In de Verenigde Staten lopen momenteel 2 grote rechtszaken in de sector van big tech. De ene is tegen Google, de andere tegen Meta, het bedrijf achter Facebook. Allebei gaan ze over een te grote machtspositie, en die wil de overheid doorbreken. Google zou Chrome moeten afstoten, Facebook Instagram en WhatsApp. "Het is geen verrassing dat de CEO's van al die grote tech-spelers nu op een goed blaadje proberen te staan bij president Trump", zegt docent concurrentierecht Friso Bostoen.
VS voert strijd op tegen techreuzen Google en Meta: "Het begint de overheid te dagen dat die machtsposities te groot zijn"
Flashback naar de zomer van 2024. Een federale rechter in Washington oordeelde toen dat Google onrechtmatig een monopolie in stand houdt in de markt van online zoekmachines. Google betaalt andere techbedrijven als Apple, Mozilla en Samsung om hun zoekmachine standaard op hun apparaten te plaatsen. Het gaat om miljardencontracten: in 2021 zou Google daarvoor in totaal 26,3 miljard dollar betaald hebben, was te horen tijdens de rechtszaak.
Volgens de Amerikaanse overheid is dat oneerlijke concurrentie. Het is dan ook het Amerikaanse ministerie van Justitie dat de rechtszaak had aangespannen, samen met een groep staten. Dat gebeurde al in 2020, tijdens de eerste ambtstermijn van president Donald Trump. De zaak kwam pas voor in 2023, toen Joe Biden president was.
Rechter Amit Mehta gaf Justitie in de zomer van vorig jaar grotendeels gelijk. "Google is een monopolist en heeft zich als dusdanig gedragen om dat monopolie te behouden", schreef de rechter in zijn besluit. Maar er is nog niet beslist wat er nu dient te gebeuren.
Daarover zijn begin deze week hoorzittingen gestart. Gedurende drie weken worden Google en het Amerikaanse ministerie van Justitie gehoord door rechter Amit Mehta. De beslissing die hij neemt, zou grote gevolgen kunnen hebben voor Google. Een van de meest in het oog springende eisen is namelijk dat Google zijn webbrowser Chrome afstoot.
Monopolie van Google?
Een monopolie is een situatie waar slechts één partij de markt voor een bepaald goed of dienst (zo goed als) volledig domineert. Er is dus geen of nauwelijks concurrentie en die partij kan als enige de prijs bepalen.
Sinds het begin van de jaren 2000 is Google de grootste zoekmachine. 90 procent van alle online opzoekingen gebeurt via Google. Op 95 procent van de smartphones in de VS is Google Chrome de standaardbrowser.
Opbreken van grote monopolies in VS "een soort traditie"
"De rechtszaak ging niet zozeer over het monopolie zelf, maar over de manier waarop Google dat monopolie bestendigd heeft", zegt Friso Bostoen, docent concurrentierecht en digitale regelgeving aan de universiteit van Tilburg, Nederland. "Het betaalde grote sommen geld aan producenten om van Google Search de exclusieve zoekdienst op hun toestellen te maken. Op eender welke telefoon kom je bij Google terecht. Ten nadele van innovatie, ten nadele van de consument, oordeelde de rechter."
Dat misbruik van monopolie aanpakken kan onder meer door Google te verplichten om Chrome af te stoten. "Dat is mogelijk onder Amerikaans recht, waar zelfs een beetje een traditie heerst van het opbreken van grote monopolies", zegt Bostoen. "Oliemaatschappij Standard Oil (van John D. Rockefeller, red) begin 20e eeuw, bijvoorbeeld, of telecommunicatiebedrijf AT&T in de jaren 80 van vorige eeuw."
De opsplitsing van Standard Oil was de eerste grote monopoliezaak in de VS, die van AT&T de laatste. "Nu is dat wat in onbruik geraakt. In de jaren 2000 is nog geprobeerd om Microsoft op te breken, maar dat is niet gelukt. De vraag is of dat nu met Chrome wel zal lukken."
