De tand van Patrice Lumumba, het enige stoffelijke overschot van de Congolese onafhankelijkheidsleider en eerste premier van Congo, is dan toch niet gestolen uit zijn mausoleum in Kinshasa. Dat meldt de Congolese journalist Pascal Mulegwa op X en bevestigt een kleinzoon van Lumumba.
In de nacht van zondag op maandag drongen vandalen het mausoleum binnen. Op beelden die circuleerden op sociale media is te zien dat een raam is ingeslagen en dat de kist, waarin de tand bewaard wordt, op de grond ligt.
Het was aanvankelijk onduidelijk of de tand, die een grote symbolische waarde heeft, gestolen was. De Congolese autoriteiten konden dat dinsdag niet bevestigen en verwezen naar het lopende politieonderzoek.
Elders bewaard
Journalist Pascal Mulegwa meldt nu op X, op basis van een bron dicht bij de familie-Lumumba, dat de tand niet is gestolen. Volgens deze bron was de tand al maanden niet meer in het mausoleum aanwezig wegens gebrekkige beveiliging en onderhoud. Hij wordt nu bewaard op een geheime, goed beveiligde locatie.
Amory Kalema P. Lumumba, een kleinzoon van Patrice Lumumba, bevestigt dat. "Met diepe afschuw heb ik kennis genomen van de grafschennis van mijn grootvader", meldt hij in een schriftelijke verklaring. "Gelukkig zijn zijn stoffelijke resten veilig."
"Moreel verval"
Amory Lumumba, politiek analist bij International Crisis Group, uit scherpe kritiek op de Congolese elites. Volgens hem illustreert het incident het "morele verval" van de Congolese samenleving, veroorzaakt door "het falen van de politieke en economische elite om integriteit en verantwoordelijkheid te tonen".
Hij wijst niet met de vinger naar het beveiligingspersoneel, maar naar de leiders die verantwoordelijk zijn voor het wanbeheer en de slechte werkomstandigheden van de beveiligers. Amory Lumumba besluit met een oproep: een samenleving moet worden beoordeeld op hoe ze haar helden eert, net zoals hoe ze haar ouderen behandelt.
Wie is Patrice Lumumba? Lumumba, de eerste premier van Congo, werd op 17 januari 1961 vermoord in de regio Katanga. Separatisten uit Katanga - gesteund door Belgische huurlingen - waren verantwoordelijk voor zijn dood. Zijn lichaam werd in zuur opgelost en nooit teruggevonden. Slechts één tand bleef bewaard, oorspronkelijk in bezit van de Belg Gérard Soete, die betrokken was bij de vernietiging van het lichaam. Soete was inspecteur-generaal bij de Katangese politie.

