De economie en onze koopkracht worden belangrijke verkiezingsthema’s. In De Stemming geven veel Vlamingen aan zich zorgen te maken over de economische toestand van ons land en hun eigen huishouden. Hoe staat onze economie ervoor op goed drie maanden van de verkiezingen? En waarover zullen de debatten gaan?
Vlamingen maken zich zorgen over koopkracht: hoe staan we er economisch voor drie maanden van de verkiezingen?
Koopkracht en inflatie
De koopkracht van de gemiddelde Belg is goed beschermd, daar zijn alle economen het over eens. De energiecrisis deed de inflatie pieken en maakte het leven dus fors duurder. Dankzij het systeem van automatische loonindexering volgen de werknemerslonen en uitkeringen grotendeels de inflatie. Hoe hoger die is, hoe meer loon. Daardoor is onze koopkracht sneller beschermd geweest dan in andere Europese landen. De koopkracht van de gemiddelde Belg is zelfs gestegen.
Toch voelen veel mensen de energiecrisis nog in hun portemonnee. De koopkrachtcijfers gaan namelijk over een gemiddelde. Achter dat cijfer gaan veel verschillende gezinnen met uiteenlopende financiële situaties schuil. Eenoudergezinnen of mensen die geen werk hebben, lopen een hoger risico om in moeilijkheden te komen.
Minder pessimisme over eigen koopkracht
37 procent van de Vlamingen geeft in De Stemming aan dat de economische toestand van het eigen huishouden verslechterd is. Dat is minder dan vorig jaar, toen ging het om 45 procent. De tijd van hoge energieprijzen lijkt definitief achter ons te liggen. Als gevolg daarvan zijn minder mensen pessimistisch over hun financiële situatie.
Moeten we ons ook de komende jaren minder zorgen maken over onze koopkracht? Gisteren publiceerde Statbel de nieuwe inflatiecijfers. Die zijn sneller dan verwacht gestegen, naar 3,2 procent. Het leven is dus 3,2 procent duurder dan een precies een jaar geleden.
De inflatiecrisis is nog niet gedaan
Gert Peersman, econoom aan de UGent
"De inflatiecrisis is nog niet gedaan", zegt econoom Gert Peersman. "Ik vrees dat het koopkrachtprobleem zich meer en meer zal stellen de komende maanden." De inflatie en dus het verlies aan koopkracht wordt volgens hem onderschat door de berekeningswijze. Nieuwe energiecontracten wegen daarin zwaar door.
"Omdat de energieprijzen opnieuw gedaald zijn lijkt de crisis voorbij, maar dat is een vertekend beeld." De inflatie op producten uit de supermarkt is bijvoorbeeld nog steeds ongeveer 6 procent. Onze winkelkar wordt dus nog steeds elke maand duurder, al gaat het minder snel dan de afgelopen twee jaar.
De Belgische economie
"De Belgische economie is een beetje aan het kabbelen, maar het gaat zeker niet slecht", zegt Peersman. "Door de corona- en energiecrisis bestond de vrees dat we in een recessie terecht zouden komen. Dat is niet het geval geweest."
Het Belgisch bruto binnenlands product - dat de omvang van de economie aangeeft – blijft licht groeien. In vergelijking met andere landen in Europa doet ons land het goed. In 2023 en 2024 is de groei in ons land veel hoger dan het gemiddelde in Europa. Een land als Duitsland heeft het bijvoorbeeld economisch veel moeilijker op dit moment.
Ons land kan die goede cijfers voorleggen om twee redenen. Peersman: "Ten eerste zijn de Belgen blijven consumeren. Omdat onze koopkracht goed beschermd was, zijn we geld blijven uitgeven. Dat is goed voor de economie. Ten tweede hebben Belgische bedrijven heel wat geïnvesteerd afgelopen jaren, bijvoorbeeld in vergroening en digitalisering."
Krimpende industrie
Er zijn ook parameters die economen zorgen baren. De Belgische industrie doet het niet goed, de sector krimpt. Ons land is een zogenoemde open economie. Dat wil zeggen dat we sterk afhankelijk zijn van het buitenland. De export van onze industrie ziet dus af van de lagere economische groei in de ons omringende landen.
Moeten we ons zorgen maken over de krimpende industrie? "De sector is heel conjunctuurgevoelig, hij is gevoelig voor economische schommelingen. Maar dat wil niet zeggen dat het geen bekommernis mag zijn. De industrie is een belangrijke bron van welvaart en groei voor ons land."
Het gat in de begroting
Gevraagd naar de problemen waarmee ons land geconfronteerd wordt, prijkt op plaats vijf "Begroting en staatsschuld". De deelnemers aan De Stemming plaatsen het daarmee hoger op de prioriteitenlijst dan bijvoorbeeld armoede, klimaat of mobiliteit.
De cijfers baren dan ook veel economen zorgen. In 2024 bedraagt het tekort volgens de ramingen van Planbureau 27,7 miljard euro. Bij ongewijzigd beleid loopt dat tekort op tot 39,4 miljard euro of 5,6 procent van het bbp.
"Het probleem van het begrotingstekort heeft eigenlijk niets te maken met de energiecrisis of de coronajaren. Dat waren eenmalige schokken. Door die crisis heeft de overheid wel geen maatregelen genomen om het tekort af te bouwen. Dat is uitgesteld terwijl we met een tekort zitten dat maar blijft aandikken, onder andere door de vergrijzing", zegt Peersman.
De volgende regering zal flink moeten besparen. België dreigt anders op het matje te worden geroepen door de Europese Unie, die onlangs nieuwe begrotingsregels voor de lidstaten doorvoerde.
Er zijn fundamentele hervormingen nodig om het grote tekort waar we tegenaan kijken te verkleinen
Gert Peersman, econoom aan de UGent
"Ik ben heel benieuwd naar de verkiezingsdebatten daarover en wat de partijen zullen voorstellen", aldus Peersman. "Het idee om bijvoorbeeld met ideeën over meer jobs of een beperking van werkloosheid in de tijd dat tekort gaat dichtrijden, is niet realistisch. Het gaat om fundamentele hervormingen die nodig zijn om het grote tekort waar we tegenaan kijken te verkleinen."


