Het vertrouwen in justitie daalt. Dat is de conclusie van de vijfde Justitiebarometer van de Hoge Raad voor Justitie. Vooral mensen die zichzelf in de lagere klasse plaatsen, hebben nog maar weinig vertrouwen. "De ongelijkheid in de samenleving vertaalt zich ook in hoe mensen kijken naar justitie", legt socioloog Maartens Hermans uit.
Na werkstraffen voor Reuzegommers, veroordeling van Acid of fraude bij magistratenexamen: vertrouwen in justitie daalt, blijkt uit barometer
Van de werkstraffen in de zaak-Sanda Dia over de fraude met het magistratenexamen tot de veroordeling van YouTuber Acid: gerechtelijke uitspraken of schandalen lokken dezer dagen vaak heel wat reactie uit. Net nu komt de Hoge Raad voor Justitie dan ook met zijn "Justitiebarometer", waarin gepeild wordt naar het vertrouwen van burgers in justitie.
Voor de vijfde keer al, want ook in 2002, 2007, 2010 en 2014 waren er al zulke bevragingen. Tussen februari en april werden 1.649 telefonische interviews afgenomen, met mensen uit alle lagen van de bevolking. Nu zijn de resultaten er, en we gieten ze in vijf vaststellingen.
1. Het vertrouwen in justitie daalt
De eerste vaststelling kan misschien aanvoelen als een binnenkopper: het vertrouwen in justitie daalt. Iets meer dan de helft van de respondenten zegt in meer of mindere mate vertrouwen te hebben in justitie, dat is een pak minder dan tien jaar geleden. Maar, het is nog niet het laagste resultaat ooit: in 2002 - bij de eerste barometer - lag het vertrouwen op amper 41 procent.
Om te peilen naar het vertrouwen kregen de deelnemers vier uitspraken voorgelegd:
Wanneer een persoon als partij betrokken wordt in een rechtszaak zal hij een eerlijk proces krijgen - 67 procent gaat (eerder) akkoord.
De burger kan gemakkelijk een zaak voor de rechtbank brengen - 57 procent gaat (eerder) akkoord.
Justitie geeft voldoende informatie over haar werking - 30 procent gaat (eerder) akkoord.
De toegang tot justitie is betaalbaar - 30 procent gaat (eerder) akkoord.
De Belgen buizen justitie ook op vlak van werking. Minder dan de helft (48 procent) is tevreden over de werking en slechts 15 procent vindt dat justitie erop vooruitgegaan is de laatste jaren. Vooral de te lange duur van rechtszaken is een doorn in het oog (89 procent).
Rechters behandelen burgers ook niet altijd op gelijke wijze, vindt iets meer dan de helft van de respondenten (55 procent). Iets groter is het vertrouwen in de parketmagistraten (49 procent).
Opmerkelijk: het vertrouwen hangt ook heel erg samen met de sociale klasse waarin respondenten zichzelf zien. Als ze zichzelf in de hogere sociale klasse plaatsen, is het vertrouwen een pak groter dan wanneer ze zichzelf in een lagere- of middenklasse plaatsen: 65 procent versus 50 à 54 procent.
De ongelijkheid in de samenleving vertaalt zich dus ook in hoe mensen kijken naar justitie, de politiek, de regering
Socioloog Maarten Hermans
"Wat voor justitie heel hard opvalt, is een zeer sterke klassenongelijkheid in het vertrouwen in justitie", zegt socioloog Maarten Hermans. Om het eenvoudig te zeggen: mensen mochten zelf omschrijven in welke klasse ze zichzelf zagen. "Mensen die zichzelf lager op de maatschappelijke ladder zien, hebben aanzienlijk minder vertrouwen in justitie. Hoe hoger op de maatschappelijke ladder, hoe meer vertrouwen. De ongelijkheid in de samenleving vertaalt zich dus ook in hoe mensen kijken naar justitie, de politiek, de regering."
Want, zo benadrukt de Hoge Raad voor Justitie: de regering, het parlement, de religieuze instellingen en de pers scoren nog slechter dan justitie.
