Vlaamse lokale besturen willen meer ondersteuning om Oekraïense vluchtelingen op te vangen. Dat blijkt uit een onderzoek van Odisee-hogeschool. Oekraïners die door de oorlog hun land moesten ontvluchten, kunnen al even op een bijzondere bescherming rekenen. Dat tijdelijke statuut werd vandaag verlengd. Maar de steden en gemeenten waar die vluchtelingen vaak terechtkomen, vragen meer steun aan de Vlaamse of federale overheid.
Vlaamse steden en gemeenten vragen meer ondersteuning bij opvang Oekraïense vluchtelingen
Wanneer de oorlog losbarst in Oekraïne, worden de 27 Europese lidstaten plots geconfronteerd met een toenemend aantal vluchtelingen. Niet lang daarna beslissen ze unaniem om de richtlijn over tijdelijke bescherming te activeren. Daardoor hoeven de vluchtelingen de traditionele asielprocedure niet te doorlopen, krijgen ze meteen verblijfsrecht, en krijgen ze toegang tot huisvesting, sociale bijstand, gezondheidszorg, de arbeidsmarkt en het onderwijs.
Die bijzondere vorm van bescherming is sindsdien al meermaals verlengd. Ook vandaag kwam er een nieuwe verlenging, tot 4 maart 2026.
Goed nieuws, volgens vluchtelingenorganisaties, maar tegelijkertijd pleiten ze ook voor een duurzamer statuut. "Stilaan wordt duidelijk dat dit een kwestie van jaren wordt", stelt Tine Claus, directeur bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen, in De Ochtend op Radio 1. "Wij pleiten daarom voor een duurzaam statuut op Europees niveau op vlak van verblijfsrecht. Dan kunnen we verder kijken dan die verlenging met 1 jaar en kunnen we dat combineren met een duurzaam integratiebeleid. Want die mensen beseffen almaar meer dat ze hier langer zullen verblijven dan ze in het begin gehoopt hadden."
Ook bij de Vlaamse steden en gemeenten valt enige bezorgdheid te bespeuren. Vorig jaar hebben onderzoekers van de Odisee-hogeschool bij die lokale besturen nagevraagd hoe zij die opvang ervaren hebben. Van de 300 steden en gemeenten in Vlaanderen hebben er 172 de bevraging ingevuld. Net iets meer dan de helft dus.
Mensen opvangen is meer dan hen een dak boven het hoofd geven
Mieke Schrooten, onderzoekster Odisee
"In praktijk zijn zij snel verantwoordelijk geworden voor de opvang en huisvesting van de vluchtelingen", vertelt onderzoekster Mieke Schrooten. "Soms werden ze zelfs in snelheid gepakt, en moesten ze via de media vernemen dat hun gemeente gezinnen zou gaan opvangen."
Uit het onderzoek van Odisee blijkt dat er bij die plotse uitdaging toch nood was aan meer ondersteuning van een hoger beleidsniveau. "Het is niet dat er geen steun was, maar volgens sommige gemeentebesturen stond die niet in verhouding tot de verwachtingen. Sommige besturen geven aan dat de opdracht hun draagkracht overschreden heeft."
Ook wanneer het fout ging, voelden de gemeentebesturen zich soms in de steek gelaten. "Er is van bovenaf beslist dat er met gastgezinnen zou gewerkt worden. Maar wanneer het dan in praktijk foutloopt, waren het de lokale besturen die dat probleem moesten oplossen."
"Mensen opvangen is meer dan hen een dak boven het hoofd geven. Je wordt een soort aanspreekpunt en begeleider. Er kwamen vragen over onderwijs, tewerkstelling en onderwijs. En dat was geen evidentie."
Geen evidentie, ook omdat de vluchtelingen onder een tijdelijk statuut in België verblijven. "Psychologisch is dat moeilijk", vertelt Schrooten. "Mensen weten niet of ze de taal moeten leren en hun leven hier moeten opbouwen. Ook voor werkgevers en verhuurders is die tijdelijke bescherming een struikelblok. Het is moeilijk voor de lokale besturen om hier antwoorden op te bieden."
Positieve verhalen
Ondanks die nood aan meer omkadering en een duurzamere oplossing, vallen er ook veel positieve ervaringen te rapen. Zo is meer dan 80% van de lokale besturen (zeer) positief over de eigen aanpak. "Gemeentebesturen beseffen nu ook dat burgers meer willen en kunnen betrokken worden", vertelt Schrooten. "Op sommige plaatsen is er bijvoorbeeld een buddywerking ingevoerd, of heeft men ontdekt dat een crisiscel een grote meerwaarde heeft."
De hulpvraag aan de hogere beleidsniveaus blijft, maar in veel steden en gemeenten wil men de opvang toch graag zelf in handen houden.
"Veel lokale besturen geven aan dat ze het wel correct vinden dat zij de spil zijn geworden, en willen dat ook zo houden", vertelt Schrooten. "Zij hebben nu eenmaal het netwerk en die lokale tentakels. Het geeft ook een stukje autonomie, de aanpak kan lokaal vormgegeven worden. Maar dat betekent niet dat de verantwoordelijkheden gewoon mogen worden doorgeschoven, er moet iets tegenover staan."



