Het visbestand in onze Noordzee verandert. Welke soorten doen het goed, en welke minder? En welke rol speelt het opwarmende zeewater? VRT NWS vroeg het ter gelegenheid van Wereldoceaandag aan enkele experts: "Zeekat en pijlinktvis zien we hier nu massaal. Maar we hebben geen traditie om ze te eten, en exporteren ze naar onder meer Spanje en Italië. Een beetje de omgekeerde wereld."
"Massaal veel" zeekat en pijlinktvis, minder kabeljauw: hoe het visbestand in onze Noordzee verandert
Wat voorafging
Onlangs is een brede Schotse studie uitgekomen over hoe vissen zich gedragen in tijden van opwarmende oceanen. Wetenschappers van de universiteit van Glasgow legden daarvoor een heleboel eerdere studies over het onderwerp samen, goed voor data over 115 soorten en 595 vispopulaties. Hun studie is verschenen in het tijdschrift Global Change Biology .
Conclusie: veel vissen trekken richting de polen omdat ze het te warm krijgen, al is er niet één strakke lijn in te trekken. Hoofdauteur Carolin Dahms zegt dat als de opwarming te snel gaat voor vissen om zich aan te passen, migreren hun beste strategie is. De temperatuur van het water is van belang voor hun metabolisme, groei en voortplanting.
Vissen die het te warm krijgen, zoeken koelere oorden op richting polen
Schotse onderzoekers bestudeerden de impact van opwarmende oceanen op visbestanden
Volgens de Schotse onderzoekers verandert het zeeleven tot zeven keer sneller van leefgebied door de klimaatopwarming dan dieren op het land. Eerder onderzoek becijferde dat mariene vissoorten gemiddeld 226 kilometer zijn opgeschoven, weg van de evenaar, tijdens de voorbije 40 jaar. Een trend die zich wellicht nog sterker zal doorzetten. Maar wat betekent dit voor onze Noordzee?
De Noordzee warmt op
Gisteren nog maakte de Europese klimaatdienst Copernicus bekend dat onze oceanen (het ijsvrije deel ervan) een warmterecord braken voor de maand mei. Met andere woorden, nog nooit was het zeewater globaal gezien zo warm in mei als tijdens de voorbije maand.
Ook de Noordzee warmt intussen op. Volgens de Belgische klimaatportaalsite klimaat.be gaat het om 0,023 graden Celsius per jaar in het noordelijke deel en 0,053 graden per jaar in het centrale en zuidelijke deel. Dat lijkt niet veel, maar over 10 jaar gaat het wel om een halve graad in het centrale en zuidelijke deel.
"Het noorden van de Noordzee is over het algemeen dieper, dus daar zal het wat trager gaan", zegt Hans Polet van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO). Anderzijds: slechts een klein temperatuurverschil kan een grote impact hebben op de fauna en flora.
Wat kunnen de klimaatopwarming en andere factoren zoals bevissing betekenen voor de visbestanden in onze Noordzee? Krijgen we ook hier meer soorten die eerder mediterraan klinken, zoals sardienen en ansjovis? En wat met de kabeljauw, een vis die bij uitstek geassocieerd wordt met onze Noordzee? Kloppen de beweringen dat hij steeds meer naar het noorden verdwijnt?
Belgische vissers brachten "grote volumes zeekat" binnen
Inktvissen doen het steeds beter in onze Noordzee. Zo zijn de aanvoervolumes van gevangen zeekat en pijlinktvis op de Vlaamse Visveiling sterk gestegen. "Bij de volumes vallen de zeekat en pijlinktvis op", meldde de Visveiling eerder in een jaarrapport over de vangsten in 2022. "De vaartuigen vangen sinds de vorige herfst grote volumes zeekat."
Volgens de meest recente cijfers van de Vlaamse Visveilig is dit jaar voorlopig al 1.230 ton zeekat gevangen, tegenover 688 ton vorig jaar. Voor pijlinktvis gaat het voorlopig om 326 ton, tegenover 82 ton een jaar eerder.
Zeekat, zei je?
