De politieke spanning in de Verenigde Staten is te snijden na de aanslag op een campagne-event van presidentskandidaat Donald Trump. Het incident legt oude wonden opnieuw bloot: de groeiende kloof tussen links en rechts, en het politieke geweld dat daarbij komt kijken. Waarom zijn de politieke verschillen in de VS zo groot? En valt die kloof nog te dichten?
Politieke kloof in Verenigde Staten wordt alleen maar groter: "Escalatie met geweld lijkt niet ondenkbaar"
Een dag na de aanslag op oud-president Donald Trump doen er verschillende complottheorieën de ronde. Meteen na de feiten beweerde het Republikeinse kamp dat Biden, de Amerikaanse regering, en iedereen die zich links, liberaal en "woke" noemt, verantwoordelijk is voor de aanslag. Het kon bijna niet anders dan dat het om een inside job ging en dat de veiligheidsdiensten daarbij betrokken waren. Hoe geraakte de schutter anders ongezien op het dak?
Aan de andere kant van het politieke spectrum klinkt dan weer dat Trump, en bijgevolg de Republikeinen, zelf de aanslag in scène hebben gezet. De historische foto's, de vuist van Trump, ... Voor sommigen lijkt het een campagnestrategie om zijn politieke positie te versterken die hem uiteindelijk het presidentschap kan opleveren.
Wat er ook van aan is, beide strekkingen wijzen met de vinger naar elkaar en schuiven elke verantwoordelijkheid voor de aanslag van zich af. Een gevaarlijke evolutie, vinden experten, want zo dreigt de politieke kloof tussen politieke tegenstanders alleen maar groter te worden.
Zowel Biden als Trump roept nu op tot kalmte en verbinding, maar heeft dat wel zin nadat ze jarenlang hun politieke verschillen hebben uitgespeeld? Volgens sommigen lijkt een (gewelddadig) treffen tussen politieke tegenstanders in de VS alvast onvermijdelijk.
Kloof wordt groter
Politiek geweld lijkt haast niet weg te denken uit de Verenigde Staten. Trump is al de 16e Amerikaanse president waarop een aanslag werd gepleegd. Het heeft slechts enkele millimeters gescheeld of hij kon toegevoegd worden aan het lijstje van doodgeschoten presidenten als Abraham Lincoln en John F. Kennedy.
"Het politieke geweld is een direct gevolg van de polarisatie in het land", vertelt Kirsten Verdel. Ze is journaliste, communicatiestrateeg en werkte op het landelijk hoofdkwartier van de Democraten van Barack Obama tijdens de presidentsverkiezingen van 2008. Ze had de aanslag op Trump wel zien aankomen.
"Beide politieke partijen gaan de ander als een vijand neerzetten, als de schuldige van alles wat misloopt. Die manier van redeneren kan snel escaleren."
Volgens Verdel is het Amerikaanse politieke systeem een belangrijke katalysator voor de doorgedreven polarisatie. "Je zit eigenlijk met 2 grote spelers", zegt ze. "Je wil continu zelf in de belangstelling staan en aandacht krijgen. Dat doe je met uitspraken die jou lijnrecht tegenover de andere positioneren. Hoe extremer een uitspraak is, hoe meer betrokkenheid die genereert. Dat maakt het voor de media dan weer interessant om dat nieuws uit te vergroten. Zo beland je al snel in een negatieve spiraal."
De groeiende politieke kloof is geen recent fenomeen. Het is een proces dat al jaren aan de gang is. Het begon eigenlijk in de jaren 80, tijdens het presidentschap van Ronald Reagan. Binnen zijn partij (de Republikeinen) streefde hij voor een verschuiving naar rechts. Die nieuwe ideologie botste sterk met de progressieve en liberale waarden van de Democraten, wat leidde tot grotere verschillen tussen de partijen. Zijn effectieve gebruik van media en retoriek om conservatieve waarden te promoten, versterkte het wij-zij-gevoel tussen Republikeinen en Democraten.
Later groeiden de 2 politieke stromingen nog verder uiteen, een proces dat in een stroomversnelling kwam toen Obama president werd. "En daar zitten social media voor iets tussen", weet Verdel. "In het verleden was er een soort voice of reason, een stem die de rede verkondigde. Als je vroeger een extreme uitspraak deed of iets onjuists zei, dan werd je daarop gecorrigeerd en kreeg je een tik op de vingers. Als je nu iets discriminerends, onjuists of onrechtmatigs roept, dan krijg je daarvoor schouderklopjes. Je zit in een soort online bubbel met gelijkgestemden. Daardoor is er een heel andere dynamiek ontstaan."
