Zolang het geweld in Gaza voortduurt en humanitaire hulp beperkt wordt, blijft het risico op een hongersnood hoog. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de internationale monitororganisatie IPC. Bijna een half miljoen Gazanen (22 procent van de bevolking) wordt geconfronteerd met een "catastrofale voedselonzekerheid". "Alleen een staakt-het-vuren en permanente humanitaire toegang tot de gehele Gazastrook kan het risico op een hongersnood reduceren", klinkt het.
Internationale voedselwaakhond waarschuwt voor hoog risico op hongersnood in Gaza: "Extreem menselijk lijden, situatie is catastrofaal"
Het is ondertussen al de 3e keer sinds het uitbreken van de oorlog in Gaza dat de Evaluatiecommissie Hongersnood van de monitororganisatie IPC de voedselzekerheid in het gebied onderzoekt. Het 1e rapport verscheen in december, het 2e in januari. Beide studies stelden een hoog risico op een hongersnood vast en waarschuwden voor een voedselcrisis in de Gazastrook.
Ook in het nieuwste rapport , dat gisteren is verschenen, trekt het voedselveiligheidagentschap aan de alarmbel. "De afgelopen maanden hebben getoond dat de toegang tot voedsel en humanitaire hulp snel kan veranderen. Het risico op epidemieën neemt toe. 8 maanden oorlog heeft de bevolking extreem kwetsbaar gemaakt voor een hongersnood", klinkt het.
"Gezien de onvoorspelbaarheid van het voortdurende conflict en de problemen met de humanitaire toegang, kan elke belangrijke verandering de bevolking van Gaza zeer snel in een hongersnood duwen", aldus het rapport.
Catastrofaal
Om de voedselzekerheid in een gebied vast te stellen, hanteert het IPC 5 fasen: minimaal, stress, crisis, noodsituatie en hongersnood (zie tabel onderaan). Volgens het rapport zitten 495.000 mensen, dat is 22 procent van de bevolking in Gaza, in IPC-fase 5, de hoogste schaal van hongersnood.
96 procent van de bevolking - meer dan 2 miljoen mensen - kampt met acute voedselonzekerheid op crisisniveau of hoger.
Wat betekent IPC-fase 5?
Het Systeem voor de Fases van Voedselveiligheid (IPC) classificeert de ernst van voedselonzekerheid in verschillende fasen, waarbij elke fase een bepaald niveau van dreiging van hongersnood vertegenwoordigt. Met dat systeem wordt IPC als monitororganisatie wereldwijd ook als een van de meest gezaghebbende bronnen beschouwd om voedselzekerheid vast te stellen.
Fase 5 is de meest ernstige vorm van voedselonzekerheid, waarbij uitgebreide hongersnood optreedt. In deze fase is meer dan een derde van de bevolking ernstig ondervoed, er vallen elke dag 2 doden per 10.000 inwoners aan de gevolgen van ondervoeding. Ze vereist een onmiddellijke, grootschalige noodrespons om de catastrofale gevolgen te verzachten.
Nog uit de gegevens blijkt dat meer dan de helft van de huishoudens kleren heeft moeten ruilen voor geld om voedsel te kunnen kopen. Een derde van de huishoudens verkoopt afval om geld te verdienen. Nog eens 50 procent van de huishoudens geeft aan dat ze vaak geen eten in huis hebben en meer dan 20 procent eet hele dagen en nachten niet.
Het IPC waarschuwt verder dat vooral kinderen het slachtoffer zijn van de voedselcrisis. Dat bevestigt ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Volgens de WHO werden al meer dan 8.000 Palestijnse kinderen jonger dan 5 jaar behandeld voor acute ondervoeding. Sinds de start van de oorlog zijn al 28 kinderen overleden aan acute ondervoeding.
Meer hulpleveringen in het noorden, afname in het zuiden
Waar de organisatie in het vorige rapport nog waarschuwde voor een dreigende hongersnood in het noorden van Gaza, ziet IPC wel een lichte verbetering in maart en april door de toename van voedselleveringen. "De huidige gegevens wijzen er niet op dat er momenteel een hongersnood heerst in Noord-Gaza", klinkt het.
In tegenstelling tot de toename in het noorden, meldt IPC wel een afname van hulpleveringen in het zuiden van de Gazastrook. Die daling wijt het agentschap aan het Israëlische offensief dat vorige maand in de regio is begonnen.
Toen is het Israëlisch leger de stad Rafah binnengetrokken, waar op dat moment 1,5 miljoen Palestijnen schuilden. Sindsdien bezet het leger er de grensovergang met Egypte waarlangs vrachtwagens met hulpgoederen moeten passeren.
Volgens IPC, dat onder meer op basis van gegevens van het humanitaire VN-agentschap OCHA werkt, werden ook begin juni problemen gemeld met de toegang voor humanitaire hulp. Zo zijn in de eerste 2 weken slechts 23 van de 44 geplande humanitaire hulpmissies naar Noord-Gaza gefaciliteerd door de Israëlische autoriteiten. 4 missies werden geweigerd, 10 verhinderd en 7 geannuleerd om logistieke, operationele of veiligheidsredenen.
(Nog) geen hongersnood, maar wel extreem lijden
Op dit moment stelt het agentschap nog geen hongersnood vast, maar dat wil niet zeggen dat de situatie in de Gazastrook niet "catastrofaal" is, benadrukt de VN-voedselwaakhond. "Het verandert niets aan het feit dat er op dit moment zonder twijfel sprake is van extreem menselijk lijden in de Gazastrook", klinkt het in het rapport.
"Men moet niet wachten tot een hongersnood wordt vastgesteld om nu al in actie te schieten. Er is onmiddellijke humanitaire nood om dit burgerleed aan te pakken door volledige, veilige, ongehinderde en voortdurende humanitaire toegang tot de Gazastrook te bieden."
"Ook de verbeteringen die in maart en april zijn vastgesteld mogen geen ruimte laten voor zelfgenoegzaamheid over het risico op hongersnood in de komende weken en maanden. Doordat de voedselcrisis in Gaza al zo lang aansleept, blijft het risico op een hongersnood net zo hoog als de afgelopen maanden", aldus het agentschap.

