De Nationale Bank van België (NBB) waarschuwt dat zowel de Europese Unie als België steeds afhankelijker worden van China op het gebied van handel, vooral bij de import van zogenaamde "strategische goederen". Dit zijn producten die essentieel zijn voor de samenleving, zoals batterijen, computerchips en elektrische voertuigen.
Nationale Bank waarschuwt voor toenemende commerciële afhankelijkheid van China
In de afgelopen 20 jaar is China uitgegroeid tot een economische grootmacht, wat duidelijk zichtbaar is in de handelscijfers. Het aandeel van China in de Europese invoer van goederen uit niet-EU-landen is bijna verdrievoudigd tot 26 procent. Ook de export naar China is gestegen, hoewel minder spectaculair, naar ongeveer 10 procent. Dat blijkt uit een rapport van de NBB.
Ook in België is een gelijkaardige trend merkbaar. Ons land importeert nu bijna 20 procent van de goederen die van buiten de EU komen uit China. 20 jaar geleden was dat nog zo’n 8 procent. Ook de export naar China is lichtjes gestegen, maar die blijft bescheiden, op zo’n 5,5 procent.
Het is belangrijk te benadrukken dat het handelsverkeer met landen buiten de EU, maar een derde van de totale Belgische handelsstromen vertegenwoordigt. De meeste handel vindt plaats binnen de EU zelf.
Verschuiving van niet-essentiële naar strategisch belangrijke goederen
Toch luidt de NBB aan de alarmbel, omdat de goederen die België en de EU uit China importeren steeds vaker strategisch belangrijk zijn. Het gaat onder andere om batterijen, computerchips, chemische producten, telefoons en elektrische voertuigen. Deze producten zijn onder meer essentieel voor de nationale veiligheid, energiezekerheid en gezondheid.
In vergelijking met 20 jaar geleden is er een grote verschuiving zichtbaar. Toen bestond meer dan 30 procent van de Belgische invoer uit minder essentiële producten zoals schoenen, textiel, speelgoed en sportartikelen. Vandaag de dag is dat aandeel gedaald tot minder dan 10 procent.
Het aandeel van strategische goederen is daarentegen bijna verdubbeld, van zo’n 40 procent in 2003 naar meer dan 70 procent vorig jaar. Ook op Europees vlak worden gelijkaardige cijfers opgetekend. Opvallend aan de Belgische cijfers echter, is dat maar liefst 18,8 van de Belgische invoer uit China bestaat uit voertuigen en transportmiddelen, een percentage dat veel hoger ligt dan het Europese gemiddelde.
China domineert op EU-vlak, maar minder in België
Een belangrijke kanttekening hierbij is dat België minder importeert vanuit China dan de meeste EU-landen. Toch is ons land voor ongeveer 1 op de 4 strategische invoerproducten “sterk afhankelijk” van China, aldus de NBB.
Op Europees vlak is het een ander verhaal. Daar domineert China, met een totaal aandeel van 32,7 procent. Noorwegen volgt op afstand met zo’n 18,6 procent. Ook de uitvoer naar China neemt toe, en het land is nu de op 1 na belangrijkste afzetmarkt voor de EU, na de Verenigde Staten. Voor België staat China echter pas op de 8e plaats.
Vrees voor Chinese dominantie in bepaalde sectoren
De groeiende afhankelijkheid van China baart Europese beleidsmakers zorgen. Daarom stelde Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, in 2023 een nieuwe strategie voor: de zogenaamde 'de-risking, not decoupling'-benadering. Deze strategie houdt in dat de EU zich niet volledig wil loskoppelen van China, maar wel de strategische risico’s wil verminderen.
De EU neemt al economische maatregelen in deze richting. Forse importtarieven moeten bijvoorbeeld een stokje steken voor de opmars van Chinese elektrische wagens. Volgens de EU is er immers sprake van oneerlijke concurrentie op de automarkt. Chinese auto's, vooral elektrische, zouden kunstmatig goedkoop zijn door staatssteun vanuit China.
Doordat de Europese markt overspoeld zou worden met Chinese elektrische auto’s, zijn beleidsmakers bang dat Europese automakers het onderspit zouden delven. Dat Audi Vorst nu moet sluiten en ook Volkswagen in Duitsland mogelijk klappen moet incasseren, doet die vrees enkel toenemen.
Niet iedereen is voorstander van importtarieven
Niet alle experts denken echter dat importheffingen effectief zullen zijn. Professor internationale politiek Jonathan Holslag suggereerde in Terzake een andere aanpak: “Als ze deel willen uitmaken van onze markt willen we ook dat ze de productie deels hier komen opbouwen”, zegt hij. Europese automakers moesten in het verleden in China hetzelfde doen indien ze in het land zaken wilden doen.
Holslag stelt voor om deze strategie ook toe te passen op andere kritieke industrieën, zoals de productie van elektronica en batterijen. "Want op dat vlak heeft Europa echt de kaas van het brood laten eten, niet alleen door China, maar ook - en vooral - door Amerika.”
Ook Paul De Grauwe, professor aan de London School of Economics, steunt dit idee. “Als de Chinezen beter zijn in het maken van elektrische auto's, goedkoper zijn dan wij en je bent inderdaad begaan met de (klimaat)transitie, dan zeg ik: laat de Chinezen komen”, zei hij woensdag in De Afspraak.
“De Japanners gingen hier destijds heel de automarkt overnemen. We hebben dat toen beschermd in Europa, zoals we dat nu ook doen. En wat hebben de Japanners gedaan? Hier ter plaatse in Europa fabrieken gebouwd en op die manier ook die bescherming omzeild. En dat zullen de Chinezen ook doen. Laat ze dat doen”, aldus De Grauwe.



