Waarom zou een politicus burgemeester willen worden? Omdat hij het leven voor de burgers in zijn of haar gemeente wil verbeteren, en dat hij of zij daar wel enkele ideeën over heeft. De meeste politici die al burgemeester zijn, geven trouwens toe dat het lokale niveau het meest bevredigende is voor een politicus. In de ideale wereld is het ambt van burgemeester met zulke idealen dan ook een voltijdse dagtaak, zeker in een wat grotere stad, maar toch lijkt het ideaalbeeld voor de Vlaamse politicus verschillende jobs te combineren.
De beste burgemeester is die met een “rechtstreekse lijn met de bevoegde minister”
Waarom zou een politicus burgemeester willen worden?
Burgemeester zijn, dat is de ideale politieke baan. Dat hoor je van zowat elke politicus die de kans heeft gekregen om die job uit te oefenen. De nabijheid van de mensen, de mogelijkheid om werkelijk en vooral ook snel in te grijpen en op die manier een probleem voor de inwoners van de stad op te lossen, is veel bevredigender dan het trage, zenuwslopende proces in de Wetstraat. Waar je bovendien met veel meer partijen en mensen moet rekening houden eer die oplossing zich aandient.
In de ideale wereld heeft elke politicus de handen meer dan vol met die taken als burgemeester, toch als het gaat om een Vlaamse centrumstad. Dat is de reden waarom enkelen onder hen de job niet cumuleren met een mandaat als parlementslid. Dat geldt bijvoorbeeld voor Dirk De fauw (CD&V) in Brugge, Wim Dries in Genk (CD&V), Mohamed Ridouani in Leuven (Vooruit) of nog Mathias De Clercq in Gent (Open Vld). Zij kiezen in de eerste plaats voor hun stad.
"Er is buiten mezelf niemand die aan Sint-Niklaas denkt"
Maar waarom wil een politicus als Conner Rousseau, parlementslid én voorzitter van een politieke partij, dan burgemeester van Sint-Niklaas worden?
Het is de vraag die Michael Van Droogenbroeck hem stelde in ‘Het ontbijt’ op Radio 1. “Ik wil burgemeester worden om iets te betekenen voor Sint-Niklaas”, was het eerste antwoord. “Ik wil de kapitein worden om Sint-Niklaas veiliger, gezelliger en socialer te maken.”
Al snel blijkt dat vooral de combinatie van beide jobs -een nationaal boegbeeld en lokaal actief- heel aantrekkelijk kan zijn. Rousseau citeert daar de voorbeelden van Antwerpen, Mechelen en Leuven. Rousseau vertelt dat hij, bij het opstellen van het Vlaams regeerakkoord, heel concreet dacht hoe dat akkoord het verschil voor de Sint-Niklazenaar zou kunnen maken.
“Als ik de Oostelijke Tangent prioritair in het Vlaamse regeerakkoord heb laten zetten, dan is dat omdat wij vaak worden vergeten.” De Oostelijke Tangent moet de ring van de Wase hoofdstad langs de spoorlijn Sint-Niklaas-Mechelen verbinden met de E17 en de N70.
Het is een dossier waar Sint-Niklaas al lang tevergeefs om vraagt, maar dus nu in het nieuwe regeerakkoord prioritair zal behandeld worden “Wij worden vaak vergeten. Er is buiten mezelf niemand die aan Sint-Niklaas denkt.”
De kiezer in Sint-Niklaas weet nu alvast dat Conner Rousseau over de stad waakt, het idee is dat de kiezer op zijn beurt zondag aan Conner Rousseau denkt. Want zo werkt het toch, niet?
"De rechtstreekse lijn met de bevoegde minister"
In Het Laatste Nieuws vertelt ook de burgemeester van Middelkerke, Jean-Marie Dedecker, hoe de “relatie met Brussel” van goudwaarde is voor zijn gemeente.
"Als je iets gedaan wilt krijgen, dan helpt het een rechtstreekse lijn te hebben met de bevoegde minister. Dit casino stond er niet als ik geen invloed had in Brussel. Ik geef u een voorbeeld. Onder dit casino ligt een parking, maar in principe mocht dat niet.(...) Ik kreeg dat op een ochtend op mijn bord en heb onmiddellijk naar Ben Weyts (N-VA) gebeld, die was toen minister van Openbare Werken. (...) Nog geen 24 uur later kreeg ik melding dat alles in orde was. Ik mocht mijn parking leggen."
Zo simpel kan politiek zijn. Wie zou er niet zo’n burgemeester willen? Met een “rechtstreekse lijn met de bevoegde minister”. Vandaar dat burgemeesters graag hun baan -die ze toch zo bevredigend vinden – combineren met een zitje in het ‘trage’ parlement of zelfs met 2 banen, wanneer ze ook nog partijvoorzitter zijn.
Want zo kunnen burgemeesters snel die “rechtstreekse lijnen met de bevoegde ministers” leggen. "Subtiele belangenvermenging", zo noemde professor-emeritus Bestuurskunde Filip De Rynck het in De Wereld Vandaag op Radio 1.
Conner Rousseau vertelt in ‘W16’ aan Wouter Verschelden dat hij aan Bart De Wever, die burgemeester, partijvoorzitter én parlementslid is, al gevraagd heeft hoe je dat kan bolwerken: “Ik heb er wel al met hem over gebabbeld: hoe combineer je al die zaken eigenlijk? En hij zegt, ja, dat is gewoon goed organiseren en goede mensen rond je hebben. En ik heb wel wat goede mensen rondom mij in Brussel en ook in Sint-Niklaas. Er zijn heel veel nieuwe kandidaten, maar ook wel een aantal sterke kandidaten. Dat wordt taken verdelen. Een stadsbestuur moet je samen doen”.
Het kan ook moeilijk anders, want 3 banen combineren, dat moet je verdienen, elke dag opnieuw. Samen dus. Met de hele stad. En de bevoegde minister.