De gewone Europese zeekat (Sepia officinalis), een weekdier dat tot de inktvissen behoort, komt van oudsher voor in het oosten van de Noord-Atlantische Oceaan, het Kanaal en de Middellandse Zee. Ook in de Noordzee komt de soort al langer voor, maar de recente sterk stijgende cijfers wijzen er toch op dat er dingen aan het veranderen zijn. Het is wel zo dat de aantallen elk jaar sterk kunnen variëren, omdat de dieren amper enkele jaren oud worden.
Het is onvoorstelbaar hoe goed zeekat en pijlinktvis het doen
Hans Polet van het ILVO
De pijlinktvis leeft in grote scholen. Vroeger kwam ook hij al voor in de Noordzee, maar in kleinere aantallen, en zagen we hem toch vooral zuidelijker, in het Kanaal en aan de Engelse zuidkust. "Nu zien we hem in de Noordzee in gigantische aantallen. Het is niet normaal", verbaast Polet zich.
Ook hier geldt dat de soort maar enkele jaren leeft en dat de aantallen dus sterk kunnen schommelen na een goed of slecht jaar: "Een warme of een koude lente kan daardoor meteen een effect hebben. Maar het is onvoorstelbaar hoe goed zeekat en pijlinktvis het doen in de Noordzee."
Dat kan, naast de klimaatopwarming, ook te maken hebben met het feit dat hun natuurlijke vijanden het hier minder goed doen.
Inktvis wordt nu van hier uitgevoerd naar Spanje en Italië, het is een beetje de omgekeerde wereld
Hans Polet van het ILVO
De gewone pijlinktvis (Loligo vulgaris) ziet er een beetje speciaal uit, met een pijlvormig uiteinde en verschillende tentakels aan de kop.
Uitvoeren naar het zuiden
Zowel voor de pijlinktvis als voor de zeekat hebben we nog niet echt een culinaire traditie, terwijl mensen rond de Middellandse die wél hebben. Vorig jaar voerden Belgische vissers 2.033,5 ton inktvis aan in onze Belgische havens, meer dan een verdubbeling tegenover het jaar daarvoor. Inktvis werd daarmee qua omzet de nummer 2, na de tong.
Het ironische is dat zowel zeekat als pijlinktvis daardoor vaak worden uitgevoerd naar bijvoorbeeld Spanje en Italië. "Het is een beetje de omgekeerde wereld," knikt Polet. "Maar de visbestanden doen het slecht in de Middellandse Zee."
Mediterraan dieet aan de Noordzee?
En er is meer. Ook ansjovis en sardienen, visjes die we toch vooral associëren met de Middellandse Zee en een warmer klimaat, doen het hier goed. Ze komen van warmere Portugese en Spaanse wateren en voelen zich blijkbaar ook goed in hun vel in de Noordzee.
Sardines maken deel uit van het geroemde mediterrane dieet, dat ons langer zou kunnen doen leven. De vis behoort tot de zogenoemde vette vissen, maar dan wel die met vooral gezonde vetten. Hij bevat veel eiwitten, omega 3 (onverzadigde vetzuren), tot zelfs calcium en zink.
"In de Golf van Biscaye bestaan daar specifieke monitoringsprogramma's voor, maar hier niet. De trend is daarom moeilijk hard te maken, maar we horen toch van veel vissers dat ze ze meer zien dan vroeger", schetst Polet.
Voor alle duidelijkheid: ansjovis en sardines zijn niet meegenomen in visquota voor de Noordzee en mogen dus in principe hier niet worden gevangen. Al vier jaar geleden gingen er daarvoor stemmen op in de visserijsector, maar zover is het dus nog niet. Net als bij de zeekat kunnen hun aantallen jaar na jaar overigens nog enorm schommelen.
Daar is de blauwvintonijn
Eén van dé symboolsoorten voor overbevissing is de Atlantische blauwvintonijn. Die was zwaar overbevist en zelfs met uitsterven bedreigd. Er is dan een vorm van beheer op gang gekomen om de soort te redden, al blijft hij in internationale wateren in principe nog altijd vogelvrij.