Google: "Mensen kunnen nog altijd zelf kiezen"
De eis om Chrome af te stoten is slechts een van de maatregelen die het ministerie van Justitie vraagt. Google verzet zich stevig. In een lange blogpost zondagavond, aan de vooravond van de start van de hoorzittingen, zette Google zijn argumenten uiteen. "Wat Justitie vraagt, is schadelijk voor de economie en voor technologisch leiderschap", klinkt het.
Google zegt onder meer dat mensen nog altijd zelf kunnen kiezen welke zoekdienst ze gebruiken. "'Competition is just a click away,' klinkt het. Consumenten kunnen gewoon een andere zoekdienst gebruiken via het web of hun instellingen. Er zijn volgens Google dus geen grote remedies nodig om die consument die keuze terug te geven", zegt Bostoen.
"Als consumenten al kiezen voor Google, is dat omdat Google simpelweg de beste is, zeggen ze. Daar zal wel iets van aan zijn, maar als het écht zo zou zijn, dan zou Google bijvoorbeeld Apple geen 20 miljard dollar per jaar moeten betalen om Google Search daar vooraf te installeren. Op die telefoons zouden consumenten hun weg sowieso wel vinden."
Er zijn volgens Google geen grote remedies nodig om de consument de keuze terug te geven
Friso Bostoen, docent concurrentierecht en digitale regelgeving aan de universiteit van Tilburg
Stel dat de rechter beslist dat Google Chrome moet afstoten, dan komt Google toch gewoon met een alternatief? "Dan zullen ze inderdaad wel hun eigen webbrowser op poten zetten. Misschien wordt die dan snel nog groter", zegt Bostoen.
"Maar als de rechter Chrome inderdaad zou afsplitsen, dan zou daar waarschijnlijk ook wel een clausule bij horen die zegt dat Google gedurende 5 jaar, 10 jaar geen eigen browser mag ontwikkelen. Zo krijgt een onafhankelijke Chrome eerst een kans op de markt."
Of er snel een beslissing zal zijn in de zaak, is nog maar de vraag. Rechtszaken zoals deze, waarbij gevraagd wordt om het monopolie van een groot bedrijf te doorbreken, hebben de neiging om zeer lang aan te slepen.
Nog meer inbreuken op monopolie door Google
Dit is niet de enige monopolierechtszaak waarin Google verwikkeld zit. Vorige week leed het bedrijf een nieuwe nederlaag toen een rechter in Virginia oordeelde dat Google onrechtmatig een monopolie heeft opgebouwd op de markt van online advertenties .
Ook hier zullen nog hoorzittingen volgen om te bepalen hoe de situatie kan worden aangepakt. Het Amerikaanse ministerie van Justitie heeft gezegd dat Google in ieder geval al Google Ad Manager zou moeten verkopen. Daarbij zit ook de advertentieserver en het advertentieplatform van het bedrijf.
Facebook "ruimde rivalen uit de weg door ze op te kopen"
De Amerikaanse overheid richt zijn pijlen niet alleen op Google. Vorige week ging in dezelfde rechtbank in Washington een rechtszaak van start tegen Meta, het bedrijf achter Facebook. En ook hier gaat het over een misbruik van monopolie.
Volgens de aanklagers heeft Facebook zijn macht misbruikt door indertijd rivalen Instagram en WhatsApp over te nemen, om ze als concurrenten uit de weg te ruimen. Op die manier heeft het bedrijf een monopolie op sociale media gecreëerd, klinkt het. Meer bepaald gaat het om de markt van "persoonlijke sociale netwerken", online ruimtes waar een gebruiker inhoud kan delen met familie en vrienden. X, YouTube en TikTok worden buiten schot gehouden, posts op die kanalen zijn per definitie openbaar.
