Deze zomer staat Parijs in de schijnwerpers dankzij de Olympische Spelen, maar precies 80 jaar geleden was de stad om een heel andere reden het middelpunt van de wereld. Op 25 augustus 1944 reden de tanks en pantservoertuigen van de geallieerden de Franse hoofdstad binnen. Na vier jaar Duitse bezetting waren de Parijzenaars opnieuw vrij. Maar die bevrijding gebeurde niet zonder slag of stoot.
Precies 80 jaar geleden werd Parijs bevrijd, maar niet zonder slag of stoot
De bevrijding van Parijs in de hete dagen van augustus 1944 is een historische mijlpaal, niet alleen voor de stad, maar voor heel Frankrijk. In het stadhuis van Parijs, tegenwoordig het hart van de grootste fanzone voor de Olympische en Paralympische Spelen, sprak een triomfantelijke generaal Charles de Gaulle de onvergetelijke woorden: "Paris, Paris outragé! Paris brisé! Paris martyrisé, mais Paris libéré!"
Parijs was gehavend, gebroken, gemarteld, maar de stad was opnieuw vrij. Met deze toespraak markeerde generaal De Gaulle, als leider van de Vrije Fransen, het einde van Vichy-Frankrijk, de collaborerende vazalstaat onder maarschalk Philippe Pétain.
Nu, 80 jaar na die hectische bevrijdingsdagen, kijken veel Parijzenaars met ongebreidelde trots terug op augustus 1944. Toch kwam deze bevrijding niet voort uit een nauwgezet plan. Sterker nog, de geallieerde opperbevelhebber, de Amerikaanse generaal Dwight D. Eisenhower, wilde Parijs eerst links laten liggen.
Om Nazi-Duitsland snel te verslaan, wilden de Amerikanen zo snel mogelijk richting Berlijn trekken. De bevrijding van de haven van Antwerpen en het industriële Ruhrgebied waren strategisch gezien veel belangrijker dan de Franse hoofdstad.
Generaal De Gaulle dacht daar anders over. Hij was bang dat de Duitsers een bloedbad zouden aanrichten in Parijs en dat het communistisch verzet de macht zou grijpen na de bevrijding. Vooral de angst dat Parijs zou uitgroeien tot een communistisch bolwerk, deed Eisenhower uiteindelijk zwichten voor De Gaulles argumenten.
La résistance
Na de geallieerde landing in Normandië op 6 juni 1944 schakelde het Franse verzet overal in het land een tandje bij. Op 15 augustus 1944 bereikte het nieuws dat er ook in Zuid-Frankrijk een geallieerde landing had plaatsgevonden.
Op diezelfde dag legden de politieagenten in Parijs hun werk neer. Het was de zoveelste staking, want ook de spoorwegvakbonden, metrobestuurders, postbodes en metaalbewerkers hielden het werk voor gezien. Alleen de telefoonverbindingen bleven werken, stevig in Duitse handen.
Vanaf half augustus 1944 nam de spanning in de straten van Parijs elke dag toe. Verzetsstrijders begonnen Duitse soldaten aan te vallen en geruchten over een naderende bevrijding maakten iedereen zenuwachtig, zeker de 17.000 Duitse militairen in de Parijse regio.
A chaque Parisien son Boche
De onrust groeide en het geweld steeg zienderogen. Via sluikbladen, affiches en smokkelbriefjes riepen de verzetslui vanaf 18 augustus 1944 op tot een algemene opstand. Elke Parijzenaar moest afrekenen met een Boche, de Franse scheldnaam voor een Duitse soldaat.
De bezetters reageerden met gelijke munt en arresteerden meer dan 4.200 Fransen. Toen het communistisch verzet enkele dagen later een staakt-het-vuren in de stad afwees, hield iedereen rekening met een mogelijke catastrofe.
De wrijvingen tussen het communistisch verzet en andere verzetsgroepen liepen op. Generaal de Gaulle besloot daarom om een van zijn meest slagvaardige generaals, Philippe Leclerc de Hauteclocque, met zijn pantserbrigade naar Parijs te sturen.
Paris, brûle-t-il?
In afwachting van Leclercs tanks begonnen Parijzenaars overal barricades op te werpen. Het Duitse opperbevel, dat zich schuilhield in Hotel Meurice aan de Rue de Rivoli, dicht bij het Louvre, was vastbesloten zijn hoofdkwartier tot het uiterste te verdedigen.
De Duitse generaal Dietrich von Choltitz, begin augustus door Hitler benoemd tot gouverneur van ‘Gross Paris’, kreeg van zijn Führer het bevel om Parijs tot puin te herleiden.
Von Choltitz, geen fervent nazi, twijfelde echter en besloot na onderhandelingen met de Zweedse consul-generaal Raoul Nordling om de Parijse monumenten niet te vernietigen en de stad onbeschadigd over te geven. Of hij dit uit liefde voor Parijs deed of omdat hij vreesde achteraf rekenschap te moeten afleggen, is nooit helemaal duidelijk geworden. Maar Parijs zou niet branden.
L’heure de gloire pour le général
Op vrijdag 25 augustus 1944 trok de Franse tankbrigade ‘la deuxième division blindée’ van generaal Leclerc via het zuiden Parijs binnen. Meer dan 16.000 soldaten, 4.200 voertuigen en 200 tanks denderden over de kasseien van Parijs.
Om 14 uur wapperde de Franse driekleur weer boven de Eiffeltoren en de Arc de Triomphe. Kort na de middag gaf generaal Von Choltitz zich over. Generaal De Gaulle arriveerde diezelfde dag om 16 uur op Gare Montparnasse. Enkele uren later, rond 19 uur, sprak hij de inmiddels beroemde rede uit bij het stadhuis van Parijs.
Parijs was bevrijd, door de Parijzenaars en door de Fransen zelf. Frankrijk eigende zich zo het recht toe om zichzelf opnieuw te besturen zonder Amerikaanse inmenging. En minstens even belangrijk voor De Gaulle: alle verzetslui, ook de communisten, zouden zich voortaan naar zijn orders moeten schikken.
Ondanks de euforie van de massa, de strakke regie van De Gaulle en de snelle aftocht van de Duitsers, draaiden de bevrijdingsdagen voor veel Parijzenaars uit op een donkere periode van onderlinge afrekeningen, gewelddadige incidenten en schandelijke taferelen, zowel van collaborateurs als van verzetsstrijders van het laatste uur.


