De 'sterkere schouders' dragen over het algemeen wel degelijk zwaardere lasten in ons land, maar die regel blijkt niet te gelden voor de rijkste 1 procent van de bevolking. Dat leren nieuwe berekeningen van de Nationale Bank. De rijksten halen namelijk een groter deel van hun inkomen uit vermogen en dat wordt minder hard belast.
Sterkere schouders dragen wel degelijk zwaardere lasten in België (al geldt dat niet voor rijkste 1 procent)
Dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten in ons land? Die vraag beheerst al ruim een jaar het politieke debat. Ook de Nationale Bank zoekt er in een nieuw rapport een antwoord op. Voor het eerst gebeurde dat trouwens op een andere manier: niet alleen met enquêtes, zoals voorheen, maar ook met geanonimiseerde cijfers van onder meer de belastingdienst en de statistische dienst Statbel.
En dat antwoord is genuanceerd. Zo leert het rapport bijvoorbeeld dat de betaalde belastingen en sociale bijdragen wel degelijk stijgen naarmate je inkomen stijgt. Dus de hoogste inkomensgroepen betalen over het algemeen wel degelijk procentueel de meeste belastingen en bijdragen.
Maar zoom je in op de rijkste 10 procent van de bevolking dan lijkt het aandeel belastingen en sociale bijdragen in hun inkomen net te dalen. Volgens de Nationale Bank is dat nagenoeg volledig te wijten aan de rijkste 1 procent van de bevolking - gezinnen met een inkomen van gemiddeld 430.000 euro per jaar - voor wie de belastingdruk (relatief gezien) lager blijkt te liggen.
"Dat komt omdat die groep relatief meer van haar inkomen uit vermogen, zoals bijvoorbeeld aandelen, effecten en vastgoed, haalt", zegt Roeland Beerten van de Nationale Bank. "Dat vermogen wordt niet onderworpen aan dezelfde belastingregimes en socialezekerheidsbijdragen als een inkomen uit arbeid."
Herverdeling
Volgens de nieuwe cijfers van de Nationale Bank ligt de inkomensongelijkheid in ons land trouwens hoger dan tot nu toe werd aangenomen. Tegelijk is de evolutie van die ongelijkheid sinds 2015 stabiel gebleven. Dat is dan vooral te danken aan de herverdelingsmechanismen in ons land.
Zo heeft de armste 10 procent van de bevolking maar 1,2 procent van het inkomen van ons land, als je niets zou herverdelen. Maar dankzij die herverdeling - niet alleen via uitkeringen en premies, maar ook bijvoorbeeld via betaalbare gezondheidszorg en goedkoop onderwijs - groeit hun aandeel in het totale inkomen naar 4,2 procent.
Andersom: zonder herverdeling zou de rijkste 10 procent van de Belgen bijna een derde (29,9 procent) van het inkomen krijgen. Na herverdeling is dat nog ruwweg een vijfde (21,2 procent).
Sparen is voor velen moeilijk
Blijft een feit dat sparen nog altijd iets is voor de hogere inkomensgroepen. Liefst 4 op de 10 Belgen slagen er niet in om te sparen. Het gaat dan relatief vaker om alleenstaanden en mensen die in Brussel wonen.
"Die groepen hebben vaak lagere inkomens en moeten relatief meer uitgeven aan basiskosten zoals huisvesting en energie", zegt Beerten. "Daardoor houden ze proportioneel minder over van hun inkomen om te kunnen sparen."


