De NAVO-lidstaten zijn dicht bij een akkoord over het optrekken van de defensie-uitgaven naar 5 procent van hun bruto binnenlands product. Dat zegt de Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth op de NAVO-top in Brussel. Voor de VS is het erg belangrijk dat NAVO-landen meer investeren in defensie om te kunnen blijven rekenen op de Amerikaanse steun, aldus Hegseth.
Amerikaanse minister van Defensie : "NAVO-lidstaten bijna akkoord met 5 procent defensie-uitgaven"
Helemaal rond zijn de gesprekken over de hogere defensie-investering nog niet, maar de Amerikaanse defensieminister is wel hoopvol er tegen de NAVO-top eind deze maand een consensus wordt bereikt. De VS wil dat alle NAVO-partners ermee akkoord gaan 5 procent van hun bbp te investeren in defensie. "3,5 procent in harde militaire uitgaven en 1,5 procent in infrastructuur, dat is waar we ons op toeleggen", aldus Hegseth.
3,5 of 5 procent?
Als een échte verrassing komt het ondertussen niet meer: het Amerikaanse standpunt over de hogere defensie-uitgaven. VS-president Donald Trump heeft de NAVO-partners al verschillende keren duidelijk gemaakt dat hij hun huidige inspanningen voor defensie ontoereikend vindt.
Er moet dus meer geïnvesteerd worden in de verdedigingscapaciteiten, zoveel is duidelijk voor de Amerikaanse president, maar over hoeveel geld het precies gaat, werd nog geen eenduidig standpunt bereikt.
Stemmen gaan op om de defensie-uitgaven op te schroeven tot 3,5 procent van het bruto binnenlands product van een land (anderhalf procentpunt meer dan de huidige NAVO-norm). Ook premier Bart De Wever is van mening dat dit percentage op langere termijn mogelijk is voor België. Andere landen, vooral de Baltische Staten die grenzen aan Rusland en de Verenigde Staten, zien de nieuwe defensierichtlijn nog ambitieuzer: op 5 procent.
Andere landen zien zo'n stijging helemaal niet zitten. "We denken nog steeds dat een defensie-investering van 2 procent van ons bbp een goede doelstelling is", zegt de Spaanse minister van Defensie op de top.
Wat is 5 procent van het bbp?
Als een land zegt dat het 5 procent van het bbp (bruto binnenlands product) aan defensie uitgeeft, bedoelt het dat 5 procent van alle goederen en diensten die in dat land in één jaar tijd worden geproduceerd, wordt gebruikt voor het leger en alles wat daarmee te maken heeft (zoals wapens, soldij, tanks, vliegtuigen, enzovoort).
Het bruto binnenlands product van België was in 2023 goed voor 585 miljard euro. De federale overheid puurt daar 256,4 miljard euro inkomsten uit via allerlei belastingen en inkomsten. België gaf vorig jaar 7,6 miljard euro, of 1,3 procent, van het bbp uit aan defensie.
Wie doet wat?
Pete Hegseth is ambitieus. Hij vindt dat alle NAVO-partnerlanden 5 procent van hun bbp moeten investeren in defensie.
"De Verenigde Staten zijn trots om hier te zijn, schouder aan schouder met onze bondgenoten. Maar onze boodschap blijft glashelder: afschrikking en vrede door kracht —, maar geen afhankelijkheid," zei Hegseth voorafgaand aan een bijeenkomst van de NAVO-ministers van Defensie in Brussel.
"Er kan en zal geen afhankelijkheid van Amerika zijn. Het mag niet alleen draaien om de capaciteiten van de VS," zei hij.
De ministers van Buitenlandse Zaken zullen vandaag naar alle verwachting nieuwe afspraken overeenkomen over capaciteitsdoelstellingen, ofwel concrete afspraken binnen de NAVO over welke militaire middelen en capaciteiten elke lidstaat moet ontwikkelen, bijdragen of beschikbaar stellen.
Het gaat daarbij niet alleen om hoeveel geld een land uitgeeft aan defensie, maar ook om investeringen zoals bijvoorbeeld tanks, gevechtsvliegtuigen, cyberverdediging, luchtverdediging, transportvloten, munitievoorraden, enzovoort.
"De reden dat ik hier ben, is om duidelijk te maken dat elk NAVO-land moet beseffen dat iedereen zijn schouders eronder moet zetten — elk land moet bijdragen op dat niveau van 5 procent," zei Hegseth. Hij voegde daaraan toe dat hij er vertrouwen in heeft dat er een akkoord zal worden bereikt in Den Haag.
NAVO-top in Den Haag
Alle ogen zijn dus gericht op de NAVO-top in Den Haag, eind deze maand. Naar alle verwachting zullen de regeringsleiders van de verschillende NAVO-partnerlanden daar een nieuwe richtlijn afspreken over investeringen in defensie. Daar gaat het dus wel vooral om geld: hoeveel zijn de NAVO-landen bereid om te investeren in hun defensieapparaat?
De boodschap waarmee onze minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot vorige maand naar een NAVO-bijeenkomst in Turkije trok was duidelijk: als het van België afhangt, komt een forse bijkomende investering in defensie er (voorlopig) niet. Zo'n plotse verhoging van de NAVO-norm naar 3,5 of zelfs 5 procent ziet ons land op korte termijn niet mogelijk.
Maar Prévot ving bot en werd geconfronteerd met een ongezien enthousiasme bij andere NAVO-lidstaten om net wél te investeren in defensie. Voor de Verenigde Staten blijven die bijkomende investeringen immers belangrijk om te kunnen blijven rekenen op de Amerikaanse steun.





