Koning Filip en koningin Mathilde gaan op staatsbezoek naar Frankrijk. Ons land heeft zeer nauwe banden met Frankrijk, het enige buurland waar ze nog niet op staatsbezoek gingen. Na 2 dagen Parijs reist het koningspaar woensdag door naar Chantilly en Rijsel. Inhoudelijk wordt er gesproken over het versterken van Europa (zowel de industrie, defensie als de jeugd), maar ook over de eerste koningin der Belgen, de Française Louise-Marie. Royaltywachter Pascale Mertens blikt vooruit.
Europa versterken en graven in een gemeenschappelijk verleden: Filip en Mathilde op staatsbezoek in Frankrijk
We delen zeer veel met Frankrijk: onze langste landsgrens, een taal en een geschiedenis. Ooit werd wat nu België is nog bezet door de Fransen, daarna bouwden Belgen de metro in Parijs, we vochten samen in wereldoorlogen en waren de oprichters van de Europese Unie. Nu zijn we zowel goede partners als concurrenten om bijvoorbeeld investeringen aan te trekken. Daarom is voortdurende dialoog goed, en is dit bezoek perfect om onze troeven in de kijker te zetten.
Dit staatsbezoek hing al lang in de lucht. De Franse president Emmanuel Macron en zijn first lady Brigitte kwamen in 2018 zelf op staatsbezoek naar ons land. Dit jaar kwam dan eindelijk de tegenuitnodiging van het Elysée (de officiële werkplek van de Franse president, red.) aan ons koningspaar. Met een ongewoon late bevestiging, pas begin deze maand.
Frankrijk had met de Olympische Spelen zijn handen vol, en had net als wij een regering in lopende zaken. Zij hebben intussen premier Michel Barnier aan het roer, onze federale regeringsonderhandelingen starten weer op, en de gemeenteraadsverkiezingen zijn achter de rug.
Na kritiek op hoge kosten, dit keer een soberder diner
De koning heeft de president een aantal keer gezien het voorbije jaar: op de receptie op het paleis voor staatshoofden tijdens het Belgisch voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie in april, op de herdenking van de 80e verjaardag van de landing in Normandië in juni, en op de Olympische Spelen in juli, waar naast Mathilde ook de koningskinderen een paar dagen present tekenden.
Het vorige staatsbezoek aan Frankrijk was in 2003: koning Albert en koningin Paola werden toen ontvangen door president Chirac. Koning Boudewijn en koningin Fabiola zijn 2 keer op staatsbezoek geweest: in 1992 en 1961. En het allereerste Belgische staatsbezoek was van koning Albert I en koningin Elisabeth, in 1910.
Toen was er een staatsdiner in het paleis van Versailles, op 20 kilometer buiten Parijs. Deze keer heeft Macron gekozen voor een soberder diner in het Elysée, zijn ambtswoning in hartje Parijs. Al zijn er wel nog altijd 180 genodigden, de gastenlijst is dus niet ingekrompen.
Bij het staatsbezoek van de Britse koning Charles en zijn vrouw Camilla in september vorig jaar, was er wel een diner in Versailles. Daarna kwam er kritiek op de hoge kosten: het staatsdiner, voor zowat 160 gasten, had zo'n 475.000 euro gekost.
Bedrijfsleiders, rectoren en toppolitici reizen mee
President Macron en first lady Brigitte zullen ons koningspaar ceremonieel verwelkomen aan de iconische Arc de Triomphe (ooit nog gebouwd op initiatief van Napoleon Bonaparte, red.).
Koning Filip brengt zoals altijd behalve bedrijfsleiders en rectoren ook toppolitici mee naar Frankrijk: alle ministers-presidenten van de regio's en ook federaal minister van Buitenlandse Zaken Hadja Lahbib (MR).
Matthias Diependaele (N-VA) is er voor het eerst bij als minister-president. Eerder had hij wel al vorig minister-president Jan Jambon vervangen, op het staatsbezoek naar Zuid-Afrika vorig jaar.
"Deze staatsbezoeken kunnen zeker nuttig zijn als ze in het belang zijn van de Vlaming en de Vlaamse economie", zegt minister-president Diependaele. "Het is onze bedoeling ze zo relevant mogelijk in te vullen, en voldoende return on investment te genereren. Daarom leggen we maximaal Vlaamse accenten in het programma. Een dergelijk staatsbezoek is altijd interessant, maar het is toch vooral hard doorwerken, met een propvol programma."
