In Australië is de belangrijke Aboriginal activiste Lowitja O'Donoghue overleden. Ze streed gedurende haar hele leven voor de rechten van de oorspronkelijke inwoners van het land, Aboriginals en eilandbewoners van de Straat Torres.
"Een van de meest opmerkelijke leiders die Australië ooit gekend heeft": Aboriginal activiste Lowitja O’Donoghue overleden
"Tante Lowitja heeft haar hele leven gewijd aan de rechten, de gezondheid en het welzijn van Aboriginals en eilandbewoners van de Straat Torres", meldt de familie van O'Donoghue. De activiste overleed op 91-jarige leeftijd.
O'Donoghue maakte deel uit van het Yankunytjatjara-volk uit Zuid-Australië. Toen ze 2 jaar oud was, werd ze door de overheid weggenomen bij haar moeder als deel van een berucht beleid dat inheemse kinderen wilde "assimileren". Deze "Stolen Generations" werden daarna in een witte omgeving, zoals een pleeghuis, geplaatst, om ze te "beschaven" en hun oorspronkelijke cultuur te laten verdwijnen. De activiste zag haar moeder pas 30 jaar later weer terug.
De inheemse vrouw werd uiteindelijk een activiste, die onder andere medeoprichter en voorzitter was van de "Aboriginal and Torres Strait Islander Commission" (ATSIC). Dat was een instantie van de Australische overheid die de inheemse bevolking meer inspraak gaf, maar ondertussen niet meer bestaat.
Daarnaast speelde O'Donoghue een belangrijke rol bij het opstellen van de "Native Title Act". Die wet geeft de inheemse bevolking van Australië bepaalde rechten op hun oorspronkelijke land, op basis van hun traditionele wetten en gewoonten. Zo kunnen zij toch het recht krijgen om bijvoorbeeld te wonen of jagen op grond, die volgens eigendomsrechten van de Britse Kroon niet meer van hun is.
"We danken en eren haar voor alles wat ze gedaan heeft: voor alle paden die ze gecreëerd heeft, voor alle deuren die ze geopend heeft, voor alle problemen die ze heeft aangepakt, voor alle tafels waaraan ze heeft gezeten en voor alle debatten die ze heeft uitgevochten en gewonnen", stelt haar familie.
Anthony Albanese, de eerste minister van Australië, noemt haar in zijn verklaring "een van de meest opmerkelijke leiders die het land ooit gekend heeft." Door haar verwezenlijkingen werd O'Donoghue in 1984 uitgeroepen tot Australiër van het Jaar en ze was de eerste Aboriginal vrouw die benoemd werd tot Lid in de Orde van Australië.
De inheemse bevolking vandaag
In 1992 sprak O’Donoghue als eerste Aboriginal vrouw de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe. Ze pleitte er toen al voor dat Aboriginals en eilandbewoners van de Straat Torres erkend moesten worden in de Australische grondwet.
Die kwestie ligt nu nog steeds gevoelig, want afgelopen oktober stemden de Australiërs in een referendum nog tegen die grondwettelijke erkenning, en tegen een inheemse adviesraad, "First Nations Voice", die het parlement en de regering zou moeten bijstaan.
Dat zorgde voor heel wat teleurstelling, want inspraak via deze adviesraad zou volgens inheemse leiders een belangrijke stap geweest zijn. Zij vinden namelijk dat beleidsmakers hun gemeenschappen niet goed genoeg begrijpen en dat die afstand bijdraagt aan de kloof tussen de twee bevolkingsgroepen.
Die kloof bestaat al sinds 1788, toen de Britten Australië koloniseerden. Sindsdien wordt de inheemse bevolking er op tal van vlakken gediscrimineerd, denk aan landonteigening en het weghalen van de "Stolen Generations" bij hun inheemse ouders.
Op dit moment zijn Aboriginals en eilandbewoners van de Straat Torres, die ongeveer 4 procent van de totale bevolking uitmaken, nog steeds voor het grootste deel een gemarginaliseerde en kansarme bevolkingsgroep. Ze sterven gemiddeld 8 jaar eerder dan andere Australiërs, zijn lager opgeleid, komen vaker in de gevangenis terecht en maken dubbel zoveel kans om zelfmoord te plegen.

