Van "uitschot" tot "gluiperd", de Amerikaanse president Donald Trump en verschillende leden van zijn regering halen hard uit naar Jeffrey Goldberg, de hoofdredacteur van The Atlantic die het verhaal over het veiligheidslek naar buiten bracht. Wie is hij? En waarom wordt hij zo hard door het slijk gehaald?
"Onbetrouwbaar uitschot": wie is de journalist die Signal-lek naar buiten bracht en waarom haalt Trump hem door het slijk?
Jeffrey Goldberg, hoofdredacteur van The Atlantic, krijgt al enkele dagen heel wat bagger over zich heen. Niet zomaar van trollen op het internet, maar van toppolitici en voor de camera's.
Verschillende betrokkenen bij het veiligheidslek waarover Goldberg enkele dagen geleden berichtte, halen fel naar hem uit.
Nationaal veiligheidsadviseur Mike Waltz noemt hem "echt het laagste uitschot van alle journalisten". Minister van Defensie, Pete Hegseth, heeft het over een "onbetrouwbare en zogenaamde journalist" en een "sluwe en in diskrediet gebrachte journalist die herhaaldelijk nepnieuws heeft verspreid". "Hij maakt er zijn beroep van om met nepnieuws te leuren. Deze man leurt met afval."
President Trump hield het aanvankelijk bij wat gespot met Goldberg en zijn magazine. "Ik ben geen fan van The Atlantic, het is een blad dat failliet zal gaan. The Atlantic kan niemand wat schelen." En: "De man over wie we het hebben, daar hebben nog niet veel mensen van gehoord."
Maar ook Trump slingerde Goldberg uiteindelijk een scheldwoord naar het hoofd: "Het is een echte gluiperd." Volgens Trump heeft Goldberg "al veel verhalen verzonnen". "Hij is eigenlijk slecht voor het land."
Ervaren journalist
In werkelijkheid is Goldberg een in de VS zeer gerespecteerd en ervaren journalist en is The Atlantic een goed aangeschreven kwaliteitsmedium.
Goldberg (59) begon zijn journalistieke carrière in Israël, waar hij columns schreef voor The Jerusalem Post. Hij deed toen ook dienst in het Israëlische leger. Nadat hij was teruggekeerd naar de Verenigde Staten, schreef hij onder meer voor bekende media als The Washington Post, New York Magazine en The New York Times Magazine.
Later werd hij correspondent in het Midden-Oosten, eerst voor The New Yorker en daarna voor The Washington Post.
In 2007 verhuisde hij naar het maandblad The Atlantic, waar hij jarenlang berichtte over nationale veiligheid. In 2016 werd hij er hoofdredacteur. Onder zijn hoofdredacteurschap won het blad in 2021 zijn eerste Pulitzer Prize, een befaamde Amerikaanse prijs voor journalistiek. Er volgden nog 2 Pulitzers in 2022 en 2023 en nog een aantal andere prijzen.
Het maandblad, dat ook een uitgebreide toonaangevende website heeft, heeft momenteel meer dan 1 miljoen abonnees. Het blad publiceert artikels over allerlei onderwerpen: politiek, internationaal nieuws, economie, cultuur, kunst, technologie en wetenschap.
Maar Goldberg gaf de politieke redactie van het blad onlangs een stevige injectie, door onder meer enkele topjournalisten van The Washington Post aan te nemen.
Twijfel zaaien
Waarom wordt een journalist met zo'n naam en faam dan zo hard door het slijk gehaald? Om te beginnen heeft Trump persoonlijke motieven. Goldberg schreef in het verleden al meermaals over hem en niet altijd in de positieve zin. Zo onthulde Goldberg in 2020 dat Trump gesneuvelde militairen "mislukkelingen" ("losers" in het Engels) had genoemd. In 2024 bracht Goldberg nog meer uitspraken van Trump over het leger naar buiten, zoals: "We hebben het soort generaals nodig die Hitler had."
Dat Trump de man niet kan luchten, is dus niet zo verwonderlijk. Maar de uithaal van hem en zijn ministers naar Goldberg past ook in een bredere strategie. Door de berichtgeving zelf in twijfel te trekken, maar ook door de journalist (of het medium) achter de berichtgeving in een slecht daglicht te stellen, willen Trump en zijn entourage de aandacht afleiden van het nieuws over het veiligheidslek. En op die manier twijfel zaaien bij de bevolking over de echtheid van het nieuws.
Het is ook zeker niet de eerste keer dat Trump in aanvaring komt met journalisten van wat algemeen als kwaliteitsmedia worden beschouwd. Al tijdens zijn eerste ambtstermijn beschuldigde hij klassieke media als CNN van "fake news" en bestempelde hij hen als "fake media". Toen al blafte hij bepaalde journalisten af, onderbrak hij hen en belette hij hen om vragen te stellen. Die hele 'fake media-strategie' is intussen door een aanzienlijk deel van de Amerikaanse publieke opinie overgenomen.
Tijdens zijn tweede ambtstermijn gaat Trump nog een stapje verder. Zo zijn journalisten van het persagentschap AP niet meer welkom in de perszaal van het Witte Huis, omdat AP weigert de Golf van Mexico de Golf van Amerika te noemen.
Het team van Trump bepaalt voortaan ook welke journalisten in het Witte Huis mogen werken en vragen mogen stellen, ook tijdens persmomenten buiten het Witte Huis. Voorheen werd dat gedaan door een onafhankelijke vereniging van bij het Witte Huis geaccrediteerde journalisten: de White House Correspondents Association.
"In een vrij land zouden leiders niet in staat mogen zijn om hun eigen perskorps te kiezen", reageerde Eugene Daniels, voorzitter van de vereniging, toen de beslissing werd bekendgemaakt.
De felle uithalen naar Goldberg en The Atlantic komen dus niet uit de lucht vallen. Steve Bannon, korte tijd adviseur van Trump tijdens zijn eerste ambtstermijn, zei in 2018 al dat niet de Democraten de echte oppositie zijn, maar de media. Hij had naar verluidt ook een strategie om de media aan te pakken. "De manier om ermee om te gaan, is om hen te overspoelen met stront." ("Flood the zone with shit.") Kort gezegd: zoveel onzin verkopen, dat het selectieproces van de media oververhit raakt en het echte nieuws ondergesneeuwd raakt.



