In Zuid-Korea zijn de premier, de voorzitter van de Conservatieve Partij en enkele belangrijke medewerkers van de president opgestapt na een zware verkiezingsnederlaag bij de parlementsverkiezingen. De nederlaag is een opdoffer voor president Yoon Suk-Yeol, die veel macht heeft en nog 3 jaar moet regeren.
Zuid-Koreaanse premier, partijvoorzitter en presidentsmedewerkers stappen op na verpletterende verkiezingsnederlaag
De conservatieve People Power Party (PPP) van president Yoon Suk-Yeol heeft bij de parlementsverkiezingen 6 zetels verloren in vergelijking met de verkiezingen in 2023. De centrumlinkse oppositiepartij Democratic Party (DP) doet het een stuk beter en boekt een zetelwinst van 19 zetels in vergelijking met de vorige verkiezingen. Met in totaal 175 van de 300 zetels haalt de DP een absolute meerderheid in het parlement.
Door de slechte resultaten hebben de eerste minister van Zuid-Korea Han Duck-Soo, de leider van de PPP Han Dong-Hoon en enkele belangrijke medewerkers van de president besloten om op te stappen. De president belooft nu hervormingen.
De verkiezingsuitslag komt deels onverwacht, omdat de peilingen voor de stembusgang een nipte nek-aan-nekrace voorspelden. Toch heeft het electoraat nu een sterke voorkeur getoond voor de Democratische Partij. Dat is slecht nieuws voor president Yoon Suk-Yeol. Door de overwinning van de belangrijkste oppositiepartij komt de relatie tussen de uitvoerende macht (de president) en de wetgevende macht (het parlement) onder druk te staan.
Groene uienschandaal
De nederlaag komt bovendien op een belangrijk moment voor Zuid-Korea. Het land staat voor enkele grote uitdagingen, zoals de slabakkende economie en een steeds agressiever Noord-Korea. Yoon voert een hard beleid tegen de nucleaire macht en zoekt steeds meer toenadering tot Washington en Japan. De verkiezingen zullen weinig veranderen aan het buitenlandse beleid van Zuid-Korea, denken kenners.
Vooral het binnenlandse beleid van Yoon maakt hem niet echt populair. Veel kiezers hekelen de torenhoge huizenprijzen, de hoge jeugdwerkloosheidscijfers en de grote ongelijkheid in het land. De oppositie zette daarom gretig in op het zogenoemde "groene uienschandaal".
Het verwijst naar een uitspraak die Yoon deed tijdens een campagnetocht op een markt in Seoel. De president liet tijdens de wandeling zijn oog vallen op een bosje groene uien, een belangrijk ingrediënt in de Koreaanse keuken. Dankzij een tijdelijke overheidssubsidie kostte het trosje uien "slechts" 875 won, zo'n 60 eurocent. "Een redelijke prijs", vond de president.
Een uitspraak die op heel wat kritiek kon rekenen bij menig Koreaan. De prijs van groene uien ligt immers 4 tot 5 keer hoger dan normaal, de hoogste prijs in jaren. Voor de Democratische Partij was de uitspraak een inkoppertje, die opperde dat Yoon elke voeling met de realiteit volledig verloren had.
Opeenstapeling van missers
En daar stopte het niet voor de president van Zuid-Korea. Een video waarop zijn vrouw een designerhandtas van ruim 2.000 euro aanvaardde, ging viraal en raakte een gevoelige snaar bij veel Koreanen die gebukt gaan onder de slabakkende economie.
Yoon probeerde zijn vel te redden met een ambitieuze onderwijshervorming. Door de oplopende vergrijzing heeft het land dringend nood aan jonge artsen. Yoon besloot om het aantal studenten dat geneeskunde mag studeren met twee derde te verhogen.
Ook daar ging het mis. Artsen in opleiding vonden dat de grote instroom aan nieuwe studenten de kwaliteit van hun opleiding in gevaar bracht en legden massaal het werk neer.
Volgens het Koreaanse conservatieve dagblad Chosun Ilbo bevindt Yoon zich in "de grootste politieke crisis" sinds hij aan de macht kwam. Als de oppositiepartij DP een tweederdemeerderheid had gehaald in het parlement, was het niet onmogelijk dat er een afzettingsprocedure tegen de president werd opgestart. Toch komt Yoon voorlopig nog niet in rustiger vaarwater.
"Als hij geen manier kan vinden om met de oppositie samen te werken, is er nog steeds een kans op afzetting", vertelde Chae Jin-won van de Kyung Hee University in Seoel aan AFP. "Zelfs sommige fracties in de regerende partij zouden daaraan kunnen meewerken als ze bezorgd zijn om hun politieke toekomst."


