Het Oekraïense leger mag een reactie verwachten op het offensief in de grensregio Koersk. Dat heeft de Russische president Poetin gezegd. "We moeten de vijand uit ons grondgebied schoppen", zei hij tijdens een vergadering. Ondertussen heeft Rusland ook 11.000 inwoners geëvacueerd uit Belgorod, een andere grensregio naast Koersk.
Poetin wil Oekraïense troepen "buitenschoppen" nu Rusland ook tweede grensregio moet evacueren
Het grootschalige Oekraïense offensief in de Russische grensregio Koersk lijkt voorlopig niet aan intensiteit in te boeten. De Russische inwoners van het grensgebied worden in groten getale geëvacueerd. Volgens de gouverneur van de regio, Alexej Smirnov, zijn al 121.000 bewoners in veiligheid gebracht, en moeten 59.000 Russen nog uit het gebied vertrekken. Ook in de aanpalende provincie Belgorod worden nu duizenden inwoners geëvacueerd.
Poetin ontevreden
Lang bleef het zowel aan Oekraïense als aan Russische zijde opmerkelijk stil over het offensief. Gisteren pas bevestigde de Oekraïense president Zelenski voor het eerst de inval in de Russische grensregio. In een videoboodschap had hij het over "de verplaatsing van de oorlog naar het gebied van de agressor" en bedankte hij de strijdkrachten die het offensief mogelijk maken.
Ook vandaag richtte Zelenski zich in een videoboodschap tot de Oekraïense bevolking. Volgens de president controleren de Oekraïense troepen ongeveer 1.000 vierkante kilometer van het Russische grondgebied. Zelenski wil ook een humanitair plan voor de regio opstellen, zei hij. Het was de eerste keer dat hij de operatie direct bevestigde.
Nu laat ook de Russische president Poetin van zich horen tijdens een topoverleg dat op televisie uitgezonden werd. Aanvankelijk leek de Russische president het onderwerp uit de weg te gaan, en had hij het over de successen van de troepen aan het front en de schade die werd toegebracht aan Oekraïense eenheden.
Na een tussenkomst van de gouverneur van Koersk kon Poetin haast niet anders dan de situatie aan de Russische grens bespreken. Toen Smirnov het had over de vooruitgang die de Oekraïense troepen daar boeken, werd hij onderbroken door Poetin. "De focus ligt op hoe we de mensen daar willen helpen", aldus de Russische president.
Poetin maakte ook een ontevreden indruk, zijn lippen stijf op elkaar gedrukt, toen Smirnov zei dat de Oekraïners nu 28 dorpjes in de regio controleren. "De situatie is moeilijk", concludeerde de gouverneur.
De Oekraïense troepen mogen wel een reactie van Rusland verwachten. "De verliezen voor de strijdkrachten van Oekraïne zijn dramatisch toegenomen", zegt Poetin. "Vooral onder de meest capabele eenheden die de vijand naar onze grens heeft gestuurd. De vijand zal ongetwijfeld een waardige reactie krijgen, en er bestaat geen twijfel over dat we al onze doelstellingen zullen bereiken. We moeten de vijand van ons grondgebied schoppen."
Oekraïne neemt initiatief
Intussen duurt het Oekraïense offensief onverminderd voort. Volgens verschillende bronnen zou het land duizenden troepen over de Russische grens gestuurd hebben. Op sommige plaatsen zou het Oekraïense leger al tot 30 kilometer ver in Rusland geraakt zijn. Dat beweert het Kremlin. Of dat echt klopt, is nog onduidelijk. Sommige bronnen spreken van een vooruitgang van 'slechts' 10 à 20-tal kilometer.
Dankzij de operatie van Oekraïne in Koersk kan het Oekraïense leger voorlopig het initiatief nemen aan het front en "de strijd naar het land van de agressor brengen", zegt Zelenski. Sinds het begin van de grootschalige aanval van Oekraïne in februari 2022 kon Rusland de locatie, het tijdstip en de omvang van gevechten bepalen en Oekraïne dwingen een defensieve houding aan te nemen.
Dat verandert nu. De Oekraïense operatie in de Koersk-oblast heeft het Kremlin en het Russische militaire commando er toe gedwongen om te reageren en troepen en middelen te herschikken naar de regio waar Oekraïense troepen aanvallen hebben gelanceerd. "Het Russische militaire commando heeft waarschijnlijk ten onrechte geoordeeld dat Oekraïne niet in staat was om zelf het initiatief in de oorlog te nemen", concludeert de Amerikaanse denktank Study of War.