"De aanklacht stelt dat Facebook al rond 2010 het monopolie in de markt zou hebben verworven, maar vervolgens hebben ze - net zoals Google - dat monopolie bestendigd door onmiddellijk elke serieuze opkomende concurrent op te kopen", zegt Friso Bostoen. "Instagram werd gekocht in 2012, WhatsApp 2 jaar later."
In e-mails die nu komen bovendrijven, blijkt dat Facebook toen goed besefte dat Instagram en WhatsApp serieuze bedreigingen waren. De overnames werden uitgevoerd met het idee om die concurrentie uit te sluiten.
Friso Bostoen, docent concurrentierecht en digitale regelgeving aan de universiteit van Tilburg
Is dat effectief een bewuste strategie van Facebook-baas Mark Zuckerberg geweest? "Daar is waarschijnlijk wel iets van aan, al leek het op dat moment nog niet zo. Toen was Facebook nog een relatief jong bedrijf, en Instagram en WhatsApp nog maar start-ups. Maar in e-mails uit die tijd die nu komen bovendrijven, blijkt dat Facebook zich ervan bewust was dat Instagram en WhatsApp serieuze bedreigingen vormden. De overnames werden dan ook uitgevoerd met het idee om die concurrentie uit te sluiten."
Er zijn ook e-mails die erop wijzen dat Mark Zuckerberg zich jaren geleden al zorgen maakte over de juridische gevaren waarmee hij nu te maken heeft. In 2018 overwoog hij bijvoorbeeld om Instagram af te splitsen van Facebook om dit soort onderzoek te omzeilen.
De aanklagers - het Amerikaanse ministerie van Justitie en 17 staten - vragen dat Meta onderdelen van zijn activiteiten, waaronder Instagram en WhatsApp, herstructureert of verkoopt.
Waarom zoeken CEO's van techbedrijven aansluiting bij Trump?
De dominantie van grote techbedrijven bestaat al veel langer dan vandaag, en toch lijkt de Amerikaanse overheid er zich nu pas op te richten. Hoe komt dat?
"Europa ziet al langer toe op eerlijke concurrentie op digitale markten. Pas de laatste jaren is de VS daarop gesprongen, zeker onder president Joe Biden", zegt Bostoen. "Het begon de overheid toen te dagen dat die monopolieposities niet per se goed zijn voor de economie en de bredere maatschappij."
Het is geen verrassing dat al die grote tech-spelers, of toch zeker hun CEO's, nu op een goed blaadje proberen te staan bij Trump
Friso Bostoen, docent concurrentierecht en digitale regelgeving aan de universiteit van Tilburg
"Het lijkt misschien verbazingwekkend dat president Trump dat beleid nu voortzet. Al zitten er wel andere redenen onder. De conservatieven, onder wie Trump, zijn vooral ontevreden omdat die bedrijven hun meningen op sociale media zouden onderdrukken of censureren."
Tijdens de eedaflegging van Trump in januari zagen we nochtans de CEO's van grote techbedrijven zoals Meta, Amazon en Google prominent in beeld. Wat moeten we hieronder verstaan? "Jammer genoeg is het risico op politieke inmenging in de VS wel reëel", zegt Bostoen.
"De overheidsinstellingen die die rechtszaken voeren - het ministerie van Justitie en de Federal Trade Commission (FTI) - worden aangevoerd door president Trump. Het is dan ook geen verrassing dat al die grote tech-spelers, of toch zeker hun CEO's, nu op een goed blaadje proberen te staan bij Trump."
Al lijkt dat voorlopig nog niet veel uit te halen, merkt Bostoen op. "Er waren berichten dat Zuckerberg de Facebook-zaak wilde afkopen, maar blijkbaar vroeg de administratie veel meer dan wat Facebook zelf wilde betalen. Dus er kwam geen akkoord. Bovendien kan de federale overheid de zaken niet zomaar stopzetten, omdat ook verschillende staten mee procederen."
Google en Meta voor het gerecht in VS: worden bedrijven te groot?


