Zwaarder militair materieel dat geleverd wordt in de haven van Antwerpen/Zeebrugge, raakt erg moeilijk naar landen in Oost-Europa, zoals Oekraïne. Uit een recent rapport van de Europese Rekenkamer blijkt dat ook de Belgische wegen en spoorwegen daar niet op voorzien zijn. VRT NWS neemt poolshoogte in de haven tijdens de levering van 1.800 Amerikaanse gepantserde voertuigen en containers.
"Te smalle tunnels en te veel regels": Amerikaans militair materieel komt aan in haven van Antwerpen, maar transport naar Oost-Europa blijft pijnpunt
Het lentezonnetje boven de haven van Antwerpen/Zeebrugge staat in schril contrast met de donkere wolken die zich boven het militaire bondgenootschap NAVO vormen. Vandaag komen hier ongeveer 1.800 gepantserde militaire voertuigen en containers aan. "Een kleinere operatie", noemt generaal Geert De Decker deze levering. "Maar wel al de vijfde in een jaar tijd."
Van de spanningen tussen Europa en de Verenigde Staten merken ze hier niet veel. De militaire transporten gaan gewoon door zoals gepland. "Ik wil niet te veel kijken naar de toekomst", zegt een Amerikaanse militair. Hij neemt even pauze van het in- en uitladen van het grote transportschip. "Ik kijk enkel naar vandaag. Ik doe mijn job en wat er van mij gevraagd wordt."
Wat verderop, weg van de perscamera's, staat kapitein Kevin Tondeleir. Hij is verantwoordelijk voor deze operatie en kijkt van op een afstandje goedkeurend toe naar het laad- en loswerk. Al moet het moeilijkste werk eigenlijk nog komen: de weg naar het oostfront.
"We moeten daarvoor samenwerken met commerciële partners. Veel militair materieel wordt overgeladen op vrachtwagens van privébedrijven, die het materieel transporteren", vertelt hij.
Maar voor zwaarder militair materieel, zoals de vele gepantserde wagens die hier staan, is dat niet zo eenvoudig. Die moeten overgeladen worden op treinen, en veel van onze spoor- en wegverbindingen zijn op dit moment niet aangepast aan zo'n groot militair transport.
"We hebben natuurlijk op voorhand gekeken dat we het geleverde militaire materieel hier wegkrijgen", vertelt generaal De Decker. "Maar we ondervinden wel pijnpunten. Daarvoor dient deze missie ook, om te kijken wat de kritieke punten zijn en waar we in moeten investeren. Dat is belangrijk, want die militaire mobiliteit is deel van onze taak bij de NAVO."
Wapens raken niet aan het front
Militaire mobiliteit is de laatste jaren een trending topic in militaire kringen. De term verwijst naar het vermogen van defensie om troepen en hun militair materieel snel en efficiënt te kunnen verplaatsen. Stel dat er zich ooit een concrete dreiging voordoet, dan moeten legers snel ingezet kunnen worden, zowel binnen de eigen landsgrenzen als daarbuiten.
Dat klinkt eenvoudiger dan het is, zeker binnen een complexe politieke gemeenschap als de Europese Unie. Elk land binnen de EU heeft verschillende standaarden en (douane)regels. Dat maakt van grote militaire transporten vaak een huzarenstuk.
De Unie probeert, zeker in tijden van de Russische dreiging, alle lidstaten beter op elkaar af te stemmen. Alle EU-landen, op Malta na, hebben zich in 2018 geëngageerd om hun schouders te zetten onder die uniformering. Noorwegen, de VS, Canada en Zwitserland deden dat een paar jaar later. Vandaag, bijna 7 jaar na de start van het project, wordt duidelijk dat onze infrastructuur lang niet voorzien is op een grootschalige militaire ontplooiing.
In een recent rapport van de Europese Rekenkamer, verantwoordelijk voor de opvolging van de investeringen rond militaire mobiliteit, staat dat strijdkrachten van de EU zich op dit moment nog niet snel genoeg door de EU kunnen verplaatsen. Ondanks de miljardeninvesteringen van de Unie zijn de doelstellingen “zowel op korte als op lange termijn nog niet bereikt”, staat er.