Caesar, Jaguar & Griffon: hoe we samenwerken in Defensie
Een opvallende blikvanger in dat propvolle programma zijn de 4 nieuwe militaire voertuigen die worden gepresenteerd aan koning Filip en de meegereisde ministers, op het domein van Les Invalides. Les Invalides is in de 17e eeuw gebouwd als onderkomen voor invalide veteranen, ook nu nog huizen er verschillende militaire hoofdkwartieren.
De Caesar is een artilleriesysteem voor op vrachtwagens (dat onder andere in Oekraïne is ingezet, red.), de Jaguar is een gepantserd verkennings- en gevechtsvoertuig, en er zijn 2 soorten Griffons, multi-role pantservoertuigen.
De voertuigen tonen hoe nauw België en Frankrijk samenwerken voor Defensie, een topic waar in feite nationalisme het sterkst regeert. Beide landen geloven in Europese soevereiniteit. Met hun CaMo partnerschap (Gemotoriseerde Capaciteit) willen beide buurlanden beter samenwerken op het gebied van gemotoriseerde eenheden.
Internationale conflicten maken duidelijk dat Vlaanderen meer aandacht moet hebben voor veiligheidsbeleid en de Defensie-industrie
Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA)
En dat gaat verder dan samen voertuigen aankopen. Het uiteindelijke doel is komen tot Inter Arms Battle Groups (IATG's) van 600 tot 800 Belgische en Franse soldaten die volledig uitwisselbaar zijn. Concreet betekent dat dat een Belgische compagnie snel in een Frans bataljon moet kunnen worden opgenomen, en omgekeerd. Ook over bewapening lopen engagementen om samen te werken.
België en Frankrijk hebben het CaMo-partnerschap ondertekend in 2018, intussen gaat het de fase in dat het wordt ingevoerd. Ook Vlaanderen juicht dit toe, horen we van minister-president Diependaele.
"Defensie is in de eerste plaats een federale bevoegdheid, maar ook Vlaanderen is meer en meer geïnteresseerd", zegt Diependaele. "Verschillende innovatieve bedrijven zijn in Vlaanderen actief in de sector. Internationale conflicten maken duidelijk dat Vlaanderen meer aandacht moet hebben voor veiligheidsbeleid en de defensie-industrie."
Ook samenwerking voor Europese industrie en jongeren
Frankrijk en België willen tijdens dit staatsbezoek ook tonen dat ze willen investeren in Europa en Europa willen versterken. Het is een stokpaardje van president Macron: een Europese renaissance. Hij pleit voor een "soeverein, verenigd en democratisch Europa" als enige manier om onze toekomst veilig te stellen.
Onder meer de toekomst van de Europese industrie. Daarvoor praten bedrijven en politiek in Parijs over hoe ze hun CO2-uitstoot kunnen verminderen of zelfs koolstofvrij kunnen worden, om mee te kunnen in de transitie naar een schonere energie en industrie.
We moeten Europese universiteiten creëren, netwerken van universiteiten die studenten in staat stellen om in het buitenland te studeren en lessen te volgen in ten minste 2 talen
Franse president Emmanuel Macron
En ook de toekomst van de Europese jeugd. In een toespraak aan de bekende Parijse universiteit Sorbonne, in 2017, een paar maanden nadat hij president werd, lanceerde Macron onder meer het idee om Europese allianties op te richten tussen universiteiten.
"We moeten Europese universiteiten creëren", zei Macron. "Netwerken van universiteiten die studenten in staat stellen om in het buitenland te studeren en lessen te volgen in ten minste 2 talen."
Dat idee werd gevolgd: de Europese universitaire allianties werden 2 jaar later een feit. Intussen hebben meer dan 560 instellingen voor hoger onderwijs van alle soorten in heel de Europese Unie zich verenigd in 64 Europese universitaire allianties, met steun van de Europese Commissie en veel lidstaten.
Het is een Erasmus+, een 'next level' van het gekende uitwisselingsprogramma voor studenten in Europa. Met Erasmus kan je tijdens je studie bijvoorbeeld een semester of een jaar studeren in het buitenland, bij de allianties is de mobiliteit nog groter: de 3 jaar van je bachelor kan je in 3 verschillende landen afwerken.
