Naar hoofdinhoud
Kinderen spelen rond hun tent in het kamp van Jabalia in Gaza.

Waarom veel Palestijnen na meer dan 75 jaar nog altijd in 'vluchtelingenkampen' wonen

Het Israëlische leger heeft de voorbije weken verschillende Palestijnse 'vluchtelingenkampen' op de Westelijke Jordaanoever ontruimd. Anders dan het woord doet vermoeden, zijn die vluchtelingenkampen vandaag overvolle stadswijken. Waarom wonen veel Palestijnen daar nog altijd, meer dan 75 jaar na de stichting van de staat Israël in 1948?

Sara Van Poucke
Gepubliceerd:

Het woord 'vluchtelingenkamp' roept beelden van op van tentenkampen waar mensen op de vlucht voor oorlog of honger hun toevlucht zoeken. 

Zo zagen ook de Palestijnse vluchtelingenkampen er uit, na de oprichting van de Israëlische staat in 1948. Vandaag, vele decennia later, zijn ze uitgegroeid tot overvolle stadswijken.  

Hoe zijn de Palestijnse vluchtelingenkampen ontstaan, en waarom wonen veel Palestijnen vandaag nog altijd in vluchtelingenkampen?

1. Hoe zijn de vluchtelingenkampen ontstaan?

Wanneer de Joodse leider David Ben-Gurion op 14 mei 1948 eenzijdig de onafhankelijkheid van de staat Israël uitroept in een deel van het voormalige Britse mandaatgebied Palestina, vallen de Arabische buurlanden Egypte, Jordanië, Syrië en Irak binnen om dat te verhinderen.

Er breekt een oorlog uit die meer dan een jaar zal duren en waarbij Israël uiteindelijk nog meer gebied verovert. Zo'n 750.000 Palestijnen vluchten voor het geweld of worden door Israëlische milities verdreven uit hun dorpen en huizen. 

Bij de Palestijnen staat dat bekend als Al Nakba, de catastrofe.

De verdreven en gevluchte Palestijnen zoeken hun toevlucht in de buurlanden Syrië, Libanon en Jordanië, en in Gaza en de Westelijke Jordaanoever, die na de wapenstilstand in 1949 onder controle komen te staan van respectievelijk Egypte en Jordanië.

Ze komen terecht in tentenkampen die worden opgezet door UNRWA (United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East). De VN-organisatie is opgericht, in 1949, om de Palestijnse vluchtelingen op te vangen.

Palestijnse vluchtelingen in Gaza, in 1949.

In 1967 breiden de vluchtelingenkampen nog uit als veel Palestijnen opnieuw moeten vluchten door de Zesdaagse Oorlog, waarbij Israël Gaza en de Westelijke Jordaanoever bezet. Er komen ook nieuwe vluchtelingenkampen bij om alle gevluchte en verdreven Palestijnen - minstens 250.000 mensen - op te vangen.

2. Hoeveel Palestijnen wonen in vluchtelingenkampen?

Meer dan 75 jaar na de Nakba wonen veel Palestijnen nog altijd in vluchtelingenkampen. De tentenkampen zijn in de loop van de decennia uitgegroeid tot overvolle stadswijken.

Er zijn 58 door UNRWA erkende vluchtelingenkampen: 8 in Gaza, 19 op de Westelijke Jordaanoever (met inbegrip van Oost-Jeruzalem), 10 in Jordanië, 12 in Libanon en 9 in Syrië. In Syrië zijn er evenwel nog 3 'onofficiële' vluchtelingenkampen. Het bekendste is Yarmouk, een buitenwijk van de hoofdstad Damascus, waar vooral Palestijnse vluchtelingen wonen.

In totaal leven vandaag zo'n 1,5 miljoen Palestijnen in een van de 58 erkende vluchtelingenkampen. Dat is bijna een kwart van alle Palestijnen die geregistreerd zijn als vluchteling.

Volgens UNRWA gaat het om 5,9 miljoen mensen. De meesten van hen zijn niet zelf op de vlucht geslagen, maar zijn nakomelingen van de verdreven en gevluchte inwoners tijdens de oorlog van 1948. 

UNRWA definieert Palestijnse vluchtelingen als 'personen wier normale verblijfplaats Palestina was in de periode van 1 juni 1946 tot 15 mei 1948, en die zowel hun huis als hun bestaansmiddelen ​​verloren als gevolg van het conflict van 1948, en de nakomelingen van deze personen.' 

Een school van UNRWA.

De VN-organisatie staat geregistreerde Palestijnse vluchtelingen bij, zoals een overheid haar bevolking bijstaat. Ze levert basisvoorzieningen, zoals gezondheidszorg, onderwijs, en sociale dienstverlenging, vooral in de vluchtelingenkampen.

Maar UNRWA beheert die vluchtelingenkampen niet en houdt er ook geen toezicht. Dat komt toe aan de overheid van het gebied waar het kamp gelegen is. In de praktijk bemoeien de regeringen van de gastlanden zich vaak nauwelijks met de kampen.

3. Waarom bestaan de vluchtelingenkampen nog altijd?

Waarom zijn die vluchtelingenkampen er nog altijd, meer dan 75 jaar na de Nakba? En waarom worden ze door UNRWA nog altijd 'vluchtelingenkampen' genoemd?

Zoals de meeste oorlogsvluchtelingen gaan ook de Palestijnen er aanvankelijk van uit dat ze slechts tijdelijk in de kampen zullen blijven. Ze denken dat ze na de oorlog van 1948 zullen terugkeren naar hun huizen en dorpen, die intussen in Israël liggen.

