Het blauwtongvirus is inmiddels op 874 plekken in België vastgesteld. Dat blijkt uit cijfers van het federaal voedselagentschap. Vorige week maandag ging het nog om 500 uitbraken in het hele land. Vooral schapen en runderen zijn besmet, mensen kunnen het virus niet oplopen.
Meer dan 800 besmettingshaarden van blauwtongvirus in België: "We verwachten stijging van aantal uitbraken tot in september of zelfs oktober"
Het blauwtongvirus waaide eind juli vanuit Nederland richting ons land. In Nederland werd het virus inmiddels al op bijna 4.000 plekken vastgesteld. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit had het afgelopen donderdag over 3.807 locaties. Bij onze noorderburen ging het toen om de snelste stijging in een halve week tijd sinds het virus vorige maand in Nederland opdook.
Ook bij ons blijft het aantal besmettingen stijgen. Uit nieuwe cijfers van het federaal voedselagentschap (FAVV) blijkt dat het virus al op 874 plekken in België werd vastgesteld. Het FAVV heeft het over 544 besmettingshaarden in Vlaanderen.
Dat is een grote stijging ten opzichte van vorige week. Vorige week maandag meldde het FAVV nog 501 uitbraken voor het hele land. Het merendeel van de besmettingen werd vastgesteld bij schapen, op de voet gevolgd door runderen. Verder werd het virus ook aangetroffen bij een handvol geiten en alpaca's.
We verwachten dat het aantal uitbraken zal blijven stijgen tot in september of zelfs tot in oktober
Hélène Bonte, federaal voedselagentschap (FAVV)
Blauwtong is alleen gevaarlijk voor dieren. Het virus veroorzaakt onder meer een blauwe tong, hoge koorts en zwellingen bij vee. Vooral schapen worden er erg ziek van en kunnen eraan sterven. Bij geiten en runderen pakt de ziekte vaak minder heftig uit. Mensen kunnen het blauwtongvirus niet oplopen.
Het virus wordt verspreid door muggen en die zijn talrijk aanwezig zolang het warm en droog blijft. "We verwachten dat het aantal uitbraken zal blijven stijgen tot in september of zelfs tot in oktober", aldus Hélène Bonte van het FAVV.
"Nu zien we ook jonge en gezonde dieren sterven"
"Ondanks vaccinatie in juli, het voorzien van voldoende mineralen en een goede wormstrategie, hebben we begin augustus de eerste zieke dieren aangetroffen", zegt Renée Hoebeke. Zij heeft samen met haar partner een schapenbedrijf waarmee ze aan natuurbeheer doen langs snelwegen, kanalen en in bossen.
"In het begin werden vooral de zwakke dieren getroffen, wat we ergens wel nog konden plaatsen", vertelt Hoebeke. "Nu zien we dat ook jonge en gezonde dieren sterven. Dat is niet alleen financieel zwaar om te dragen, maar ook mentaal."
"Het is heel moeilijk om een gepaste en uniforme behandeling te vinden tegen het blauwtongvirus", gaat Hoebeke verder. "Systematisch proberen we de koorts naar beneden te halen en geven we antibioticum bij om neveninfecties uit te sluiten. Maar we hebben het gevoel dat we achter de feiten aanhollen."
Geen terugbetaling
"De beste manier om de dieren te beschermen, is door ze te vaccineren", zegt Bonte. Er zijn een 3-tal vaccins op de markt en het FAVV raadt schapen- en veehouders ten zeerste aan om die te gebruiken.
De Vlaamse Schapenhouders hebben in een open brief aangedrongen op gratis vaccins, maar federaal minister voor Landbouw Clarinval (MR) heeft laten weten dat de vaccins voorlopig niet zullen worden terugbetaald. Een fonds van de overheidsdienst Volksgezondheid beslist over al dan niet terugbetalen, en zegt voorlopig nee.
De minister denkt er wel aan om de rundveesector en schapenhouderij te erkennen als sectoren in crisis. Door die maatregel zouden de veehouders uitstel of vrijstelling kunnen krijgen van de betaling van socialezekerheidsbijdragen voor het derde kwartaal van 2024.
Kosten blijven oplopen
De kosten voor schapenhouders blijven zo oplopen. "We hebben het maximale gedaan om te voorkomen dat ze ziek worden en daar ook veel geld tegenaan gegooid", zegt Hoebeke. "Elk schaap dat sterft, is een verlieswaarde van 250 euro plus de extra kosten, zoals de vaccinatie en medicatie die het dier nodig had."
Cijfers per provincie
Het merendeel van de besmettingen in Vlaanderen werd vastgesteld in de provincie Antwerpen. Daar telde het FAVV tot nog toe 161 besmettingshaarden. In de andere Vlaamse provincies liggen de cijfers net iets lager. In Limburg werd het virus vastgesteld op 129 locaties, in Oost-Vlaanderen op 123 plekken en in Vlaams-Brabant op 117 plaatsen. West-Vlaanderen blijft voorlopig grotendeels gespaard met slechts 14 besmettingshaarden.
In Wallonië is Luik de koploper met 133 besmettingshaarden. Daarna volgen Namen (75), Henegouwen (52), Luxemburg (40) en Waals-Brabant (30).


