Dat Amerikanen ‘cookies’ en ‘candy’ lusten en daarvoor met een ‘dollar’ betalen, dat hebben ze aan de Nederlanders te danken. Lang voordat hun taal de onze is binnengeslopen, hebben Nederlandse kolonisten die van hen verrijkt, leert dialectoloog Chris De Wulf. "Zelfs ‘Yankee’, de bijnaam die we soms aan Amerikanen geven, komt uit het Nederlands."
‘Candy’, ‘dollar’ en ‘drugstore’: waarom alle Amerikanen vandaag een woordje Nederlands spreken
Elke woensdag gaat Peter Van de Veire in 'Goeiemorgen morgen!' (Radio2) samen met dialectoloog Chris De Wulf (UA) op zoek naar de oorsprong van bekende en minder bekende woorden in onze taal. Meer weten? Vorige week ging het over de huig-r.
Even terug de geschiedenisboeken in. In de laatste helft van de 16e eeuw vestigden Nederlandse kolonisten zich in de Verenigde Staten. Ze noemden hun gebied Nieuw-Nederland en de hoofdstad kreeg de naam Nieuw-Amsterdam. Die plek kennen we nu als New York.
Het woord 'dollar' komt van de daalder, een oude Nederlandse munteenheid
Chris De Wulf, dialectoloog
Met de komst van de Nederlanders sloop er ook Nederlands in de Amerikaanse taal. En dat Nederlands zit in dagdagelijkse woorden. Denk maar aan ‘cookie’, wat gewoon een koekje is. Of ‘candy’, het Engelse woord voor snoepje. Dat komt van het Nederlandse woord ‘kandij’, zoals we dat nog kennen in kandijsuiker. Ook ‘drugs’ en ‘drugstore’ komt van bij ons.
‘Drugstore’, dat klinkt toch niet echt Nederlands, zou je denken. Het komt van het woord ‘drogisterij’ en dat heeft dan weer te maken met het woord ‘droog’, omdat er vooral veel droge goederen verkocht worden.
Dat Amerikanen nogal gehecht zijn aan hun dollars, hebben ze ook van de Nederlanders geleerd. Het is een verbastering van de daalder, een oude Nederlandse munteenheid. Die heeft op zijn beurt weer Duitse roots. ‘Daalder’ is gebaseerd op het Duitse woord ‘Thaler’, wat van Joachimsthal komt. De naam van een zilvermijn in Tsjechië, dicht bij de Duitse grens.
Candy, dollar en drugstore: deze woorden haalden Amerikanen uit het Nederlands
Sommige wijken in New York hebben namen die aan Nederlandse steden doen denken, zoals Harlem. Dat is uiteraard een herinnering aan de Nederlandse stad Haarlem. Ook Brooklyn heeft een Nederlandse tegenhanger. Dat is Breukelen, nabij Utrecht. En de wijk Flushing is een verbastering van Vlissingen in Zeeland.
Hoe zit dat ten slotte met ‘Yankee’? Dat is misschien wel de leukste van allemaal. ‘Yankee’ is een verbastering van de alledaagse Nederlandse naam Jan en dan vooral van het verkleinwoord ‘Janneke’.

