Met een regeerakkoord voor de komende jaren een week geleden en de vertolking daarvan dinsdag in de troonrede, is de regering - excuseer, 'programkabinet' - Schoof in Nederland echt vertrokken. Met forse taal op migratie, besparingen op ontwikkelingssamenwerking, cultuur en sport en zonder een van de hoofdrolspelers. Stilaan wordt de breuk met het "oude Nederland" en 14 jaar Rutte duidelijk. En de Nederlander lijkt het wel te smaken, meer dan de coalitiegenoten zelf.
Zonder 'geldboom' en niet altijd geremd door de realiteit: de Nederlandse regering-Schoof is nu echt vertrokken
Een kleine acht maanden na zijn klinkende verkiezingsoverwinning, lukte het Geert Wilders net voor de zomer toch om zijn droomkabinet op de been te brengen: hij slaagde er zonder al te veel moeite in de Boer Burger Beweging te overtuigen en met wat meer moeite ook de liberale VVD en de nieuwe partij NSC, van Pieter Omtzigt, Nederlands meest geliefde parlementslid. Een onuitgegeven combinatie, met drie partijen die nog nooit bestuurd hadden en verweesde en verdeelde liberalen.
Maar Wilders moest er wel veel voor slikken: hij zou geen premier worden. Om dat te verhinderen, besloten de andere partijen dat ook hun leiders - Omtzigt, Yesilgöz en Van der Plas - in de Kamer zouden blijven en er een regering zou komen die verder af zou staan van de partijen, met ook mensen die niet uit de politiek komen. Het "programkabinet-Schoof" was geboren, met een partijloze topambtenaar Dick Schoof aan het hoofd en een los regeerakkoord als start. Het was de uitdrukkelijke eis van Pieter Omtzigt, de man die vaker de woorden 'goed bestuur' in de mond neemt dan zijn eigen naam.
Tegen september zouden de ministers dan onderling verder werken aan een meer gedetailleerd regeerakkoord. Van de partijleiders zouden ze een bepaalde afstand krijgen om dat uit te werken. En dat lukte: sinds vorige week ligt er een regeerakkoord en een regeerverklaring voor Prinsjesdag.
Een kabinet op afstand blijkt niet eenvoudig
Alleen verliep de totstandkoming niet zo vlekkeloos. Een paar weken voor het einde werden de vier partijleiders bij premier Schoof geroepen om te luisteren naar de gedetailleerde invulling van het hoofdlijnenakkoord en eventueel hier en daar wat bij te sturen. Wat een korte vergadering zou worden, werd een lange nacht vol emoties.
Net de bedenker van het 'kabinet op afstand', Pieter Omtzigt, lijkt zich tot in de details te willen bemoeien met de plannen van de regering. Het leidt tot discussies, hoog oplaaiende emoties, huilbuien. Omtzigt botste hier op zijn eigen karakter, als perfectionist die alles zelf onder controle wil houden. Of net het omgekeerde dan wat het door hem bedacht kabinet had moeten worden.
Omtzigt, die al eerder lange tijd thuis zat met een burn-out, besliste intussen opnieuw een stap terug te zetten. Het jaar waarin hij een eigen partij oprichtte, uit het niets de vierde partij van Nederland werd, lange onderhandelingen moest voeren en verschillende keren over zijn eigen schaduw springen, putte hem zo uit dat hij op doktersadvies Den Haag even links laat liggen.
Ook tijdens de onderhandelingen liep het met Omtzigt al verschillende keren mis. Bij de partij staat met Nicoline van Vroonhoven iemand klaar die Omtzigt inhoudelijk kan vervangen, maar op menselijk vlak totaal anders functioneert, meer met afstand, zeg maar.
Het strengste migratiebeleid ooit, of dat is toch de bedoeling
En toch heeft Van Vroonhoven in haar ultrakorte carrière als partijleider al kennis gemaakt met de aard van de stiel en de sfeer in het kabinet. Het was toen ze de opmerking maakte dat ze asielplannen die door de Raad van State negatief beoordeeld werden, niet zal steunen. Een reprimande van Yesilgöz en Wilders was haar deel. Een opmerking die nochtans vrij logisch leek, gezien het plan van de regering om altijd binnen de rechtsstaat te handelen.
