Bijna de helft van de 15-jarige meisjes in Vlaanderen vindt zichzelf te dik. Dat blijkt uit een rapport van het Europese kantoor van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Opvallend, want het rapport toont dat maar 14 procent van de Vlaamse meisjes ook echt met overgewicht kampt. Waarom denken meisjes toch zo negatief over hun gewicht? En waarom is dat verschil bij jongens veel kleiner?
Bijna helft 15-jarige meisjes vindt zichzelf te dik, terwijl cijfers iets heel anders suggereren: waar komt dat negatieve zelfbeeld vandaan?
Voor je dit artikel leest: deze tekst gaat over eetstoornissen. Voor hulp kan je altijd terecht bij je huisarts, het CLB, JAC of Teleonthaal , of spreek je vrienden of familie aan. Voor meer informatie, bezoek de site van ANBN , Wat Wat of Eetexpert .
Met het onderzoek 'Health behaviour in school-aged children ' wilde de WHO in kaart brengen hoe het gesteld is met de eetgewoonten van tieners. Dat gebeurde door aan 280.000 jongens en meisjes van 11, 13 en 15 jaar uit 44 landen uit Europa, Canada en Centraal-Azië tussen 2021 en 2022 vragen te stellen over welke voeding ze eten en hoe ze zich voelen over hun lichaam.
En wat blijkt? Het aantal Vlaamse jongeren met overgewicht is nauwelijks gestegen: 15 procent van de tieners heeft overgewicht of obesitas. Slechts 4 landen doen het beter, en als we naar onze buurlanden kijken, kan alleen Nederland betere cijfers voorleggen. Bij de 15-jarigen doet Vlaanderen het zelfs iets beter dan Nederland.
15-jarigen vinden zichzelf te dik
Die 15 procent staat in schril contrast met wat 15-jarigen in Vlaanderen denken over zichzelf. Bijna 30 procent van de Vlaamse jongeren vindt zichzelf namelijk te dik. "Dat zijn cijfers die ons niet onbekend in de oren klinken", zegt Eva Van Malderen, onderzoeker van de vakgroep klinische ontwikkelingspsychologie aan de universiteit van Gent.
Hoe komt zo'n - onnodig - slecht lichaamsbeeld tot stand bij die tieners? Er wordt al snel naar sociale media gewezen en het lichaamsideaal dat daar wordt voorgesteld. "Dat is zeker een grote oorzaak, maar het is nooit alleen dat."
Andere omgevingsfactoren zoals ouderlijke invloeden en de gesprekken op de speelplaats spelen zeker ook mee. "Vrienden en familie staan veel dichter bij de tieners. Als zij spreken over afslanken of magere lichamen, gaan jongeren dat ook opnemen."
Daartegenover staan ook nog persoonlijke kenmerken. "Denk aan perfectionisme, hoe impulsief iemand is of hoe goed iemand aan zelfregulatie doet. Dat maakt iemand al dan niet vatbaarder voor dat ideaalbeeld van een slank lichaam."
Eenmaal die vergelijking in het hoofd van de tiener zit, is het moeilijk om dat vertekend beeld er weer uit te halen. "Zodra die zwarte bril opstaat, ontstaat er een tunnelvisie waardoor ze enkel nog magere mensen zien, terwijl er ook heel wat andere lichamen rondlopen", zegt ook Caroline Braet, hoogleraar klinische psychologie aan de UGent.
Vooral meisjes, maar ook inhaalbeweging bij jongens
Opvallend in het onderzoek van WHO is dat vooral meisjes worstelen met een fout lichaamsbeeld. Daar denkt 46 procent van de Vlaamse meisjes van 15 jaar dat ze te dik zijn, terwijl in realiteit 14 procent van de meisjes kampt met overgewicht. "Meisjes hechten nog altijd iets meer belang aan het heersende schoonheidsideaal", geeft Van Malderen als reden.
Jongens zitten vaak in een tweestrijd: wanneer ze zichzelf te mager vinden, willen ze gespierder zijn en wanneer ze denken te dik te zijn, willen ze naar het magere schoonheidsideaal
Eva Van Malderen, onderzoeker van de vakgroep klinische ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit van Gent
Meisjes hebben het vooral moeilijk wanneer hun lichaam begint te veranderen tijdens de adolescentie. "Iedereen, jongen of meisje, moet daar doorheen, maar we zien in onderzoeken dat meisjes daar vaak ontevreden worden over hun lichaam en ze daar makkelijker op vastlopen."
Toch zijn ook jongens niet blind voor het heersende schoonheidsideaal: 21 procent van de Vlaamse 15-jarige jongens vindt zichzelf te dik, terwijl ook daar maar 15 procent kampt met overgewicht.
"We zien steeds vaker dat ook jongens niet blind zijn voor het schoonheidsideaal. Wel merken we dat zij meer in een tweestrijd zitten: wanneer ze zichzelf te mager vinden, willen ze gespierder zijn en wanneer ze denken te dik te zijn, willen ze naar het magere schoonheidsideaal."
Hoe jongeren van het foute beeld afhelpen?
Van Malderen kan ook geruststellen: "We zien dat de meeste tieners zich door de adolescentie spartelen zonder al te veel blijvende negatieve effecten." Als dat toch niet het geval is en het negatieve lichaamsbeeld blijft hangen, bestaan er verschillende technieken om dat te veranderen.
Die technieken focussen op 3 aspecten: het aanpassen van de gedachten, de gevoelens en het gedrag. Dat gaat altijd in stappen en er komt ook indien nodig therapie bij kijken. "Zo leren we tieners aan om kritisch om te gaan met de gedachten die ze hebben. 'Kloppen die gedachten wel, heb je daar bewijzen voor?' moeten ze zichzelf afvragen."
Soms wordt er ook gekozen voor gedragsexperimenten en worden de tieners geconfronteerd met hun lichaam om er zo achter te komen dat een negatief zelfbeeld niet nodig is. "Wanneer ze bijvoorbeeld denken dat hun lichaamsomtrek te breed is, plaatsen we ze echt voor de spiegel met een touw om te meten en aan te tonen dat het niet zo is."
Hoe het ook zij: het blijft belangrijk om mensen van hun foute lichaamsbeeld af te helpen. "Zeker bij jongeren is dat echt gevaarlijk. Ze geraken in een tunnelvisie en dat kan echt tot depressies leiden. We moeten het goed blijven monitoren", sluit Braet af.


