Libert (ACOD)

Jan Laeremans (Vlaams Belang) wil het allemaal, nog wel eens zien. "Als de scholen niemand vinden, zal het niet gebeuren", denkt hij.

"Nederlandse les geven aan leerlingen die de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, is wel een specialiteit", vindt Nancy Libert (ACOD). "Daarvoor heb je echt wel didactische vaardigheden nodig." Libert blijft met grote vragen zitten. "We mogen op een einde van de rit geen lege doos hebben."

"Bijkomende lessen en bijscholingen geven, kan er niet zomaar bovenop", waarschuwt Marianne Coopman van de christelijke onderwijsvakbond COV. "De werkdruk is nu al onmenselijk hoog. Toch moeten ook de profielen die specifiek voor dit plan aangeworven worden uitstekende leraren zijn. Dat is de enige waarborg voor uitstekend onderwijs. Dit kan niet door eender wie opgenomen worden."

Een maat voor niets?

Ook onderwijsspecialisten hebben zo hun bedenkingen. De huidige maatregelen zullen een maat voor niets zijn", denkt Piet Van Avermaet (UGent). "Waar gaan we 1.000 à 2.000 extra leerkrachten halen als er nu al een gigantisch lerarentekort is?" Hij vindt het voorstel van Demir wel heel gemakkelijk klinken. 

De taal van de wiskundeles wordt in de wiskundeles geleerd

Piet Van Avermaet (UGent)

Van Avermaet vindt het niet zo'n goed idee om kinderen met een taalachterstand zomaar uit de klas te halen voor apart taalonderwijs. Hij vindt dat er meer moet worden geïnvesteerd in professionalisering van de leerkrachten in de gewone klas, "zodat kinderen in de reguliere klas Nederlands kunnen leren". "Een extra leerkracht die ondersteunt in de klas is veel beter", zegt hij. "Dan is de contextuele verbinding veel sterker." Om dan nog maar te zwijgen over de stigmatisering van kinderen die uit de klas worden gehaald.

"De taal van de wiskundeles wordt in de wiskundeles geleerd", aldus Van Avermaet. Dat zoiets met een apart taalbad ook mogelijk zou zijn, is volgens hem een foute aanname. "Extra ondersteuning is cruciaal en noodzakelijk, maar het effect is groter als die extra lestijden worden benut door in de klas te ondersteunen."

Een apart taalbad acht hij alleen nuttig bij kinderen die totaal geen Nederlands kennen. "Die kun je niet zomaar bijspijkeren, en dan is het wel goed om die gedurende een bepaalde periode apart te nemen." Maar dat taalbad in afzonderlijke klassen mag ook niet te lang duren, vindt Van Avermaet. Na 4 maanden keren zij volgens hem best terug naar de reguliere klas en kunnen er heen- en terug momenten worden georganiseerd. 

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"