Instapklasjes voor peuters, extra taaluren voor kleuters, aparte taalklassen in de lagere school en het middelbaar: met een hele rist ingrepen probeert de Vlaamse regering de kennis van het Nederlands op school fors bij te spijkeren. Voor Vlaams minister van Onderwijs Demir (N-VA) kan het niet snel genoeg gaan, want "het taalprobleem in ons onderwijs is nog nooit zo groot geweest."
Van extra taaluren tot aparte taalklassen: zo wil Vlaamse regering kennis van Nederlands op school bijspijkeren
Het aantal kinderen dat thuis geen Nederlands spreekt, is volgens minister Demir in de voorbije 10 jaar gestegen van 18 naar 27 procent. "Het taalprobleem in ons onderwijs is nog nooit zo groot geweest", benadrukt ze. "En kinderen die thuis geen Nederlands spreken, hebben slechtere resultaten, zo leren onderzoeken, en hebben 3 keer meer kans op schooluitval."
"Taalachterstand is een last die je een leven lang meesleurt", legt Demir uit. "Hoe sneller we die van de schouders van kinderen halen, hoe sterker ze in de klas en in het leven staan." En dus komt ze met een breed plan, dat start bij de jongste kinderen en doorloopt tot in het middelbaar.
Van peuter tot tiener
Zo wil ze al voor peuters 'instapsprongen' voor Nederlands organiseren, waarbij ze op een speelse manier hun eerste woordjes Nederlands leren. "We willen dat kinderen in de eerste kleuterklas toch al een basiswoordenschat verstaan. Dat zal in de vakantie worden gedaan, een beetje naar het model van de zomerscholen die we nu al kennen." Ook de ouders worden daar zoveel mogelijk bij betrokken. "Zo weten ouders ook wat het schoolse leven inhoudt en wat we van hen verwachten."
Kleuters worden vanaf 2,5 jaar gescreend op eventuele taalachterstand. Mocht die er zijn, krijgen de kinderen tot 3 uur per week extra taalondersteuning in kleine groepjes. Dat kan zelfs verplicht worden om toegelaten te worden tot het volgende leerjaar.
Taalachterstand is een last die je een leven lang meesleurt. Hoe sneller we die van de schouders van kinderen halen, hoe sterker ze in de klas en in het leven staan
Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA)
Vanaf het schooljaar 2026-2027 komen er ook extra 'taalheldklassen' in het lager onderwijs voor anderstalige nieuwkomers. Die aparte taallessen hebben als doel om leerlingen vanaf het tweede leerjaar zo snel mogelijk bij te spijkeren in het Nederlands, zodat ze na 6 weken tot maximum 2 jaar opnieuw kunnen doorstromen naar de gewone lessen. De klassenraad krijgt daar het laatste woord over. De 'taalheldklassen' in de lagere school zullen trouwens netoverschrijdend worden georganiseerd, "want we kunnen dat onmogelijk op elke school doen", zegt Demir. "De koepels zullen daarvoor dus moeten samenwerken." Leerlingen die een kleinere taalachterstand hebben, kunnen ook tot 3 uur extra remediëring per week krijgen, in kleine groepjes. Scholen kunnen zelf kiezen of ze dat binnen de gewone lesuren of erbovenop doen.
Ieder kind "Taalheld": minister Demir wil taalprobleem in onderwijs aanpakken
In het middelbaar kan de klassenraad leerlingen met taalachterstand 3 uur extra Nederlands opleggen. OKAN-klassen worden ook hervormd tot volwaardige taalklassen, om anderstalige nieuwkomers sneller te kunnen laten doorstromen tot de gewone lessen. Ook de B-stroom wordt in die zin hervormd.
Minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit) steunt Demirs plan overigens ook door ook extra te investeren in onderwijsmiddelen voor buitenschoolse opvang, zoals huiswerkbegeleiding, en kinderopvang. "We maken niet enkel werk van duizenden nieuwe, betaalbare plekken in kinderopvang, maar we zorgen er ook voor dat die plekken meer dan ooit echt plekken zijn waar ze Nederlands leren. Bijvoorbeeld door kinderbegeleiders te ondersteunen als echte taalcoaches."
Extra personeel nodig
Een groots plan - goed voor een investering van 400 miljoen euro - en dus ook een hele inspanning voor scholen, die nu al vaak kampen met een lerarentekort. Demir beseft dat en wil daarom liefst vermijden dat leerkrachten uit het gewone lessencircuit worden gehaald om de extra taallessen te geven.
Nochtans zullen er naar schatting 1.000 tot 2.000 extra mensen nodig zijn om het plan echt te doen slagen. "Een huzarenstukje", zegt Demir. Daarom rekent ze ook op logopedisten, taalkundigen, gepensioneerde leerkrachten, vertalers, tolken en zelfs externe organisaties zoals de Taalunie om die lessen te geven. Er komen ook nieuwe, gratis bijscholingen voor taalexperten en leerkrachten.
Over de verantwoordelijkheid van de ouders wordt momenteel nog weinig gezegd in het plan. Maar daar wil Demir vanaf september werk van maken, zegt ze in De Ochtend. Anderstalige ouders zullen in de toekomst ook Nederlands moeten leren, zoniet dreigen ze een deel van het kindergeld te verliezen.