Maar de felle reacties op Van Vroonhoven wijzen op het belang dat deze regering hecht aan het thema migratie. Het was immers voor veel Nederlanders het belangrijkste thema de voorbije verkiezingen en Geert Wilders heeft er ook zijn grote overwinning aan te danken. Koste was het kost moet migratie naar Nederland aan banden gelegd worden. Enkel dan ziet Wilders zijn klinkende overwinning toch nog verzilverd.
Of het moet op zijn minst zo lijken. Wat een strenger migratiebeleid in de weg kan staan, moet desnoods aan banden gelegd worden. Zo wil de verantwoordelijke minister, Marjolein Faber van Wilders' PVV, zo snel mogelijk een asielcrisis uitroepen. Naar analogie met de coronacrisis, zou de regering dan verregaande maatregelen kunnen nemen rond asiel en migratie, zonder eerst de goedkeuring van het parlement nodig te hebben. Het leidde tot een storm van protest bij de oppositie, die de regering verwijt op die manier maatregelen te willen nemen die in het parlement nooit aan een meerderheid zouden raken.
Maar niet alleen bij de oppositie, ook de eigen adviseurs van de regering, de ambtenaren op het ministerie van Binnenlandse Zaken, raden het de regering af. "Er is geen sprake van een noodsituatie die de activering van bijzonder crisiswetten nodig maakt", zeggen de ambtenaren. En zelfs binnen de coalitie is het erg duidelijk dat NSC niet zit te wachten op de noodwet, er principieel tegen is, maar enkel voor stemt om loyaal te zijn aan het regeerakkoord. Je voelt dat het water tussen NSC en PVV op het domein migratie dieper is dan gezond is voor een coalitie. De kwestie heeft potentieel om uit te groeien tot een grote crisis binnen de regering.
En ook Europa zou "het strengste asielbeleid ooit" in de weg kunnen staan. Daarom stuurde Faber deze week al een brief naar Brussel met de vraag voor een Nederlandse opt-out uit de asiel- en migratiewetgeving. Concreet betekent het dat Nederland zich niet meer aan de Europese regels zou moeten houden op dat domein. Het antwoord kwam snel: voor een opt-out is er een verdragswijziging nodig en dat zit er niet aan te komen. Dus, zo luidde het antwoord van de Europese Commissie, heeft Nederland zich aan de afspraken te houden.
Niet dat Faber en de Nederlandse Regering een ander antwoord verwacht hadden, maar je kan ze op zijn minst niet verwijten dat ze niet geprobeerd hebben. Een poging tot een "mini-nexit" staat goed in de PVV-folder voor een eventuele volgende verkiezing.
De vraag blijft wat er uiteindelijk gerealiseerd zal kunnen worden op vlak van migratie. De voorbije dagen loopt het aanmeldcentrum in Ter Apel weer overvol, omdat er te weinig asielzoekers doorstromen naar centra elders in het land. Maar tegelijkertijd wil de minister de zogenoemde Spreidingswet die dat moet tegengaan, intrekken. De vraag is of op die manier de crisis beheerst dan wel gecreëerd wordt.
De kernwoorden zijn: sneller, strenger en sober
Koning Willem-Alexander tijdens de troonrede, over asiel en migratie
Uit het regeerakkoord onthouden we vooral dat gezinshereniging moeilijker moet worden, asielzoekers makkelijker uitgezet moeten kunnen worden, desnoods met dwang, en dat ook vijf jaar vluchteling in Nederland zijn niet volstaat om altijd te mogen blijven: als het land van origine veilig genoeg is, moet je terug.
