In ondergelopen weides aan de rivier de Grote Nete gaan onderzoekers het aantal kwab-alen in kaart brengen. Dat gebeurt aan de hand van het geluid dat ze maken als ze zich gaan voortplanten. Kwab-alen zijn grote roofvissen die familie zijn van de kabeljauw. Vooral bij nat en koud weer planten ze zich voort, onder andere in ondergelopen weides.
Onderzoekers gaan kwab-alen tellen in ondergelopen weides aan Grote Nete
Het regenweer veroorzaakt wateroverlast in heel België. Toch zien sommige onderzoekers ook de voordelen in van de grond die nu almaar natter wordt. Zo gaan onderzoekers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) in de buurt van de Grote Nete in de Antwerpse Kempen voor het eerst kwab-alen tellen. De kabeljauwachtige vissen werden in 2005 uitgezet langs de Nete, nadat ze sinds 1965 uitgestorven waren in Vlaanderen. Ze leven vooral langs rivieren, in ondergelopen graslanden en weides.
Typisch brommend geluid
En om die kwab-alen te tellen, gaan de onderzoekers af op een typisch geluid dat de vissen maken als ze zich gaan voortplanten. "De kwab-aal produceert een soort van brommend geluid door met zijn vliezen op de zwemblaas te kloppen", zegt onderzoeker Johan Auwerx. "Dat doen ze wanneer mannetjes en vrouwtjes elkaar willen ontmoeten."
Beluister hier het brommend geluid van de kwab-aal:
"We kunnen dat geluid waarnemen dankzij een speciaal meettoestel", zegt Auwerx. "Zo weten we precies waar de voortplanting van deze soort gebeurt. Eind maart gaan we het toestel dan uitlezen en zullen we zien hoeveel kwab-alen er leven langs de Grote Nete. Dat is belangrijk om te weten, want het is een indicator voor de kwaliteit van ons water."
Regionaal nieuws uit Antwerpen


