Vissoorten als makreel en haring zien hun leefgebied met honderden kilometers naar het noorden opschuiven als gevolg van de klimaatverandering, weg van de Belgische kust. Dat blijkt uit een studie van het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ). Andere soorten komen dan weer vanuit het zuiden richting België, zoals bepaalde haaiensoorten. Ook de octopus komt steeds vaker in de netten van Belgische vissers terecht
In het kort:
Makreel en haring trekken noordwaarts door klimaatopwarming, terwijl zuidelijke soorten zoals haaien en octopus oprukken naar de Belgische kust.
Belgische vissers haalden afgelopen winter een recordvangst octopus binnen rond de Kanaaleilanden
"Die inzichten kunnen helpen om de juiste investeringen te maken in de visserij," zegt het VLIZ.
Door de klimaatopwarming worden onze zeeën en oceanen almaar warmer. De Middellandse Zee is hard getroffen en blijft recordwarm. Midden augustus vorig jaar lag de gemiddelde oppervlaktetemperatuur op een ongeziene 28,9 graden Celsius. Experts spreken er al langer van 'boiling hot' (kokend hete) temperaturen voor de bestaande ecosystemen daar.
Ook grote delen van de oceaan warmen steeds verder op naar ongeziene waarden. Op dit moment is het zeewater in het noordwesten van Europa trouwens veel warmer dan gemiddeld, met de hoogste waarden sinds het begin van de satellietmetingen in 1982.
Net zoals op land ontstaan er mariene hittegolven. Daardoor beweegt er van alles onder water, alleen kunnen we het niet met het blote oog volgen.
VLIZ-onderzoekers deden oefening met makreel, haring en zeebaars
Onderzoekers van het VLIZ houden de vinger aan de pols van wat er allemaal beweegt. Ze hebben in deze studie de oefening gedaan voor 3 soorten: makreel, haring en zeebaars.
"Als de huidige klimaatopwarming zich doorzet, zullen sommige soorten helemaal van de Middellandse Zee naar de Noordzee en de Baltische Zee getrokken zijn tegen 2100", vertelt Musimwa Rutendo, auteur van de studie, in het VLIZ.
Rutendo laat een simulatie met kleurcodes lopen op het scherm en het is duidelijk: de rode zone (die goed leefgebied aanduidt, en dus een geschikte habitat is) schuift door de jaren heen sterk noordwaarts op. Het donkerblauwe (onleefbare) gebied voor soorten als makreel en haring schuift eveneens sterk op. De Middellandse Zee is donkerblauw.
Op de simulatie hieronder zie je het ideale leefgebied per decennium noordwaarts schuiven. Rood is ideaal. Hoe lager de score op de rechterbalk en hoe meer richting blauw, hoe minder geschikt. Makreel gaat voor de Belgische kust verdwijnen.
Het ideale leefgebied voor makreel kan tot 800 kilometer opschuiven, dat voor haring tot 638 kilometer. Voor zeebaars is de verschuiving veel kleiner, maar dat komt omdat die eigenlijk al uit warmere waters uit het zuiden is gekomen. "De voorbije decennia is de zeebaars al opgeschoven naar het noorden. Anders dan makreel en haring die meer van koelere wateren houden, houdt zeebaars wel van warm(er) water", zegt Rutendo.
De onderzoekers zijn bij hun simulaties uitgegaan van een opwarming tot 2,7 graden Celsius extra tegen 2100. Dat is ook de prognose met wat momenteel op tafel ligt aan klimaatplannen wereldwijd.
"We hebben eerst bepaald wat de ideale omstandigheden zijn voor de onderzochte soorten, qua temperatuur, zoutgehalte, zuurstof enz. Daarna hebben we de simulatie gemaakt voor de opwarming", vertelt Rutendo.
De inzichten over veranderende leefgebieden kunnen helpen om de juiste keuzes te maken in de toekomst
Gert Everaert, VLIZ
"De verschuivingen komen er onder meer omdat habitats in de Middellandse Zee minder geschikt worden, en in het noorden net meer geschikt. Het gevaar bestaat dat zuidelijke visbestanden voor makreel en haring gaan instorten, terwijl die in het noorden gaan groeien."
Dat alles zal op termijn verdere gevolgen hebben voor de visserij, die de voorbije decennia al verschuivingen zag. Daarom zijn de nieuwste inzichten belangrijk. "De inzichten over veranderende leefgebieden kunnen helpen om de juiste investeringen te maken in de visserij en de sector van de aquacultuur", zegt Gert Everaert van het VLIZ, die meewerkte aan de studie.
Zo zien de Noren inmiddels al de zeebaars komen. "Ik krijg berichten van collega's dat de zeebaars er de laatste 2 à 3 jaar vaker wordt gespot", zegt Jan Reubens, specialist vismigratie bij het VLIZ.
