Vakantiegangers die buiten de Europese Unie wonen en een huis willen kopen in Spanje, zullen daar een belasting van 100 procent op moeten betalen. Dat plan wil de Spaanse premier Pedro Sánchez doorvoeren, in een poging om de huizenmarkt in Spanje opnieuw onder controle te krijgen. Ook eigenaars die een appartement verhuren aan toeristen, kunnen in dat geval een serieuze belastingverhoging verwachten. De oppositie is tegen en zegt dat de beslissing voortkomt uit een angst voor buitenlanders.
Zijn goedkope buitenverblijven in Spanje verleden tijd? Spaanse regering wil toeristische verblijven voor niet-EU-burgers zwaar belasten
Veel Spanjaarden liggen wakker van de problemen op de huizenmarkt. Betaalbaar wonen is de laatste jaren een enorm probleem geworden in het land. Ongeveer 35 procent van de Spanjaarden, bijna 3 keer het Europese gemiddelde, zegt dat ze geen betaalbare woning meer vinden in grote steden, waar de prijs per vierkante meter soms 7.000 euro of meer bedraagt.
Spanje wordt steeds populairder bij toeristen, om te reizen, maar ook om te kopen. In 2024 trokken 94 miljoen toeristen naar het schiereiland, 10 procent meer dan het jaar ervoor en een absoluut record. Velen onder hen beslissen ook om er een huis te kopen: buitenlandse vakantiegangers kopen tussen de 60.000 à 90.000 eigendommen per jaar, vaak als tweede verblijf of om te verhuren. De prijzen waaraan de woningen verkocht worden, zijn voor veel Spanjaarden onbetaalbaar.
De Spaanse regering heeft nu een actieplan opgesteld dat de problemen op de huizenmarkt moet aanpakken. De eerste minister Pedro Sánchez heeft aangekondigd dat er een verhoging van 100 procent komt, gericht op niet-EU-burgers die een woning in Spanje willen kopen. De regering wil hierdoor komaf maken met het idee dat Spanje de plaats bij uitstek is om voor een prikje een verblijf onder de zon aan te schaffen.
Ook huiseigenaren die hun verblijf in Spanje verhuren aan toeristen, kunnen zich aan een pittige belastingverhoging verwachten. Zo worden ook toeristenappartementen binnenkort even hard belast als bedrijven. De regering maakt wel een uitzondering voor eigenaars die hun leegstaande woning op dit moment aan een eerlijke prijs (en voor langere periode) verhuren.
Eerste stap in goede richting
De maatregelen van de overheid zijn een stap in de goede richting, meent Marcel Jansen. Hij is professor Arbeidseconomie aan de universiteit van Madrid, en merkt zelf hoe snel de prijzen stijgen. "Voor een huurappartement in de stad dat enkele jaren geleden nog voor 1.200 euro per maand verhuurd werd, betaal je nu ruim 3.000 euro."
De prijzen swingen dus de pan uit en daar zijn vooral jongeren het slachtoffer van. "Een studio-appartement hier in Madrid kost al snel 1.800 euro, terwijl veel jongeren minder dan 2.000 euro verdienen. Voor hen zit er niet veel anders op dat bij hun ouders te blijven wonen. Spanje blijft op dat gebied een lage-inkomensland. Mensen van buiten de EU met een hoger loon kunnen daardoor bedragen neerleggen die volledig buiten de marktprijs liggen."
Toch is de kans dat de maatregelen een grote impact zal hebben op de huizencrisis, eerder klein. Het Spaanse immoplatform Fotocasia berekende dat slechts 2 procent van de Spaanse huizen verkocht wordt aan buitenlanders van buiten de EU. Niet-EU-inwoners kochten in 2023 27.000 eigendommen in Spanje, "niet om er in te wonen", maar "om er geld mee te verdienen", aldus premier Sánchez.
Deze maatregel alleen is wel niet voldoende, denkt Jansen. Er is nog heel wat werk aan de winkel. "De huizencrisis is het gevolg van een fout beleid. In Spanje kennen ze niet zoiets als een sociale huurwoning. Er worden wel sociale woningen gebouwd, maar die belanden na een 10-tal jaar op de reguliere huizenmarkt. Er is dus geen manier om mensen toegang te verlenen tot een huurhuis met een verminderde prijs."
"Spanje moet dus snel meer sociale huurwoningen gaan bouwen", zegt Jansen. "Sánchez heeft dan enkele ambitieuze plannen aangekondigd, waarin hij aangeeft veel sociale woningen te willen bouwen. Maar het tempo waaraan die er komen, ligt veel te laag en bestrijkt al snel een decennium. Ook op korte termijn moeten er dus extra maatregelen komen", concludeert hij.
Oppositiepartijen kwaad
De Spaanse oppositiepartijen vrezen dat de maatregelen van de overheid een verkeerd effect zullen hebben. "Het probleem is niet dat mensen in Spanje willen leven, maar dat er een tekort is aan woningen", zegt Luis de la Matta, woordvoerder van de volkspartij PP. "We zullen die xenofobe maatregel niet steunen."
De PP zwaait de plak in de meeste regio's die populair zijn bij Britse en Latijns-Amerikaanse kopers van tweede huizen, zoals Andalusië, Valencia, de Canarische Eilanden en de Balearen. Eerder probeerde Sánchez om de huizenmarkt er te hervormen en de huurprijzen van woningen te reguleren, maar de regionale regeringen hebben die maatregelen tegengehouden.
Met het nieuwe pakket probeert de premier nu het regionale gezag te omzeilen, maar dat stuit op kritiek bij de oppositie. Ze vinden de maatregel niet correct, omdat niet-EU-burgers in hun regio's vaak huizen kopen die voor Spanjaarden niet interessant zijn, zoals vakantiehuizen aan het strand of dure woningen in het midden van de stad. "Het grootste probleem is dat er te weinig goedkope woningen zijn", klinkt het.


