De nieuwe regeringen nemen best het stelsel van de werkloosheidsuitkeringen eens onder de loep en met name de onbeperkte duur van die uitkeringen. Dat is een van de vele aanbevelingen van de Hoge Raad voor Werkgelegenheid in een uitgebreid rapport over de Belgische arbeidsmarkt. "Het is niet de bedoeling dat personen die geen werk (meer) zoeken er zouden onder vallen", klinkt het bij de Hoge Raad.
Ook Hoge Raad voor Werkgelegenheid ziet wel wat in beperking van werkloosheidsuitkering in de tijd
Dat België nog altijd een heel eind onder het Europese gemiddelde scoort als het gaat over arbeidsmarktparticipatie (in mensentaal: welk percentage van de bevolking tussen 15 en 64 jaar schakelt zich in op de Belgische arbeidsmarkt?), zo luidt een belangrijke conclusie van de Hoge Raad voor Werkgelegenheid, een adviesraad van arbeidsmarktexperten uit het hele land, in een lijvig nieuw verslag. Vooral kwetsbare groepen, zoals kortgeschoolden, niet-Europeanen, jongeren en ouderen, scoren slecht.
Die arbeidsmarktparticipatie is belangrijk om tot een werkgelegenheidsgraad van 80 procent te komen, de lat die zowat alle regeringen in ons land willen halen. Hoe hoger de werkgelegenheidsgraad namelijk, hoe meer belastinginkomsten en hoe minder de kosten van uitkeringen en pensioenen zullen wegen op het budget. Vandaag klokt de werkgelegenheidsgraad in ons land af op 72,3 procent (Vlaanderen doet het beter, Wallonië en Brussel slechter).
Tegelijk hebben veel bedrijven moeite om genoeg en/of de juiste mensen te vinden voor hun vacatures. Ook blijkt het bijzonder moeilijk om werklozen aan de andere kant van de taalgrens te overtuigen om hier werk te zoeken (en vice versa).
Prikkel om te gaan werken
En dus heeft de Hoge Raad voor Werkgelegenheid een lange lijst aanbevelingen klaar voor de nieuwe regeringen die in ons land zijn of worden gevormd. Een van die ideeën waar de Hoge Raad zich over buigt: de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd. Het is een voorstel dat voor de verkiezingen bij veel partijen terugkwam.
Wanneer mensen nog maar net werkloos zijn, is de kans om weer aangeworven te worden bijzonder hoog. Maar dat voordeel verdwijnt wanneer het te lang duurt
Steven Vanackere, vicegouverneur van de Nationale Bank van België en ondervoorzitter van de Hoge Raad voor Werkgelegenheid
En ja, ook (de meerderheid van) de Hoge Raad ziet daar wel iets in. Vandaar de aanbeveling van de Hoge Raad, die weliswaar niet unaniem was, om het werkloosheidsstelsel te herbekijken. Volgens de meeste raadsleden moet het systeem transparanter en moet het vooral de prikkel om weer te gaan werken versterken. Bijvoorbeeld dus door de duur van de werkloosheidsuitkering te beperken in de tijd.
"Je moet ervoor zorgen dat de wil om een baan te vinden voldoende sterk is", zegt Steven Vanackere, vicegouverneur van de Nationale Bank van België en ondervoorzitter van de Hoge Raad voor Werkgelegenheid. "Wanneer mensen nog maar net werkloos zijn, is de kans om weer aangeworven te worden bijzonder hoog. Maar dat voordeel verdwijnt wanneer het te lang duurt."
Armoederisico
Vanackere vindt dan wel dat het armoederisico van mensen beter in de gaten moet worden gehouden. Dat was ook een oproep van de Hoge Raad. "Dat kan met het huidige systeem paradoxaal genoeg net minder goed worden gerealiseerd."
Anders gezegd: wie te lang werkloos is, mag niet aan zijn lot worden overgelaten, maar kan dan beter met andere bijstandssystemen worden geholpen. "Het werkloosheidsstelsel is een verzekeringssysteem binnen de sociale zekerheid, dat werkzoekenden een vervangingsinkomen garandeert", klinkt het letterlijk in de aanbeveling. "Het is geen stelsel van sociale bijstand. Het is niet de bedoeling dat personen die geen werk (meer) zoeken er zouden onder vallen."


