3.935 postpakketten die vorig jaar België binnenkwamen van buiten de Europese Unie, voldeden niet aan de regels voor voedselveiligheid. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het FAVV. Het gaat dan om producten die consumenten in buitenlandse websites aankopen, maar die bijvoorbeeld onvermelde geneesmiddelen bevatten en daardoor ongezond kunnen zijn. Naar aanleiding van de 25e verjaardag van de dioxinecrisis pleit FAVV-directeur Herman Diricks ervoor om voedselveiligheid hoog op de agenda te houden.
1 op de 5 gecontroleerde postpakketten van buiten Europa voldoet niet aan regels voor voedselveiligheid
Elk jaar voert het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) honderdduizenden controles uit om te garanderen dat ons voedsel veilig is voor consumptie. Het gaat dan om stalen van zendingen en pakketten, maar ook inspecties bij bedrijven die actief zijn in de voedselketen.
Zo werden in 2023 in totaal 131.000 zendingen gecontroleerd. Het gaat dan vooral om planten en plantaardige producten, maar ook dierlijke zoals vlees, vis, melk of eieren. 2 procent van die zendingen bleek niet in orde en moest geweigerd worden.
Het FAVV nam ook steekproefgewijs 64.648 stalen af uit de hele voedselketen. Daarvan voldeed 98 procent aan de normen. Van de 56.000 gecontroleerde bedrijven in ons land voldeed 84,8 procent.
Opvallend: van de niet-Europese postpakketten die ons land binnenkwamen, voldeed 1 op de 5 niet aan de voedselveiligheidsnormen. Van de 19.918 gecontroleerde pakketten werden er 3.935 tegengehouden.
Die afwijkende postpakketten werden ontdekt bij een combinatie van willekeurige steekproeven en gerichte controle, bijvoorbeeld omdat afwijkingen zichtbaar waren.
"Het gaat dan vooral om producten die besteld zijn op buitenlandse websites, zoals voedingssupplementen, waarbij de consument niet altijd weet dat die een risico vormen voor zijn gezondheid", legt Hélène Bonte van het FAVV uit.
"Soms denkt zo'n consument dat die een product koopt dat vooral plantaardige stoffen bevat, terwijl fraudeurs daar medicatie aan toevoegen."
Dat kan gezondheidsproblemen opleveren, omdat die onvermelde medicijnen wel bijwerkingen kunnen hebben.
Dioxinecrisis
Deze week is een belangrijke in de geschiedenis van het FAVV. Het werd opgericht in de nasleep van de dioxinecrisis, die precies 25 jaar geleden het land in rep en roer zette.
27 mei 1999 bleek dat kankerverwekkende dioxines waren terechtgekomen in de voedselketen. De bedrijven Verkest en Fogra hadden transformatorolie verwerkt in veevoeder. 60.000 varkens en 7 miljoen kippen moesten preventief geslacht worden.
In juli 1999 kondigde toenmalig minister van Volksgezondheid Magda Aelvoet (Agalev) aan dat het FAVV opgericht zou worden. Dat gebeurde uiteindelijk in februari 2000.
De eerste opdracht van dat FAVV was om controles over de hele voedselketen te organiseren. "Voordien waren er wel inspecties, maar dat gebeurde heel geïsoleerd. Er was geen toezicht op de hele keten", legt Herman Diricks uit, CEO van het FAVV.
Het gaat dan over alle bedrijven die in aanraking komen met voedingsmiddelen: de producerende bedrijven, maar ook de verwerkende en de transporten.
Eerst lag de focus vooral lokaal, op de Belgische bedrijven. Maar intussen controleert het FAVV dus ook aan de grenzen. "Wij waken erover dat een product dat uit een ander land komt, aan de Europese criteria voldoet", zegt Diricks.
"Die inspanning leveren we trouwens niet alleen in België. Heel Europa doet dat. Dat maakt dat Europese producten kunnen circuleren en dat je met evenveel vertrouwen een Italiaanse ham of Belgische stoverij kan eten."
"Over het algemeen zijn de Belgische bedrijven van goede wil", zegt Diricks. "Zij brengen ook de nodige correcties aan als we die vragen. Maar net zoals in de rest van de maatschappij zijn er goede leerlingen, minder goede en ook een aantal die zich echt niet in regel willen brengen. Daar moeten we soms hard tegen optreden, zelfs tot sluiting toe."
Diricks merkt dat steeds meer bedrijven voldoen aan de normen, in vergelijking met de beginjaren. "Onze controleurs bezoeken ongeveer 300 bedrijven per dag, en de meeste halen 8 à 9 op 10."
Never say never
Dircks waarschuwt wel dat die groei aftopt. Dat komt volgens hem onder andere door de coronacrisis "toen controles minder evident waren". De belangrijkste reden is volgens hem de herinnering aan de dioxinecrisis die stilaan vervaagt.
"Er is nu een nieuwe generatie van ondernemers die de erfenis van de dioxinecrisis niet meegekregen heeft. We moeten er echt voor zorgen dat zij bewust blijven van het belang van voedselveiligheid in hun producten."
Zou de dioxinecrisis vandaag nog kunnen gebeuren? "Never say never. Maar ik denk dat we goed gewapend zijn. We blijven sensibiliseren en controleren. En we doen ook oefeningen waarbij we incidenten simuleren. De kans dat we nog zoiets tegenkomen, is toch bijzonder klein geworden."



