6 Europese lidstaten, onder leiding van de Oostenrijkse minister van Landbouw, vragen versoepelingen van de ontbossingswet die eind dit jaar van kracht wordt. Die moet verhinderen dat nog producten op de Europese markt komen waarvoor bos is gesneuveld. Hun vraag wordt vandaag in Brussel besproken op de bijeenkomst van Europese Landbouwministers.
Nog meer EU-milieuwetgeving onder vuur: na natuurherstelwet willen 6 lidstaten nu ook ontbossingswet afzwakken
"Deze wet zal kettingzagen doen stilvallen." Zo juichten natuurverenigingen eind 2022, toen de Europese ontbossingswet afgeklopt werd. Het enthousiasme was groot. De toenmalige Europese vicepresident Frans Timmermans had het over "een belangrijk keerpunt in het wereldwijde gevecht tegen ontbossing".
Maar anderhalf jaar later is de politieke stemming in de Unie helemaal gekeerd. Na maanden van boerenprotesten zijn verschillende lidstaten niet meer zo happig op milieuwetgeving. Het lot van de natuurherstelwet hangt aan een zijden draadje.
Nu nemen de lidstaten die minder ambitieuze milieuwetgeving willen ook de Europese ontbossingswet in het vizier. Die is, anders dan de natuurherstelwet, nochtans al in kannen en kruiken en gaat in op 30 december.
Maar het nieuwsagentschap Reuters kon een document inkijken waaruit blijkt dat 6 Europese lidstaten voor versoepelingen pleiten in die ontbossingswet. Aan VRT NWS werd bevestigd dat de oproep vandaag op de agenda staat van de Europese landbouwministers op de Landbouw- en Visserijraad in Brussel.
"Het doel om ontbossing de voorkomen in derde landen (niet-EU-lidstaten, red.) mag niet ten nadele zijn van de Europese economie, in het bijzonder de Europese landbouw en bosbouw", klinkt het in dat document. Het werd opgesteld door de Oostenrijkse minister van Landbouw en ondertekend door Finland, Italië, Polen, Slovakije, Slovenië en Zweden.
Gebied groter dan Europa ontbost
De ontbossingswet bepaalt dat producenten van bijvoorbeeld koffie, chocolade, rundvlees, hout, palmolie en printpapier moeten kunnen aantonen waar hun grondstoffen precies vandaan komen. Dat moet voorkomen dat er grond ontbost is (of waardevol bos verarmd) voor die grondstoffen. Het gaat dan om bos binnen én buiten Europa, bijvoorbeeld ook de regenwouden in Zuid-Amerika, Afrika en Azië. Kunnen de producenten dat niet aantonen, dan kunnen hun producten geweerd worden van de Europese markt.
De wet moet het Europese aandeel in de klimaatverandering en de biodiversiteitscrisis verkleinen. De VN schat dat er de voorbije 30 jaar 420 miljoen hectare woud verdwenen is door ontbossing. Dat is een gebied groter dan de EU. Tweederde daarvan moest wijken voor palmolie of soja.
De 6 lidstaten en de Oostenrijkse minister van Landbouw vragen nu dat de wet dringend aangepast wordt. Zo moeten er volgens hen uitzonderingen komen voor lidstaten waar het risico op ontbossing beperkt is, en moeten de verplichtingen voor producenten "drastisch verminderd" worden.
Ze halen aan dat het informaticasysteem dat de aanvoerketen van de grondstoffen in kaart moet brengen, nog niet klaar is. Ze waarschuwen ook dat de wet boeren een "buitenproportionele administratieve last" zou bezorgen en kleinschalige en biolandbouwers zou benadelen.
"Biolandbouw gebruikt als excuus om milieuwetgeving af te zwakken"
In Oostenrijk keken ze nochtans raar op van de push van hun minister van Landbouw Norbert Totschnig. Hij lijkt niet te spreken voor zijn land.
De Oostenrijkse minister van Milieu, Leonore Gewessler, zou de Europese milieucommissaris Virginijus Sinkevičius immers gezegd hebben dat Totschnig geen regeringsstandpunt vertolkt, en dat de ontbossingswet er gewoon moet komen zoals voorzien. Dat schrijft de nieuwswebsite Euractiv die de brief kon inkijken.
IFOAM Organics Europe, de koepelorganisatie van biologische landbouwers, zegt dan weer dat de biolandbouw gebruikt wordt als een excuus om milieuwetgeving af te zwakken, en dat hun argumenten geen steek houden.
De Europese milieucommissaris Virginijus Sinkevičius vermoedt dan weer dat de komende Europese verkiezingen van juni er voor iets tussen zitten. Sinkevičius merkte gisteren op een persconferentie op dat hij het "zeer raar" vindt dat "er 100 dagen voor de verkiezingen plots problemen gevonden worden met wetgeving waar we al 2 en een half jaar over praten".