Wat de impact daarvan is op studenten, ontdekken koning Filip en koningin Mathilde aan de Sorbonne, waar ze praten met studenten en rectoren. Zelf hebben ze ook ervaring met studeren in het buitenland. Hun eigen kinderen zijn intussen bijna allemaal uitgewaaierd, al is het niet via dit systeem van allianties.
Kroonprinses Elisabeth (22) studeert nu in Harvard, na 3 jaar aan Oxford University en ervoor ook al 2 jaar in Wales, aan het Atlantic World College. Ook haar broers zoeken het buitenland op: prins Gabriël (21) studeert 5 maanden in Frankrijk, met nog het klassieke Erasmus, tijdens zijn opleiding aan de Koninklijke Militaire School (KMS). En prins Emmanuel (19) volgt een taal- en sportopleiding in een Spaanstalig land. Alleen de jongste, prinses Eléonore (16) loopt nog school in België, op de International School of Brussels.
Op zoek naar de eerste koningin der Belgen
Op het staatsbezoek naar Litouwen ging koningin Mathilde nog op zoek naar haar roots, nu in Frankrijk graaft koning Filip in zijn verleden. Hij verdiept zich in zijn 'oudbetovergrootmoeder', de allereerste koningin der Belgen, de Française Louise-Marie d'Orléans (1812-1850).
Zij werd de moeder van de prille Belgische natie, of toch van de Belgische dynastie, toen ze in 1832 trouwde met Leopold I, de eerste Belgische koning.
Louise-Marie was een Franse prinses en de dochter van de uiteindelijk laatste Franse koning Louis-Philippe. Toen ze trouwde was Louise-Marie 20, Leopold I was 22 jaar ouder en weduwnaar. Hij verloor zijn eerste vrouw, de Britse kroonprinses Charlotte Augusta, een jaar na hun huwelijk, in 1817, na de zware bevalling van hun doodgeboren zoon.
Ook Louise-Marie overleed jong, toen ze 38 was, in Oostende. Samen met Leopold I had ze 4 kinderen. Ook hun eerste kind overleed jong, toen hij nog geen jaar was. Zo werd zijn broer Leopold troonopvolger, de latere koning Leopold II.
Hoewel ze de eerste koningin der Belgen is, is Louise-Marie weinig bekend. Daar wil een Frans-Belgische expo verandering in brengen. In het Kasteel van Chantilly (op 40 kilometer ten noorden van Parijs, red.) opent binnenkort een expo over de 'vergeten koningin'. Echte meesterwerken uit prestigieuze collecties, zoals de Koninklijke Collectie van België, die vaak onbekend zijn, zijn ervoor verzameld.
Het initiatief voor de expo kwam van Chantilly, dat verschillende expo's programmeert over vrouwen gelinkt aan het domein. De broer van Louise-Marie, Henri d'Orléans, was een grote kunstverzamelaar en bracht zijn ontelbare meesterwerken en kostbare manuscripten onder in het Kasteel van Chantilly. Nu is de collectie van Chantilly na het Louvre de belangrijkste in Frankrijk op het gebied van oude kunst. Meer dan een half miljoen mensen bezoekt jaarlijks het domein.
Filip en Mathilde zijn de eerste bezoekers van de expo, en ontdekken de koninklijke voorouder in avant-première samen met de Macrons. De expo verhuist volgend jaar naar Namen, en is daar te zien van maart tot juni.
Louise-Marie had ook op een andere manier gelinkt kunnen zijn aan België. Een van haar andere broers, Louis d'Orléans, was toen hij 16 was gekozen tot eerste koning der Belgen door het 'Nationaal Congres'. Dat was de grondwetgevende en eerste, voorlopige, wetgevende vergadering van het onafhankelijke België na de omwenteling van 1830. Zijn vader, Louis-Philippe, sloeg het aanbod af, uit angst voor een oorlog met Groot-Brittannië. Louis d'Orléans was voor hen namelijk onaanvaardbaar als koning.
Het Nationaal Congres verkoos daarop Leopold van Saksen-Coburg en Gotha tot eerste koning der Belgen. Hij was Duitser, maar genaturaliseerd tot Brit, en dus aanvaardbaar. Hij werd koning in 1831, en maakte een jaar later van Louise-Marie zijn koningin.









