Atleten die niet binnen het hokje 'man' of 'vrouw' passen, worden vaak beschouwd als een recent fenomeen. Toch bestonden in de jaren 30 al intersekse sporters die de internationale media haalden. Aanvankelijk werd voornamelijk positief over hen geschreven, maar zeker vanaf de Olympische Spelen van 1936 kreeg het idee dat intersekse atleten een 'oneerlijk voordeel' zouden hebben, de bovenhand.
De veelbesproken bokser Imane Khelif staat vandaag in de kwartfinale op de Olympische Spelen. Ze mocht in 2023 niet deelnemen aan het WK, omdat ze een te hoog testosterongehalte zou hebben, maar de commotie liep vooral hoog op toen de Algerijnse haar vorige Olympisch gevecht na 46 seconden kon winnen .
Haar tegenstander vandaag, de Hongaarse Anna Luca Hamori, deelde enkele haatdragende posts op haar Instagram-account . Ook vandaag ontstaat er dus nog geregeld controverse rond intersekse atleten.
Intersekse personen zijn mensen bij wie de biologische geslachtskenmerken, zoals chromosomen, hormonen of geslachtsorganen, niet exclusief binnen de typische definities van 'mannelijk' of 'vrouwelijk' passen. Het biologische geslacht kan daarom gezien worden als een spectrum met vele variaties.
Deze variaties zijn soms zichtbaar bij geboorte, zoals bij baby’s met 'ongewone' genitaliën. Meestal worden ze echter pas opgemerkt tijdens latere levensfases, zoals de puberteit, wanneer de verwachte ontwikkeling van secundaire geslachtskenmerken zoals borsten of baardgroei uitblijft of ongebruikelijk verloopt.
Toch kan het ook nóg later aan het licht komen, bijvoorbeeld tijdens medische onderzoeken naar vruchtbaarheidsproblemen of na een ongeluk. Soms blijft het zelfs levenslang onontdekt. De Nederlandse organisatie voor seksediversiteit, NNID, schat dat 126.000 Belgen en 190.000 Nederlanders voldoen aan de definitie die ze hanteert voor 'intersekse'.
Geen recent fenomeen
In de publieke perceptie worden atleten die niet binnen de traditionele man-vrouwclassificering passen vaak beschouwd als een recent fenomeen. Dat komt onder andere door recente sociale bewegingen voor gendergelijkheid en de 'backlash' ertegen, medische ontwikkelingen en toegenomen media-aandacht.
Uit historisch onderzoek blijkt echter dat intersekse atleten al vroeg in de 20e eeuw zichtbaar aanwezig waren in sport. Al in de jaren 30 berichtten internationale media over atleten die de traditionele binaire geslachtscategorieën doorbraken.
Weston en Koubek
Mark Weston werd in 1905 in het Verenigd Koninkrijk geboren met 'atypische' geslachtskenmerken. Opgevoed als meisje, ontwikkelde hij zich in de jaren 20 tot een toonaangevende atleet. Zo won hij in 1925 en 1928 de Britse nationale titel voor kogelstoten en won hij in 1929 alle 3 de werpevenementen: kogelstoten, speerwerpen en discuswerpen.
Toch verschenen de sportprestaties van Weston begin jaren 30 slechts sporadisch in de media. Zijn privéleven kreeg in 1936 heel wat meer aandacht. Eind mei van dat jaar stonden de Britse tabloids een week lang vol met verhalen over de operaties die Weston onderging en berichtten zij uitvoerig over zijn langdurige worsteling met zijn identiteit als vrouw en over zijn huwelijk met Alberta Bray.
Ook Zdeněk Koubek verscheen geregeld in de media toen hij na verschillende wereldrecords in atletiek voor vrouwen in 1935 de transitie naar man maakte. Hij werd in 1913 in Tsjecho-Slowakije geboren met sekse variatie en – door de onzichtbaarheid van 'mannelijke' uitwendige geslachtskenmerken – als vrouw opgevoed.
Naarmate hij zich steeds meer als man ging identificeren, trok hij zich in 1935 terug uit de competitie. Hij onderging een operatie, wijzigde officieel van geslacht, en trouwde met zijn vrouw. Zijn records in de vrouwensport werden geannuleerd en hij gaf al zijn medailles en onderscheidingen terug.
Hoewel de meeste intersekse personen geen geslachtsverandering ondergaan, kwamen intersekse sporters dus met name door hun transitie in het nieuws.
Willy De Bruyn
Ook de Belgische pers rapporteerde over atleten zoals Weston en Koubek, waarbij er bovendien belangrijke aandacht ging naar een vergelijkbare Belgische casus.
Willy De Bruyn werd op 4 augustus 1914 in Erembodegem geboren met 'atypische' geslachtskenmerken. Hij werd opgevoed als Elvira en won in de jaren 30 titels in het nationale en internationale vrouwenwielrennen.
Toen hij zich steeds meer als man ging identificeren, wijzigde hij in 1937 zijn geslacht in de burgerlijke stand en trouwde in 1938 met Clementine Juchters. Na enkele berichten dat hij zijn carrière zou voortzetten in het mannenwielrennen, verdween hij uit de schijnwerpers.
Acceptatie van intersekse atleten
De berichtgeving in de Belgische en Anglo-Amerikaanse pers over intersekse atleten en hun geslachtsverandering was opmerkelijk positief. Het maakte deel uit van een bredere persaandacht voor verhalen over geslachtsverandering, die steeds vaker vanuit een medisch perspectief benaderd werden.