Dat recht op terugkeer is hen ook toegekend door de VN in december 1948. Resolutie 194 bepaalt dat 'Palestijnen die in vrede met hun buren willen leven zo snel mogelijk moeten kunnen terugkeren na de oorlog'.

Maar Israël heeft nooit gevolg gegeven aan die beslissing.

Een Palestijnse vrouw die in 1948 uit haar dorp werd verdreven, heeft de sleutel van haar huis bewaard.

Israël vindt intussen dat de VN het vluchtelingenprobleem in stand houdt door de vluchtelingenstatus van de Palestijnen te behouden. Israël zou liever zien dat de Palestijnse vluchtelingen hun identiteit verliezen door te integreren in hun gastlanden. 

Om precies dat te vermijden en het recht op terugkeer van de Palestijnen te beschermen, zijn de Arabische landen in 1959 overeengekomen om geen staatsburgerschap te verlenen aan Palestijnse vluchtelingen.

Die redenering is een erkenning van hun status als ontheemden. Maar de keerzijde is wel dat de meeste Palestijnen in de buurlanden niet worden behandeld als volwaardige burgers.

Hierdoor hebben ze weinig rechten en staat de deur naar discriminatie open: zo is het hen bijvoorbeeld niet toegestaan om in overheidsdienst te werken. Ook blijven ze zo afhankelijk van UNRWA en andere hulporganisaties.

Alleen Jordanië is een buitenbeentje. Daar zijn de meeste Palestijnen die afkomstig zijn van de Westelijke Jordaanoever wel staatsburgers geworden. Meer dan 60 procent van de Jordaanse bevolking is van Palestijnse origine. 

Het vluchtelingenkamp Talibeh in Jordanië.

De Palestijnse vluchtelingenkampen zijn uitgegroeid tot een blijvend symbool van de onopgeloste vluchtelingenkwestie. Voor Israël zijn ze als dusdanig een doorn in het oog.

4. Hoe is het leven in de vluchtelingenkampen?

Vluchtelingenkampen zoals we ons die traditioneel voorstellen, zijn de 58 Palestijnse vluchtelingenkampen allang niet meer.

Vanaf de jaren 50 maken de tenten plaats voor eenvoudige betonnen huizen. In de daaropvolgende decennia worden bovenop die huizen extra verdiepingen gebouwd. Tussen de blokken door ontstaat een wirwar van smalle steegjes.  

De vluchtelingenkampen zijn stadswijken geworden waar mensen dicht op elkaar leven, vaak in slechte omstandigheden en met nauwelijks wat groen. De infrastructuur is beperkt, water en elektriciteit vallen regelmatig uit.

In Jenin bijvoorbeeld, een van de kampen op de Westelijke Jordaanoever die nu zijn ontruimd door het Israëlische leger, leefden tot voor kort zo'n 14.000 inwoners op een oppervlakte van nog geen halve vierkante kilometer. En sommige andere vluchtelingenkampen zijn zelfs nog dichter bevolkt.

De uitzichtloze omstandigheden in de kampen zijn vanaf de jaren 60 mee een voedingsbodem voor de opkomst van Palestijnse gewapende verzetsorganisaties. Eerst de seculiere PLO van Yasser Arafat, later radicaal-islamitische groepen als Hamas en Islamitische Jihad.

Israël ziet de vluchtelingenkampen als 'terroristische bolwerken' en valt er regelmatig met veel machtsvertoon binnen. Begin dit jaar heeft het Israëlische leger op de Westelijke Jordaanoever 3 kampen ontruimd en aangekondigd dat ze ze zeker een jaar bezet zal houden.

Nur Shams, een van de vluchtelingenkampen op de Westelijke Jordaanoever die ontruimd zijn door het Israëlische leger.

Het roept herinneringen op aan 2002, toen het Israëlische leger na de Tweede Intifada, de Palestijnse opstand, het vluchtelingenkamp van Jenin bezette na een grootschalige operatie en 10 dagen van intensieve gevechten.

Ook tijdens de aanhoudende bombardementen op Gaza zijn vluchtelingenkampen, vooral dat van Jabalia, vaak het doelwit geweest van de Israëlische luchtaanvallen. Ook dan heeft het Israëlische leger aangevoerd dat het strijders van Hamas viseerde die zich in de vluchtelingenkampen schuilhielden. 

Jabalia ligt in puin, na de maandenlange Israëlische luchtaanvallen.

Ook de Palestijnse vluchtelingenkampen in de buurlanden zijn vaak het doelwit van geweld. Berucht is het bloedbad in de kampen van Sabra en Shatila tijdens de Libanese burgeroorlog. In 1982 valt Israël Libanon binnen om de PLO te verdrijven. Het Israëlische leger kijkt toe wanneer Libanees-christelijke milities honderden Palestijnen doden in de vluchtelingenkampen. 

BEKIJK
Bekijk: In 2023 trok Inge Vrancken naar het dichtbevolkte vluchtelingenkamp van Shatila (Terzake, 31/10/23)

Tijdens de oorlog in Syrië wordt Yarmouk, het grootste vluchtelingenkamp van Syrië, aan de rand van Damascus, dan weer lang belegerd door het leger van president Bashar al-Assad, aangevallen door extremistische organisaties en gebombardeerd. Vandaag, zo'n 10 jaar later, is de ravage in het kamp nog altijd niet te overzien.

10 jaar na de verwoesting van Yarmouk in het vluchtelingenkamp nog altijd zo goed als onbewoonbaar.

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Maak van VRT NWS jouw voorkeursbron op Google

Google heeft een nieuwe functie gelanceerd waarmee je zelf kunt kiezen welke bronnen je eerst ziet wanneer je zoekt. Zo mis je nooit meer het laatste nieuws van VRT NWS.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"