Een kwart van alle Belgen wordt doorheen de dag blootgesteld aan lawaainiveaus die boven de Europese gezondheidsdrempel liggen. Dat blijkt uit een nieuw Europees rapport. Die geluidsvervuiling komt vooral van het autoverkeer, maar ook van de spoorwegen en de luchtvaart. Al die geluidsoverlast veroorzaakt jaarlijks 1.600 vroegtijdige sterftes in ons land.
Rock-'n'-roll ain't noise pollution, zong AC/DC, maar wat het transport produceert, is dat zeker wél. Voor de derde keer heeft het Europees Milieuagentschap (EEA) in kaart gebracht hoeveel lawaai de Europeanen daarvan te verwerken krijgen.
Uit die cijfers blijkt dat er dagelijks 2,9 miljoen Belgen, of een kwart van de bevolking, blootgesteld worden aan lawaainiveaus die het EEA ongezond acht. Het gaat dan om lawaai dat luider is dan 55 decibel, de drempel die is vastgelegd in de Europese Richtlijn Omgevingslawaai.
Voor 2,1 miljoen Belgen is dat ook 's nachts het geval. Dan ligt de drempel op 50 decibel. Voor die landgenoten kan de nachtrust dus in het gedrang komen.
Dat zijn niet eens zo uitzonderlijke cijfers als je ze vergelijkt met de rest van Europa. Alles samen wordt 1 op de 5 Europeanen blootgesteld aan schadelijke lawaainiveaus door het verkeer en het transport.
7 landen die het EEA monitort, doen het nog slechter dan België. Daarbij zitten ook onze buurlanden Frankrijk (36 procent doorheen de dag) en Luxemburg, de slechtste leerling van de klas (68 procent). Voor de kleinste kans op geluidsvervuiling moet je dan weer naar Slovakije (8 procent), Portugal of Estland (beide 9 procent).
Die cijfers zijn wellicht nog een onderschatting, stipt het EEA aan. Want de Wereldgezondheidsorganisatie legt de lat voor gezondheidsrisico's nog lager dan de Europese Richtlijn, op 45 decibel. Als je die norm van de WHO gebruikt in plaats van de Europese, dan zit 30 procent van de Europeanen in de gevarenzone.
1.600 vroegtijdige overlijdens per jaar in België
Al dat lawaai is niet onschuldig. In heel Europa veroorzaakt geluidsvervuiling 66.000 vroegtijdige overlijdens per jaar, zo'n 1,1 procent van alle overlijdens.
Voor België gaat het om 1.600 te vermijden doden per jaar.
Dat komt doordat overmatige blootstelling aan lawaai stress veroorzaakt. Elk jaar opnieuw ontwikkelen 4,6 miljoen Europeanen er een slaapstoornis door. Dat kan op zijn beurt leiden tot ongezonde gewoonten, zoals minder bewegen of ongezonder eten.
Maar geluidsvervuiling kan ook op een directere manier een hele resem gezondheidsaandoeningen veroorzaken. In heel Europa gaat het bijvoorbeeld om 50.000 hart- en vaatziekten en 22.000 gevallen van diabetes type 2.
Vooral kinderen zijn er kwetsbaar voor, doordat zij nog in een belangrijke leer- en ontwikkelingsfase zitten. Het EEA schat dat er 560.000 Europese kinderen leesmoeilijkheden ontwikkelen door overmatig lawaai, 272.000 overgewicht en 63.000 gedragsstoornissen.
Geluidsvervuiling heeft op die manier een grotere gezondheidsimpact dan bekendere vormen van vervuiling zoals tweedehandsrook (de rook die je inademt wanneer iemand in je buurt rookt) of blootstelling aan lood. En dat veroorzaakt dan weer 95,6 miljard euro aan economische schade, of zo'n 0,6 procent van het Europese bbp.
Mensen zijn trouwens niet de enige wezens die lijden onder al dat lawaai. Ook de fauna en flora heeft er last van. Het verstoort bijvoorbeeld het jachtgedrag.
Autoverkeer is belangrijkste bron van lawaai
De belangrijkste bron van die geluidsvervuiling is het auto- en vrachtwagenverkeer. Dat veroorzaakt elke dag weer kopzorgen voor 92 miljoen Europeanen, en voor 58 miljoen van hen ook 's nachts.
Maar ook de spoorwegen veroorzaken veel lawaai. Alles samen gaat het om 55 miljoen Europeanen. De luchtvaart is voor 2,6 miljoen mensen een bron van geluidsvervuiling.
Het verkeer is dan wel veruit de grootste factor, toch mogen het treinverkeer en de luchtvaart niet over het hoofd gezien worden, zegt het EEA. Auto's en vrachtwagens zijn misschien alomtegenwoordig, maar voor omwonenden van grote treinstations en luchthavens is de hinder even reëel.
Het EEA roept daarom Europa op om werk te maken van zijn doelstellingen. Tegen 2030 zou het aantal Europeanen dat te maken krijgt met chronische geluidsvervuiling gedaald moeten zijn met 30 procent, in vergelijking met 2017.
Maar momenteel zit Europa helemaal niet op koers om dat streefcijfer te halen. Tussen 2017 en 2022 bedroeg de daling slechts 3 procent. In het meest optimistische scenario klokt Europa af op een daling van 21 procent. Worden er geen extra maatregelen genomen, dan zou er zelfs helemaal géén winst gemaakt worden.
Snelheidslimieten, slimmer remmen en stadsparkjes
Toch valt er best wel wat te doen tegen geluidsvervuiling.
Overheden kunnen het lawaai van het autoverkeer verminderen door de snelheidslimieten te verlagen of meer in te zetten op geluiddempende banden. Door treinsporen op tijd een onderhoudsbeurt te geven en treinen zachter te doen remmen wanneer ze stations binnen rijden, kan het treinverkeer wat stiller worden. En in de luchtvaart kunnen landings- en opstijgpatronen geoptimaliseerd worden en zorgen nieuwere toestellen voor minder geluidshinder.
Daarnaast kan je ook openbaar vervoer, wandelen en fietsen promoten. Je kan bufferzones aanleggen tussen transportaders en woongebieden, scholen en hospitalen.
In de stad kan groene ruimte dan weer een uitweg bieden voor de inwoners, bijvoorbeeld in de vorm van stadsbossen en -moerasjes, parken en groene corridors. Die helpen niet alleen het lawaai te dempen, maar het planten- en dierenleven heeft er ook baat bij, net als het klimaat. Als je het een beetje slim aanpakt, kan je met één ingreep dus tegelijk aan natuurherstel doen én het klimaat en de gezondheid vooruit helpen.
Dat hoeven trouwens niet altijd enorme parken te zijn, integendeel. Het belangrijkste is dat ze bereikbaar zijn. Het EEA geeft het voorbeeld van Stockholm. Dat bestaat slechts voor 14 procent uit groene en stille ruimte. Maar doordat dat weinige groen verspreid is over vele kleinere stukjes, heeft 64 procent van de bevolking er wel eentje op maximaal 400 meter.
Al die ingrepen kosten wel wat, maar ze leveren ook geld op, merkt het EEA nog op. Het verwijst daavoor naar een studie van de Europese Commissie. Elke euro aan investeringen levert 10 euro op aan sociale baten.