Maar nu keert hij terug, bevestigt Polet: "We kunnen dit nog niet staven met wetenschappelijke programma's, maar vissers zeggen dat hij ook in de Noordzee gespot wordt."
Hoewel het een warmbloedige vis is, heeft dit verhaal niets te maken met klimaatverandering: "100 jaar geleden kwam de blauwvintonijn voor tot in Denemarken en de noordelijke Noordzee. Hij is daar verdwenen door overbevissing, maar duikt nu op ten zuiden van Engeland en in het Kanaal. In de hele Noordzee zien we ze opnieuw in kleine aantallen."
Waar is de kabeljauw?
Sommige vissoorten doen het minder goed, en dan valt al snel de naam van de kabeljauw, decennialang toch dé Noordzeevis bij uitstek. Trekt hij steeds meer noordwaarts door de opwarmende Noordzee? "Op zich voelt de kabeljauw zich goed bij ons, alleen is er door de opwarming een probleem met de voeding ontstaan", legt Polet uit.
"De vis heeft in een heel jong stadium een bepaald soort voedzame plankton (Calanus finmarchicus) nodig die hier minder voorkomt door de klimaatverandering." Daardoor overleven er minder jonge vissen en doet de kabeljauw het wel goed in meer noordelijke wateren zoals de Barentzzee (boven Noorwegen en Rusland, red.). Een andere factor die voor onze kust een rol heeft gespeeld, is het feit dat de kabeljauw lange tijd overbevist is.
Vroeger zat er voor de Belgische kust veel grotere kabeljauw
Francis Kerckhof van het KBIN
"We zien hoe langer hoe minder kabeljauw", zegt ook marien bioloog Francis Kerckhof van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN). "En als er kabeljauw gevangen wordt, is die veel kleiner. Hier zitten we met een verhaal van overbevissing en klimaatverandering. We weten trouwens uit historische data dat er vroeger, voor de kust van Raversijde, veel grotere kabeljauw zat."
De kabeljauw verdween uit de top-10 van de Belgische visserij vorig jaar.
Hoe visbestanden in kaart brengen? Visbestanden inschatten in de Noordzee is geen makkelijke opgave. "Het gebeurt hoofdzakelijk op twee manieren", zegt Hans Polet van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO). "Verschillende Europese onderzoeksinstituten gaan tijdens een bepaalde periode van het jaar vissen op een reeks vaste punten en kijken wat ze bovenhalen. Anderzijds gaan er wetenschappelijke waarnemers mee met vissersvaartuigen. Het voordeel daar is dat ze het hele jaar door cijfers verzamelen, maar er is minder tijd om alles in detail op te lijsten."
Hoe gaat dit verder?
De vraag is hoe het nu verder zal gaan, want de klimaatverandering zal zich steeds sterker doorzetten de komende jaren. Hoe zullen de verschillende vissoorten dat verteren? Hoe snel kunnen zij zich blijven aanpassen? "Vanaf 2010 was er een opvallend herstel in de visbestanden. Maar de laatste paar jaar is het toch net weer wat minder allemaal", schetst Polet.
Ligt het aan de bevissing? Wellicht niet, denkt hij, want ruim 70 procent van de vissoorten wordt duurzaam bevist. Misschien begint de klimaatverandering wel zijn tol te eisen.
Vanaf 2010 was er een opvallend herstel in de visbestanden. Maar de laatste paar jaar is toch weer wat minder
Hans Polet van het ILVO
"Als een ecosysteem wijzigt voor een bepaalde vissoort, dan gaan sommige soorten daar meer last van hebben dan andere. In principe wordt er daarna weer een evenwicht gevonden, maar de vraag is hoe veel de ecosystemen gaan veranderen en wanneer het nieuwe evenwicht bereikt wordt. Met de klimaatverandering zou dat wel eens een erg lang proces kunnen worden."
In dat verband verwijst Polet naar het debat over biodiversiteit en de bescherming van onze natuur: "Hoe hoger de biodiversiteit in een bepaald ecosysteem, en hoe complexer, hoe beter het schokken kan opvangen. Mensen vragen zich soms af waarom biodiversiteit belangrijk is. Daarom dus."