Te smalle tunnels en te veel regels
Een aantal factoren bemoeilijken de militaire transporten door de Unie. Zo zijn er de vele regels binnen de Europese Unie, bijvoorbeeld over het transport van gevaarlijke goederen (lees: munitie) over landsgrenzen heen. Vaak zijn daar speciale toelatingen en douaneformulieren voor nodig. Dat kan vaak erg lang duren, terwijl tijdens een militaire ontplooiing elke seconde telt.
De rol die ons land speelt in die militaire ontplooiing, is groot. Dat komt vooral door de belangrijke functie van de Haven van Antwerpen/Zeebrugge. Die wordt door de NAVO en door bondgenoten gebruikt als doorvoerpunt voor militaire goederen. Het is een belangrijke schakel in de trans-Atlantische bevoorradingsroutes.
Met andere woorden: als het tot een grootschalig conflict komt, zal een groot deel van de militaire transporten van bondgenoten aan de andere kant van de oceaan (lees: de VS en Canada) via de haven verlopen.
Maar de Belgische infrastructuur is op dit moment niet voorzien op een grootschalige militaire ontplooiing. “In België zijn bruggen vaak niet in staat om het gewicht van gepantserde voertuigen te dragen, en ze zijn niet eens voorzien van zichtbare militaire gewichtsklassen om gemakkelijk militaire transporten te plannen en te stroomlijnen, zoals dat tijdens de Koude Oorlog wel gebeurde”, vertelt Simon Van Hoeymissen. Hij is onderzoeker aan de Koninklijke Militaire School (KMS) gespecialiseerd in militaire mobiliteit.
Ook het spoornet is daar niet op voorbereid. "Spoorwegtunnels zijn te smal. Bij militaire transporten naar Frankrijk moet eerst de bepantsering van de voertuigen gehaald worden, voor ze de tunnels in kunnen rijden."
"Bovendien heeft ons land ook te weinig treinwagons die aangepast zijn om gepantserde voertuigen te vervoeren", zegt hij. "Ook hebben we onvoldoende oog voor weerbaarheid. Zo hebben we onvoldoende diesellocomotieven die, in geval van een stroomuitval, nog zouden kunnen rijden. Ons land heeft ook geen militaire 'roll-on/roll-off-schepen' (om bijvoorbeeld gepantserde voertuigen en tanks te laden en lossen) meer."
Bovendien is het erg moeilijk om nu in allerijl bruggen en tunnels te gaan bouwen. “We hebben amper materiaal om militaire bruggen te leggen. Onze industrie is op dit moment ook niet groot genoeg om al deze zaken op korte termijn te produceren. Als we die zaken zouden aankopen in het buitenland, dan kan dat ertoe leiden dat het materieel niet compatibel is met dat van andere landen.”
Heft in eigen handen
Zowel op korte als op lange termijn is er dus niet meteen een oplossing, en dat is problematisch voor de landen in Oost-Europa die grenzen aan Rusland. Die kunnen niet wachten op de wederopbouw van de Europese defensie-industriële capaciteit, voor ze hun militaire aankoopprogramma’s opstellen en uitvoeren.
Er moet dus dringend geïnvesteerd worden in de Belgische infrastructuur om militaire transporten mogelijk te maken, maar dat is erg duur. "Het militaire mobiliteitsbudget van de EU bevat 1,7 miljard euro voor alle EU-landen", vertelt brigadegeneraal Katrien D'Hert. Ze is directeur logistiek bij de Militaire Staf van de Europese Unie.
"Ook België kan zo genieten van ongeveer 90 miljoen euro aan steun voor een 3-tal projecten, ook in de haven van Antwerpen."
Dat bedrag is niet erg hoog, en bovendien zijn alle middelen al toegewezen. De onderhandelingen om het budget te verhogen, zijn al opgestart, maar zullen ten vroegste landen in 2028. En dan moeten de effectieve infrastructuurwerken nog starten.
"In de huidige geopolitieke context is dat inderdaad geen goed nieuws", erkent D'Hert. "Europa moet daarom dringend werk maken van een regeling die een zekere flexibiliteit garandeert voor defensie, om ook vandaag strijdkrachten vlotter te kunnen ontplooien en verplaatsen, zonder de normale economische werking in het gedrang te brengen."






