Er moet in Limburg dringend een duurzaam aangepast woonbeleid komen voor mensen met dementie. Dat zegt Niels Hendriks, die voor School of Arts (LUCA) onderzoek voert naar leven met dementie. In Limburg zal het aantal mensen met dementie de komende 10 jaar stijgen met 31 procent, maar de zorgverlening is daar volgens Hendriks nog niet op afgestemd. "Naar een woonzorgcentrum gaan, is niet altijd de beste oplossing. Maar thuis blijven zonder extra zorg, is ook geen goed idee. Er zijn dus goede tussenoplossingen nodig", zegt hij.
Dementie-expert waarschuwt: "Zorgsector in Limburg is niet klaar voor verwachte golf van mensen met dementie"
Uit onderzoek van de KU Leuven blijkt dat het aantal mensen met dementie de komende 10 jaar met 24 procent zal toenemen. In Limburg stijgt dat aantal zelfs met 31 procent. Volgens het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen was Limburg lange tijd een relatief jonge provincie. Maar die mensen worden ook ouder en bereiken de komende 10 jaar leeftijdscategorieën waar dementie vaker voorkomt.
Mensen met dementie hebben 2 keuzes op dit moment: thuis blijven of verhuizen naar een woonzorgcentrum. Dat zijn er volgens designexpert Niels Hendriks te weinig. Hij doet onderzoek naar oplossingen voor dementie.
"Naar een woonzorgcentrum gaan, is niet altijd de best passende oplossing, maar thuis blijven zonder extra zorg is ook geen goed idee. Naar goede tussenoplossingen is het nog zoeken, maar die zullen in de toekomst nodig zijn. De zorg in Limburg is niet aangepast aan de toekomstige golf van patiënten."
Meer experimenteren met oplossingen
Hendriks maakt de vergelijking met de gehandicaptenzorg, die op vlak van oplossingen al veel verder staat. "Binnen Limburg, maar ook binnen Vlaanderen zien we weinig experimenten rond oplossingen voor dementie. Die zien we wel terug in de gehandicaptenzorg."
Volgens Hendriks moeten zorginstellingen en overheden durven nadenken over alternatieven voor thuiszorg of een woonzorgcentrum. "Er zijn al een paar mooie initiatieven voor mensen met dementie rond kleinschalig wonen, maar er bestaan nog te weinig initiatieven die wat meer de experimentele weg opgaan. Die gaan we in de toekomst nodig hebben, want de zorgsector staat al onder druk", waarschuwt hij.
Kinderen willen vaak zelf voor hun ouders zorgen, maar dat is niet altijd de beste oplossing
Niels Hendriks, onderzoeker naar oplossingen voor dementie
Volgens Hendriks staat de gehandicaptenzorg al verder met experimentele oplossingen omdat de urgentie groter bevonden wordt. "Voor een kind met een beperking gaan de ouders sneller denken aan later. Als de ouders zelf zorg nodig hebben, wie gaat er dan voor het kind zorgen? Dan zie je dat die groep zich sterker gaat verenigen en samen de geschikte zorg voor de kinderen zoekt."
"Dat zien we bij personen met dementie veel minder. Als de aandoening in een vroeg stadium wordt ontdekt, gaat de patiënt misschien zelf al denken aan wat de gevolgen voor later kunnen zijn. Maar later, wie is er dan nog? De kinderen zelf willen waarschijnlijk wel voor hun ouders zorgen, maar dat is niet altijd de beste oplossing.
Urgentie wordt minder groot bevonden
Daarnaast wordt de urgentie voor mensen met dementie over het algemeen minder groot bevonden dan de urgentie die ouders voor hun kinderen met een beperking voelen. Maar die urgentie is wel degelijk even groot, want de impact van de aandoening kan enorm groot zijn."
"We worden allemaal ooit oud, daar ontkom je niet aan. We moeten als maatschappij praten over de gevolgen van dementie en we moeten samen nadenken over oplossingen. Misschien moeten we het experimenteren met nieuwe vormen en oplossingen ook feller gaan toejuichen", vindt Hendriks.
Nood aan persoonsgebonden budget voor jongdementie
Wat volgens Hendriks ook al kan helpen, is het herbekijken van de voorwaarden voor een persoonsgebonden budget. Dat is een budget op maat waarmee de patiënt zelf zorg en ondersteuning kan kopen. Maar niet iedereen kan dat krijgen.
"Nu krijgen mensen met jongdementie dat niet, want dat wordt gezien als een psychische problematiek, terwijl dat eigenlijk een biologische aandoening is. Daardoor komt de zorg bij de kinderen terecht die vaak al op hele jonge leeftijd mantelzorger worden. Dat is loodzwaar."
Ook mensen met dementie hebben een persoonsgebonden budget nodig omdat er wel degelijk sprake is van een biologische oorsprong, geen psychische oorsprong
Niels Hendriks, onderzoeker naar oplossingen voor dementie
Ook voor het persoonsgebonden budget maakt Hendriks de vergelijking met de gehandicaptenzorg. "Bij de gehandicaptenzorg wordt wel heel sterk ingezet op het persoonsgebonden budget, waardoor er ook ruimte is om nieuwe oplossingen te zoeken. Ook mensen met dementie hebben dat persoonsgebonden budget nodig omdat er wel degelijk een biologische oorsprong is, geen psychische."
Onderzoeker Niels Hendriks is niet de enige die zich zorgen maakt om de toekomst van de zorgsector. Gisteren is een provinciale actie gestart om meer geld in te zamelen voor onderzoek naar dementie. Die actie wordt begin juni afgesloten met een driedaags muziekfestival in Lommel.
Regionaal nieuws uit Limburg