"Het onderzoek ging voor alle duidelijkheid niet over de vraag "Worden mensen met een verschillende klasse of achtergrond ongelijk behandeld?", wel over de perceptie, duidt Hermans. "En daar zien we een zeer grote klassenongelijkheid. Dus in dat aspect is er wel sprake van klassenjustitie."
Kunnen we de Reuzegom-zaak in dat licht zien? "Ja", klinkt het. "Of de uitspraak een voorbeeld is van klassenjustitie, daar kan ik mij niet over uitspreken. Maar het is een goed voorbeeld van hoe een onderliggend sterk gevoel van ongelijkheid zich plots kan enten op een dossier."
We mogen de cijfers en de verschillen in cijfers niet negeren, we mogen hier niet blind voor zijn
Hilde Melotte - Hoge Raad voor Justitie
En opmerkelijk: die conclusie geldt meer in België dan in andere Europese landen. "Het is belangrijk dat beleidsmakers dit oppikken." Al is er geen quick fix. "Er is geen vlugge oplossing die dit zal veranderen, maar klassenongelijkheid moet alleszins al herkend en erkend worden."
Ook Hilde Melotte van de Hoge Raad voor Justitie benadrukt dat er met deze resultaten aan de slag moet worden gegaan. "We mogen de cijfers en de verschillen in cijfers niet negeren, we mogen hier niet blind voor zijn."
2. Justitie is niet altijd streng genoeg
Daarbij komt dat de burgers vinden dat de straffen in veel gevallen niet streng genoeg zijn. Ze kregen een reeks misdrijven voorgelegd en in bijna alle gevallen oordeelden ze dat rechters niet streng genoeg waren.
Eén opmerkelijke uitzondering: verkeersmisdrijven. Daar vindt bijna een vierde van de respondenten dat de verkeerscriminelen te streng bestraft worden.
Volgens een van de proffen die tijdens de persconferentie duiding gaf bij de cijfers moeten we de verklaring zoeken in het feit dat we bij zulke verkeersmisdrijven het beste kunnen voorstellen dat het over onszelf gaat.
Vooral jongeren (een derde) en mannen (ook een derde) zijn die mening toegedaan.
Evenmin verrassend is dat veel mensen vinden dat veroordeelden hun straf hélemaal in de gevangenis moeten uitzitten. Op die vraag ging maar liefst 75 procent van de respondenten (eerder) akkoord.
Én, ook korte straffen van minder dan drie jaar moeten uitgevoerd worden volgens het merendeel van de ondervraagden (78 procent). Ook dat is al enige tijd voer voor discussie, want het is een van de redenen waarom de gevangenissen momenteel overvol zitten.
3. Tegelijk: veel voorstanders van enkelbanden
Een beetje haaks op de vorige stelling misschien, maar een meerderheid van de respondenten vindt tegelijk dat veroordeelden vroeger moeten kunnen worden vrijgelaten uit de gevangenis - onder toezicht weliswaar (60 procent).
Ook alternatieve straffen zijn populair. De werkstraf bijvoorbeeld, daar is 85 procent van de respondenten (eerder) voorstander van. Van de enkelband is 74 procent van de ondervraagden (eerder) voorstander van.
4. Belgen blijven voorstander van de volksjury
Over het al dan niet afschaffen, is er al veel gebakkeleid, maar de burger is en blijft voorstander van de volksjury. Dat is ongeveer hetzelfde resultaat als in 2010, toen eenzelfde vraag gesteld werd. Maar liefst 69 procent van de respondenten is voorstander of eerder voorstander van een volksjury.
5. Zittingen moeten worden opgenomen
Een laatste opmerkelijke resultaat is dat een groot deel van de respondenten (73 procent) vindt dat zittingen van de rechtbank opgenomen zouden moeten worden.
Dat is een serieuze stijging tegenover de voorgaande edities. In 2010 en 2014 was respectievelijk 44 en 43 procent die mening toegedaan.
Wil je het hele rapport zelf eens bekijken, dat kan via de site van de Hoge Raad voor Justitie.

