De Clean Industrial Deal - het plan van Europa om de industrie weer te versterken - komt geen dag te vroeg voor de chemiesector in de Antwerpse haven. Dat zegt Essenscia, de federatie van de chemische sector in ons land. De sector verkeert in een crisis en vooral de Antwerpse haven draagt daar de gevolgen van. Maar hoe belangrijk is de Scheldestad als 'levensader' van de Europese industrie?
Antwerpse haven als 'levensader' van chemiesector, hoe belangrijk is Europese industriedeal voor de stad?
Wanneer we kijken naar het nieuws van de afgelopen jaren over de chemiesector, krijgen we geen fraai beeld: chemiebedrijf BASF dat een groot besparingsplan aankondigt, Ineos Phenol dat reorganiseert of rubberproducent Arlanxeo die in Zwijndrecht de deuren sluit. Het is al wel langer duidelijk: de sector is in crisis. En die crisis begon enkele jaren geleden bij de start van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne.
De energieprijzen stegen en daardoor kwam er een bikkelharde concurrentie met onder meer de Verenigde Staten en China, waar energie een pak goedkoper is. Bedrijven kregen het moeilijk en het voorbije jaar gingen er meer dan 1.000 jobs verloren in de sector.
Het maatschappelijk belang van de sector valt niet te onderschatten, klinkt het. "95 procent van de producten die we gebruiken, is gelinkt aan chemie", zegt Gert Verreth van Essenscia, de federatie van de chemische en de farmaceutische sector.
"Denk bijvoorbeeld aan afwas- of verfmiddelen, textiel, tandpasta, batterijen of isolatiemateriaal voor gebouwen. Daar zijn allemaal chemische processen aan voorafgegaan. Het lijkt soms ver van je bed, want je stapt als consument geen 'chemiewinkel' binnen. Maar eigenlijk kom je er ontelbare keren mee in aanraking."
Voor Antwerpen zijn de gevolgen van de crisis groot, want de Antwerpse haven is de grootste chemiecluster van Europa. En dat is niet onlogisch. De haven van Antwerpen heeft verschillende troeven in handen waardoor internationale bedrijven ervoor kiezen om er een productiesite te hebben.
Logistieke toegangspoort
Eerst en vooral is er de ligging. Antwerpen is dé toegangspoort voor import en export. "Het belang van logistiek is niet weg te denken. Als je je industrie kunt vestigen in de haven van Antwerpen, heb je heel gemakkelijke aan- en afvoermogelijkheden", zegt Thierry Vanelslander, professor regionale economie aan UAntwerpen.
Daarnaast zitten de bedrijven erg dicht bij elkaar en zijn ze onderling sterk geconnecteerd. "Via pijpleidingen kunnen ze grondstoffen uitwisselen. Wanneer een bedrijf een product maakt, komen er ook nog restproducten vrij waar dat ene bedrijf misschien niets meer aan heeft. Die restproducten kunnen via pijpleidingen afgevoerd worden naar andere installaties, waardoor andere bedrijven het kunnen gebruiken als basisgrondstof", zegt Gert Verreth van Essenscia.
Talent en innovatie
Verder is er ook veel expertise aanwezig in Antwerpen. "Van de 100.000 jobs in de sector in België bevinden zich er 35.000 in de provincie Antwerpen. Er is veel talent aanwezig met de juiste vaardigheden. Die veranderen natuurlijk voortdurend door de opkomst van nieuwe technologieën en klimaatinnovaties. De nood aan technologisch talent blijft dus groot", zegt Verreth.
In samenwerking met de stad Antwerpen werd in de haven ook BlueChem opgericht, een plek waar start-ups werken aan duurzame technologieën. Zij kunnen door hun strategische locatie dan weer nauw samenwerken met de grote chemiebedrijven om hun innovaties uit te testen, om ze zo snel mogelijk toe te passen.
Je zou de chemiesector de hofleverancier van andere sectoren kunnen noemen
Gert Verreth, woordvoerder Essenscia
"Het economisch gewicht van de chemie is dubbel zo hoog in ons land als je het vergelijkt met andere industrielanden", zegt Verreth. "Het is de 'levensader' van de industrie. Veel dingen die binnen de chemie gemaakt worden, zijn nodig voor andere toepassingen. Je zou het de hofleverancier van andere sectoren kunnen noemen."
Net daarom is het van cruciaal belang dat de sector overeind kan blijven in Antwerpen, klinkt het. Het was dan ook niet verrassend toen tientallen industriële spelers uit Europa vorig jaar samenkwamen bij BASF in Antwerpen om de 'Antwerp Declaration' te tekenen, een noodkreet om de industriële concurrentiekracht te herstellen.
Kan Clean Industrial Deal het tij doen keren?
Een jaar na datum kwam er gehoor aan de oproep. Gisteren stelde Europees commissievoorzitter Ursula von der Leyen de Clean Industrial Deal voor om de Europese industrie opnieuw te versterken.
De reacties daarop waren gemengd. Verschillende bedrijven - zoals Ineos, ArcelorMittal en TotalEnergies - vonden de deal nog veel te vaag of vonden hem maar niks.
Volgens Port of Antwerp-Bruges is het een stap in de goede richting. "Op een jaar tijd kon de Europese Commissie nog geen mirakels verwezenlijken, nadat er een nieuwe commissie ingericht moest worden na de verkiezingen. Maar in de deal staan al duidelijke standpunten en we hebben begrepen dat het hoog op de agenda staat", zegt CEO Jacques Vandermeiren.
"Nu is het tijd om de handen uit de mouwen te steken om al die mooie woorden om te zetten in wetten, decreten en financiële ondersteuning. Het is delivery time."
Ook professor Thierry Vanelslander benadrukt de hoogdringendheid. "Het signaal is goed. Alles begint met bewustzijn en tot vorig jaar leek het alsof het bij Europa alleen maar ging om groen en niet om industrie", zegt hij.
"Dat is duidelijk rechtgezet. Er is een grof kader aan maatregelen, maar die moeten zo snel mogelijk concreet worden. De wereld is heel snel aan het veranderen, zelfs op dagbasis. Dus er moet snel een uitrol komen van die acties."


