De Stichting Marc Sleen wacht niet tot 70 jaar na de dood van de tekenaar om het auteursrecht vrij te geven. Sinds 1 januari kan iedereen aan de slag met de figuren van de Nero-strips. Dat is een grote uitzondering op het auteursrecht van overleden kunstenaars. De stap is toegelicht op de ‘Publiekdomeindag’ in Brussel. Andere kunstenaars van wie het werk in het publiek domein komt zijn onder meer Frida Kahlo of de gebroeders Lumière.
"Als we 70 jaar moeten wachten, dan is Nero dood": stripfiguren van Marc Sleen uitzonderlijk nu al vrij te hergebruiken
Striptekenaar Marc Sleen overleed in 2016. Volgens de wet vervallen de auteursrechten op zijn werk pas in 2087, 70 jaar na zijn dood. Maar de Stichting Marc Sleen wil zolang niet wachten. "2087 is een eeuwigheid", verzucht Noël Slangen. "Als we tot dan wachten, dan is Nero ook dood. Het is nu eenmaal zo dat de interesse wegdeemstert. En we willen niet dat er een ‘EINDE’ komt aan Nero."
Sinds 1 januari dit jaar zijn daarom Nero, madam Pheip, Jan Spier, 'admiraal' Tuizentfloot, Petoetje en Petatje en alle andere kleurrijke personages uit de Nero-strips vrij van auteursrecht. Iedereen kan ermee aan de slag. En dat gebeurt ook. In maart verschijnt zo’n eerste album, ‘De babbelkousen’, door Willy Linthout en Ann Smet. Ze werken ook al aan een tweede album.
"In 2030 gaan we nog een stapje verder", zegt Noël Slangen van de Stichting Marc Sleen. "Dan zijn ook de echte tekeningen van Marc Sleen zelf vrij van auteursrecht, dan kan iedereen zijn werk vrij heruitgeven en hoeft men geen toestemming meer te vragen."
Wettelijke bescherming tot 70 jaar na overlijden
Het is een uitzonderlijke stap van de Stichting Marc Sleen. Voor de auteursrechten op creatief werk van een overleden kunstenaar gelden namelijk strenge regels. "Een boek, een schilderij, een muziekstuk geniet wettelijke bescherming tot 70 jaar na de dood van de auteur", licht Bart Magnus van Meemoo, het Vlaams instituut voor het archief, toe. "Dat is zo in België en andere EU-landen. Als die termijn verstreken is, dan komt het werk in het publiek domein. Dan kan iedereen het gebruiken zonder beperking, zonder vooraf toestemming te vragen aan erfgenamen of beheersvennootschappen."
Dat biedt een waaier aan mogelijkheden voor het ruimere publiek en voor andere creatieve makers: "Het werk wordt breder verspreid en je kunt er nieuw werk mee maken, bijvoorbeeld een toneel- of filmadaptatie van een boek, een nieuwe interpretatie van een muziekstuk, een schilderij dat op een ander gebaseerd is. Zelfs ook commercieel: denk aan het 'Melkmeisje' van Vermeer, dat op een potje yoghurt staat."
Publiekdomeindag is een dag om te vieren en te sensibiliseren
Bart Magnus - Meemoo, Vlaams instituut voor het archief
Meemoo is 1 van de initiatiefnemers van de ‘Publiekdomeindag ’ in de Koninklijke Bibliotheek KBR in Brussel, waar allerlei medewerkers uit de museum- en archiefwereld verzamelen blazen. Een week geleden, op 1 januari, zijn namelijk alle werken vrijgekomen van kunstenaars die 70 jaar geleden zijn overleden. Voor 2025 zijn dat artiesten met hun sterfdatum in 1954.
Frida Kahlo, Robert Capa, de broers Lumière
Daar zijn grote namen bij, zoals de Mexicaanse kunstenares Frida Kahlo, oorlogsfotograaf Robert Capa , de Amerikaanse componist Charles Ives of de Franse schrijfster Colette. De pionier-films van de gebroeders Lumière komen ook in het publiek domein, 70 jaar na de dood van de laatste broer.
In ons land gaat het om wat minder bekende kunstenaars, zoals beeldhouwer Victor Rousseau, schilders Anto Carte, Emmanuel Viérin en Jan De Smedt of componist Flor Alpaerts.
'Publiekdomeindag' is een feestelijke dag, zegt Bart Magnus van Meemoo. "Een dag om te vieren en te sensibiliseren, omdat er op 1 januari van elk jaar telkens opnieuw werken deel uitmaken van het publiek domein."
Jean Brusselmans in Dilbeek
Vorig jaar, op 1 januari 2024, was dat bijvoorbeeld het geval voor de schilderijen van Jean Brusselmans. Dat er geen auteursrecht meer rust op zijn werk, daar heeft ‘zijn’ gemeente Dilbeek meteen dankbaar gebruik van gemaakt: er kwamen tentoonstellingen, publicaties en een wandelroute. Afbeeldingen van de schilderijen van Brusselmans waren makkelijk te krijgen. “De musea hebben ons heel goed geholpen,” zegt Jan Margot van het Cultuurplatform Dilbeek.
Peter Paul Rubens toch nog beperkt?
Hoewel er soms sprake is van hinderpalen. Medewerkers van het Rubenshuis in Antwerpen getuigen hoe ze op allerlei administratieve en financiële muren botsen, wanneer ze bij andere musea beeldmateriaal van schilderijen van Rubens opvragen. Peter Paul Rubens: nochtans overleden in 1640, véél langer dan 70 jaar geleden.
Juridisch labyrint
Publiek domein of niet: het blijft soms een juridisch kluwen, zeker omdat het internet geen grenzen kent. Het werk van Frida Kahlo is vanaf 1 januari vrij van auteursrecht, 70 jaar na haar dood, maar in haar geboorteland Mexico is en blijft de termijn 100 jaar. Of neem nu Kuifje: de oerversie in zwart-wit is sinds 1 januari rechtenvrij in de Verenigde Staten, maar elders niet.
Soms rust er een handelsmerk op een afbeelding, en dan hoor je er af te blijven. In Italië mag je helemaal niets hergebruiken uit de nationale musea. Geen 'Mens van Vitruvius' van Da Vinci, geen 'Venus' van Botticelli, wegens cultuurhistorische redenen. Nog een voorbeeld: de dagboeken van Anne Frank zijn online te raadplegen, behalve in Nederland, waar andere termijnen gelden voor het auteursrecht.
België volgt de Europese richtlijn: alles in het publiek domein moet vrij zijn van beperkingen om te hergebruiken
Bart Magnus - Meemoo, Vlaams instituut voor het archief
"We leven in een zeer digitale, internationale wereld waar geografische beperkingen moeilijk te handhaven zijn", zegt Bart Magnus van Meemoo. "Zeker in andere Europese landen is er nog wetgeving die toch controle probeert te behouden op de verspreiding en het gebruik van werken, maar in ons land valt dat mee. De Belgische wetgeving volgt de Europese richtlijn, die stelt dat alles wat in het publiek domein zit, vrij moet zijn van beperkingen om te hergebruiken."
Nieuw Wiki-materiaal
Een concreet en zeer zichtbaar gevolg van het aflopen van de beschermingstermijn is alvast dat er veel nieuw beeldmateriaal op Wikipedia en Wikimedia wordt gepubliceerd, zowel door instellingen zoals archieven en musea als door privépersonen. "Het is dan ook het meest laagdrempelige platform", besluit Bart Magnus.