In de jaren 1930 betekende vooruitgang in hormoononderzoek dat geslacht in toenemende mate werd gezien als minder gedifferentieerd dan voorheen gedacht. Er ontstond een bredere bekendheid met het idee dat geslacht niet altijd stabiel of direct begrijpelijk was.
Angsten rond vrouwensport
Daarnaast onderging de sportwereld in de periode tussen de wereldoorlogen een transformatie, met een opvallende toename van vrouwelijke deelnemers. Door uit te blinken in kracht, uithoudingsvermogen en competitie – kenmerken die traditioneel als mannelijk werden gezien – bewezen vrouwen dat deze eigenschappen niet alleen aan mannen voorbehouden waren.
Dit stelde de vrouwelijkheid van atletes ter discussie, waarbij er bezorgdheid werd geuit over de potentiële vermannelijking van vrouwen door sport. Er werd opgeroepen om deze praktijken te beperken.
Hoewel intersekse atleten aantoonden dat de biologische realiteit complexer was dan de simpele tweedeling in mannelijke en vrouwelijke lichamen, zorgde de persaandacht voor hun transitie dat sociale angsten rond vrouwensport kalmeerden: deze vrouwen die uitblonken in sport bleken immers geen vrouw te zijn.
Dit droeg bij aan het in diskrediet brengen van sport als een acceptabele activiteit voor vrouwen en zette mechanismes in gang waarbij sportorganisaties zich fixeerden op het onderscheiden van mannen en vrouwen.
De opkomst van de geslachtstest
De berichtgeving over de geslachtsveranderingen van Weston en Koubek viel samen met de Olympische Zomerspelen in Berlijn in 1936. Hoewel de pers benadrukte dat zij zich niet bewust waren geweest van hun 'voordeel', leidden de verhalen over sportvrouwen die man bleken te zijn tot zorgen in de sportwereld: mannen zouden meedoen aan vrouwencompetities op zoek naar fysiek en oneerlijk voordeel.
Er werd nadruk gelegd op het belang van 'eerlijke competitie' en op ideeën over het vermeende biologische voordeel van het 'mannelijke' lichaam ten opzichte van het 'zwakkere' vrouwelijke fysiek. Er werd opgeroepen tot strengere controle op de scheiding op basis van sekse in de sport, om ervoor te zorgen dat alleen 'echte' vrouwen deelnemen.
Toen de Amerikaanse sprintster Helen Stephens in Berlijn de vorige recordhoudster Stella Walsh in een recordtijd versloeg op de 100 meter, kon men amper geloven dat een vrouw zo snel kon lopen. Officials verzochten om haar geslacht te verifiëren, maar Stephens doorstond deze 1e geslachtstest van de moderne Olympische Spelen.
Hoewel er ook vragen werden gesteld over het geslacht van Walsh, zou pas na haar overlijden in 1980 uit de autopsie blijken dat ze een lichaam met intersekse variatie had. Internationale sportorganisaties namen al snel het besluit dat er beleid op basis van geslacht moest worden ingevoerd.
Vanaf 1946 verplichtte IAAF, het internationale bestuursorgaan voor atletiek, vrouwelijke deelnemers om een medisch certificaat voor te leggen op basis van een gynaecologisch onderzoek. Vanaf de Olympische Zomerspelen van 1948 in Londen eiste het Internationaal Olympisch Comite (IOC) dat vrouwelijke deelnemers voldeden aan de eisen van de IAAF.
Tot op de dag van vandaag worden er bij grote sportcompetities en bij de Olympische Spelen geslachtstesten afgenomen, al zijn de resultaten ook vandaag nog altijd "ongelooflijk complex".
Een dubbele maatstaf
Critici van geslachtstesten argumenteren dat deze voornamelijk een limiet stellen aan hoe 'mannelijk' een vrouwelijk lichaam mag zijn in sportcompetities, zonder vergelijkbare bovengrenzen voor mannelijke atleten, die niet getest worden op genetische of fysiologische voordelen.
Dit contrast wordt duidelijk in de behandeling van loper Caster Semenya versus zwemmer Michael Phelps, die beiden unieke fysieke eigenschappen bezitten.
Phelps heeft relatief korte benen en een lange romp, waardoor hij minder weerstand ondervindt in het water. Zijn lange armen, grote handen en voeten die werken als efficiënte peddels, en zijn uitzonderlijk flexibele enkels dragen bij aan zijn zwemvaardigheid. Wetenschappelijk onderzoek suggereert ook dat hij minder melkzuur produceert, wat leidt tot sneller herstel. Hij wordt gevierd om zijn uitzonderlijkheid.
Semenya, die hogere natuurlijke testosteronniveaus heeft, werd daarentegen onderworpen aan publieke kritiek en verplichte geslachtsverificatietests. Haar vrouwelijkheid werd in twijfel getrokken, met de verwachting dat zij medische behandelingen zou ondergaan die haar sportprestaties zouden beperken.
Wetenschappelijke inspanningen om geslacht in de sport te classificeren laten zien hoe moeilijk het is om atleten duidelijk op basis van geslacht te scheiden en hoe dit vrouwen (en vaak met name vrouwen van kleur) die niet binnen de standaard seksenormen vallen, benadeelt. Het toont aan dat onze samenleving moeite doet om strikte man-vrouw categorieën te handhaven, terwijl de werkelijkheid veel diverser en complexer is.
Meer lezen over de geschiedenis van intersekse atleten? Een langer artikel van de hand van Marjolein Van Bavel verscheen in het wetenschapsmagazine Eos.