Escalatie niet ondenkbaar
Die evolutie is onrustwekkend, zeker omdat die ook gepaard gaat met toenemende politieke agressie. In 2016 onderzocht de politie van het Capitool een 1.000-tal dreigementen tegen volksvertegenwoordigers, in 2021 waren dat er bijna 10.000, 10 keer zoveel. Steeds meer mensen vinden ook dat het uitsturen van dreigementen gerechtvaardigd is.
Al stopt het niet louter bij dreigementen. In juni nam Robert Pape, professor aan de universiteit van Chicago en directeur van het Project voor Veiligheid en Bedreigingen, een enquête af bij Amerikaanse volwassenen. 10 procent van de bevraagden vindt dat wapens mogen gebruikt worden om te voorkomen dat Trump opnieuw president wordt. Daarvan bezit een derde een wapen. 7 procent van de bevraagden vindt dat een wapen gebruikt mag worden om Trump te herinstalleren als president.
In een bevraging uit 2023 vindt bijna een kwart dat "Amerikaanse patriotten geweld mogen gebruiken om het land te redden". In 2021 was dat slechts 15 procent. Een opvallende stijging, dus, zowel bij Democraten als bij Republikeinen.
"Als Trump bij de aanslag was gedood, dan ben ik er bijna zeker dat we die nacht zware rellen hadden gezien", vertelt Verdel. "Het kan allemaal erg snel escaleren, vooral omdat er zoveel wapens circuleren in de VS, zo'n 400 miljoen. Ik ben er zeker van dat de wapenverkoop nu explosief gaat toenemen. De 20-jarige man die Trump onder vuur nam, wordt door de Republikeinen gezien als een vertegenwoordiger van heel links, van alle Democraten. Tegenstanders willen zich daar nu tegen bewapenen."
Tweede burgeroorlog?
In april dit jaar kwam de film 'Civil war' uit in de bioscoopzalen. In die film breekt een nieuwe burgeroorlog uit in de Verenigde Staten, waarbij de autoritaire federale regering, geleid door een president voor de derde termijn, wordt bestreden door afscheidingsbewegingen.
Voor alle duidelijkheid, het verhaal is volledig verzonnen, maar het thema leeft wel bij de Amerikaanse bevolking. Uit verschillende peilingen blijkt dat de helft van de Amerikanen vrezen dat er in hun leven nog een burgeroorlog gaat uitbreken. Loert er echt nieuwe civil war om de hoek?
"Er wordt al jaren geroepen dat dat wel zou kunnen en als de spanningen zo blijven oplopen, kan het wel een keer ontploffen, denk ik. Ik zeg niet dat het gaat gebeuren, maar wel dat het kan gebeuren, makkelijker misschien dan sommige mensen denken", vreest Verdel.
Ook Willem Post, verbonden aan het Instituut Clingendael en auteur van 'De ziel van Amerika, democratie op drift', ziet de toenemende polarisering met lede ogen aan. "Als je kijkt naar het aantal dreigementen tegen politici, de aanslagen... Ik krijg veel berichten van mensen uit Amerika die echt bang zijn."
Al denkt Post wel dat die evolutie niet noodzakelijk zal uitmonden in een burgeroorlog. "Ik denk dat er een beweging zal ontstaan van burgers én politici die pleiten voor een terugkeer naar het 'normaal'. Die groep beseft dat het 5 voor 12 is voor de Amerikaanse democratie en vindt dat het nu wel genoeg is geweest."
De groeiende politieke kloof en de toenemende polarisatie is dus niet goed voor de Amerikaanse democratie. Daarom is het cruciaal dat zowel Biden en zijn aanhang als Trump en zijn achterban het hoofd koel houden. Een bekend Engels spreekwoord luidt: cooler heads will prevail.
"Meer dan ooit mogen Amerikanen niet toegeven aan angst, haat en complotdenken", vindt Post. Beide presidentskandidaten willen alvast de kalmte laten terugkeren, hebben ze gezegd. Maar alleen de tijd zal uitwijzen of ze zich aan die belofte zullen houden.
Beluister: podcast 'Björn in the USA' over de ontrafeling van de Amerikaanse Republikeinen