Niet enkel temperatuur en zoutgehalte spelen
Hoe visbestanden gaan evolueren, hangt niet enkel af van de klimaatcrisis. Een bepaalde soort kan het ook goed of minder goed doen omdat er een bepaalde natuurlijke vijand wegvalt of bijkomt. Zo was het wegtrekken van de kabeljauw richting noorden, naar koelere waters, de voorbije jaren goed nieuws voor mogelijke prooien zoals de zandaal en de sprot.
Ook de aanwezigheid van voedsel (bijvoorbeeld een bepaald type plankton) speelt mee, net zoals ook visvangst een belangrijke rol speelt in het meer of minder voorkomen van soorten in een bepaald gebied.
Hoe dan ook zullen de visbestanden voor onze Belgische kust blijven veranderen. Zo haalden Belgische vissers 2 jaar geleden al veel meer pijlinktvis op.
Die wordt hier evenwel minder gegeten, terwijl hij wel nog veel op het mediterrane menu voorkomt. Daardoor wordt veel pijlinktvis van hier naar het zuiden getransporteerd, waar hij minder gevangen wordt. De omgekeerde wereld dus.
In 2023 hebben Belgische vissers ook heel wat inktvis gevangen, meer zelfs dan de traditionele soorten schol en tong. Ook die inktvis wordt voor een groot deel geëxporteerd naar landen als Frankrijk, Spanje en Italië. Aan de andere kant staat kabeljauw met stip bij de dalers, onder meer ook door een gebrek aan een bepaald type plankton.
De grote spinkrab, de hondshaai en de gevlekte gladde haai gaan het beter doen voor onze kust
Jan Reubens, VLIZ
Welke soorten zullen, breder bekeken, in de toekomst minder vaak voor onze kust voorkomen, zowel commerciële als minder commerciële? Jan Reubens noemt onder meer schelvis en koolvis (beide kabeljauwachtigen), slijmvissen en zeedonderpadden. Aan de andere kant zit naast de pijlinktvis en de zeebaars ("die dominanter gaat worden") ook de grote spinkrab in de lift.
Ook de zeekarper zal het naar verwachting steeds beter doen voor onze kust. Ten slotte zouden ook enkele haaiensoorten, zoals de hondshaai en de gevlekte haai, het beter kunnen gaan doen, net als stekelroggen. De hondshaai is een relatief kleine haaiensoort die niet gevaarlijk is voor de mens. De gevlekte gladde haai, die eerder al opdook in Zeeland, is eveneens ongevaarlijk.
De 'wonderbaarlijke' octopusvangst
Er is ook nog het opvallende verhaal van de octopus (octopus vulgaris), die afgelopen winter massaal werd bovengehaald door Belgische vissers. Dat gebeurde weliswaar verder van de Belgische kust, in het westelijke Engelse Kanaal, tussen Frankrijk en Engeland rond de Kanaaleilanden Jersey en Guernsey.
Volgens cijfers van de Rederscentrale was er sprake van een stijging met 991 procent (zowat een vertienvoudiging) in februari tegenover februari vorig jaar, goed voor 26 ton. "Voor de eerste 3 maanden van het jaar gaat het om 79 ton", zegt Emiel Brouckaert van de Rederscentrale.
"Ik hoor van onze vissers dat er inderdaad veel octopus zit waar er anders bijna niets zit", vertelt Hans Polet van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek ILVO. Octopus was vroeger veeleer een uitzondering als bijvangst voor hen. "Maar nu is dat in grote hoeveelheden en staan de vissers met grote ogen te kijken."
De eitjes van octopussen komen nu wel de winter door rond de Kanaaleilanden, en er is veel voedsel aanwezig
Hans Polet, ILVO
Ook dit is een verhaal van klimaatopwarming. "In de Noordzee, waar de temperatuur in de winter zakt tot 5 à 6 graden, kunnen de eitjes niet overleven. In het Engelse Kanaal zit de temperatuur tussen de 9 en 11 graden in de winter. De eitjes hebben 10 graden nodig om te overleven. Vroeger lukte het daar niet, nu zien we dus van wel", zegt Polet.
"Je moet weten dat een vrouwtjes octopus al snel een paar duizend eitjes kan leggen. Als die allemaal uitkomen, dan krijg je een grote explosie van octopussen die daar geboren worden."
Bovendien is de bodem er geschikt om voedsel als krabben en kreeftjes te vinden. Dat de kabeljauw, die ook krabben eet, daar wegtrok, helpt ook. "De octopus neemt op dat vlak de plaats in van de kabeljauw en maakt dankbaar gebruik van dat overaanbod." Aan onze kust is de octopus nog niet: het killere Noordzeewater blijft 's winters voorlopig nog te koud voor de voortplanting.
Omgekeerde wereld
Dat Belgische vissers nu massaal veel octopus bovenhalen, zorgt net als bij de pijlinktvis voor een omgekeerde wereld.
De octopus wordt nu van hier uitgevoerd naar het zuiden, waar hij op het mediterrane menu staat. Door overbevissing heeft de octopus het moeilijk in de Middellandse Zee. "Het kan natuurlijk ook zijn dat we in België meer en vaker octopus gaan beginnen te eten in de toekomst", zegt Polet.