Niet alleen plezieren, ook de rekeningen moeten kloppen
Het ging natuurlijk niet alleen over migratie. Zo kwamen we ook te weten dat de Nederlandse regering inzet op minder belastingen voor wie werkt, op termijn het eigen risico - zeg maar het forfaitbedrag - voor de ziekteverzekering wil verlagen, er gratis schoolmaaltijden komen voor kinderen uit kwetsbare gezinnen en defensie een pak meer geld krijgt. De gemiddelde Nederlander krijgt er zo'n 0,7 procent koopkracht bij. Nederland zal zich ook houden aan de klimaatafspraken van Parijs, ook al krijgt Geert Wilders er naar eigen zeggen buikpijn van.
Het stikstofbeleid - de ontstaansbodem van de BBB - gaat wel op de schop, al is het nog niet duidelijk wat er dan juist in de plaats komt. "Meer vrijheid voor boeren om normen te halen", hoorden we, zonder dat het echt concreet werd. In het onderwijs gaat Nederland terug naar de basisvaardigheden lezen, schrijven en rekenen en wordt meer rust en stabiliteit gepredikt, in plaats van 'experimenteren'. Ook het leger krijgt fors meer geld.
Maar de rekeningen moeten wel kloppen, vinden zeker de VVD en NSC. En dus wordt er beknibbeld op onder meer ontwikkelingssamenwerking en het aantal ambtenaren dat aangeworven wordt. Verder gaat ook de btw omhoog op tickets voor cultuur, sport en overnachtingen, van 9 naar 21 procent. Het kwam de regering op forse kritiek te staan van de oppositie en ook in de straat hoor je hier gemor over.
Geert Wilders, die tijdens het debat over de regeerverklaring in de vuurlinie voor de regering ging staan, gaf ook toe dat hij er zelf niet zo blij mee is. "Als Limburger begrijp ik maar al te goed hoe belangrijk het verenigingsleven is, maar ik heb helaas geen boom met geld om aan te schudden." Met andere woorden: ook deze nieuwe regering zal niet alles kunnen. "Alles op alles zetten om", staat dan ook uitzonderlijk vaak in het regeerakkoord.
Het vertrouwen van de Nederlander is groter dan de zelfliefde
De Nederlander zelf heeft er behoorlijk vertrouwen in. Of toch meer dan in de vorige regering. Sinds het aantreden van de rechtse regering-Schoof en zijn ministers, gesteund door de vier partijen, is het vertrouwen in de politiek en vooral de regering fors toegenomen. De ontslagnemende regering-Rutte kreeg maar van 24 procent van de Nederlanders het vertrouwen, Schoof van 42. Vooral bij lageropgeleiden - de groep die meestal van Den Haag niets moet hebben - is de stijging heel opmerkelijk. De inzet op de thema's die de burgers het belangrijkste vinden - migratie en de portemonnee - wordt beloond.
De vraag blijft wel of deze meerderheid zichzelf wel vertrouwt. Tijdens het recente debat over de regeerverklaring ging het relatief goed, maar het eerste debat vlak na de eedaflegging, werd een totale misser met leden van de meerderheid die elkaar tegenspraken en eeuwige opposanten die terug in hun oude rol vervielen.
Dat NSC-leider ad interim Van Vroonhoven publiekelijk door 2 van haar collega's aangevallen wordt over een schijnbaar banale en logische uitspraak als "we moeten de adviezen van de Raad van State volgen", toont aan dat de liefde tussen de 4 meerderheidsleiders klein is. Dat verschillende partijen openlijk zeggen dat ze met bepaalde maatregelen alleen maar toestemmen omdat ze het zo afgesproken hebben, getuigt hoogstens van respect maar van weinig natuurlijke liefde tussen de partijen.
Bovendien blijft ook het bijzondere aspect van een 'regering op afstand', waarbij de sterke leiders in het parlement blijven, een zwak punt. Dat Pieter Omtzigt als de bezieler van het idee er niet meer bij is, onder meer omdat hij op zichzelf botste waardoor net hij geen afstand kon nemen, bewijst hoe wankel de fundamenten zijn van het 'experiment'.



