In het buitengewoon onderwijs is 1 op de 4 kinderen die gebruikmaken van het collectief leerlingenvervoer nog steeds meer dan 90 minuten onderweg naar school. Dat zegt de VCOV. De ouderkoepel van het vrij onderwijs organiseerde samen met Katholiek Onderwijs Vlaanderen een enquête bij meer dan 2.000 ouders.
1 op de 4 kinderen in buitengewoon onderwijs nog altijd meer dan 90 minuten onderweg naar school
De vaak lange busritten in het buitengewoon onderwijs zijn een oud zeer dat al meermaals aangekaart is. De koepels wilden met de bevraging nagaan of de situatie sinds 2021 verbeterd is.
De cijfers blijven volgens de VCOV evenwel "onthutsend": 1 op de 4 kinderen die gebruikmaken van het busvervoer, is voor een enkele rit in totaal nog steeds meer dan anderhalf uur onderweg. Dat heeft gevolgen voor hun welzijn, klinkt het.
De situatie is globaal genomen wel verbeterd tegenover 2021. Zo daalde het aantal leerlingen dat per enkele rit meer dan 2 uur onderweg is met 46 procent. "Een enorme verbetering voor deze groep." De groep die tussen 1 en 2 uur onderweg is, nam met 12,5 procent af. Volgens de koepel is er dus wel een verbetering, "maar het beloofde kerstcadeau bleef uit".
Het streefdoel van De Lijn is dat de leerlingen minder dan 90 minuten op de bus zitten. De VCOV wijst er nog op dat dit niet de reële reistijd is. Idealiter wordt ook rekening gehouden met de eventuele verplaatsingen van en naar de opstapplaats.


