BNP Paribas verleende in 2021 een lening van 84,5 miljoen euro aan wapenbedrijf Elbit, een belangrijke leverancier van het Israëlische leger. Dat staat in een rapport van 25 Europese ngo's, dat kritisch is voor de investeringen van honderden Europese banken en financiële instellingen in bedrijven die actief zijn in Palestijns bezet gebied.
BNP Paribas leent geld aan Israëlisch wapenbedrijf: "Geld Belgische klanten dreigt gebruikt te worden voor oorlogsmisdaden"
Don't Buy Into Occupation. Dat is de naam van de coalitie van 25 Palestijnse, regionale en Europese bedrijven, waaronder ook het Belgische 11.11.11. en FairFin. Zij publiceren sinds 2021 jaarlijks een rapport over de financiële relaties tussen Europese financiële instellingen en bedrijven die actief zijn in Israëlische nederzettingen in Palestijns gebied.
In een nieuw rapport plaatsen ze nu ernstige vraagtekens bij een lening van de Franse grootbank BNP Paribas aan het Israëlische wapenbedrijf Elbit Systems. Die lening, ter waarde van 84,5 miljoen euro, werd twee jaar geleden afgesloten, met een looptijd van vijf jaar.
Controversiële wapenfabrikant
Nochtans is Elbit Systems niet onbesproken. Het bedrijf is de grootste private wapenfabrikant van Israël en staat bekend als hofleverancier van het Israëlische leger en de Israëlische politie. Zo levert het onder meer handgranaten, munitie en surveillance-materiaal.
Militaire technologie van het bedrijf wordt bijvoorbeeld gebruikt voor de bewaking van de muur die Israël bouwde op de grens met de bezette Palestijnse gebieden op de Westelijke Jordaanoever.
Drones van het bedrijf werden volgens mensenrechtenorganisaties dan weer ingezet voor het doden van Palestijnse burgers tijdens eerdere conflicten in Gaza. Elbit zelf erkent dat zijn drones in Gaza actief zijn, maar heeft nooit willen bevestigen dat daarbij burgerdoden vallen.
De controverse rond Elbit sloeg begin deze week al over naar ons land, toen dochterbedrijf OIP Systems in Oudenaarde doelwit was van pro-Palestijnse actievoerders. OIP Systems reageerde daarop dat ze al twintig jaar niet meer leveren aan het Israëlische leger. Maar in het geval van de lening van BNP Paribas gaat het wel degelijk om geld dat rechtstreeks bestemd is voor het Israëlische moederbedrijf.
Belgische betrokkenheid
"BNP Paribas is de enige Europese bank die vandaag nog geld leent aan Elbit, nadat andere Europese banken de voorbije jaren hun leningen stopzetten", zegt Willem Staes van 11.11.11. "Nochtans schrijft BNP Paribas in zijn gedragscode niet medeplichtig te willen zijn aan mogelijke mensenrechtenschendingen door zijn financierings- en investeringsactiviteiten."
BNP Paribas is de enige Europese bank die nog geld leent aan Elbit, nadat andere Europese banken de voorbije jaren hun leningen stopzetten
Willem Staes, beleidsexpert Midden-Oosten bij 11.11.11
Hij wijst erop dat de Franse bankgroep in België onder meer eigenaar is van BNP Paribas Fortis. "Het geld van Belgische klanten dreigt gebruikt te worden voor oorlogsmisdaden. Bovendien is de Belgische staat een belangrijke aandeelhouder van de groep. Dus we vragen minister van Financiën Vincent Van Peteghem om hen tot de orde te roepen."
Dat betekent niet dat hij verwacht dat het geld teruggevorderd wordt. "We beseffen dat dat praktisch moeilijk is. Onze vraag is vooral dat Elbit op een uitsluitingslijst geplaatst wordt, zodat het uitgesloten is van toekomstige leningen", aldus Staes.
BNP Paribas zelf laat in een korte reactie aan VRT NWS weten dat het haar gedragscode en sector policy's strikt toepast, "in deze en in alle andere situaties". Het ontkent ook "alle beweringen die deze verenigingen ten aanzien van de bank doen".
Spijkerharde garanties
BNP Paribas is niet de enige, maar volgens het rapport wel de grootste financierder van bedrijven actief in de Israëlische nederzettingen, goed voor in totaal 24,2 miljard euro. Bij andere banken zoals KBC en Belfius gaat het om respectievelijk 1,03 miljard en 280,5 miljoen euro die volgens Don't Buy Into Occupation stromen naar bedrijven die "oorlogsmisdaden mee mogelijk maken".
De coalitie baseert zich daarvoor op een database van de Verenigde Naties van bedrijven die actief zijn in de Israëlische nederzettingenindustrie. Het gaat dan bijvoorbeeld om bedrijven die machines leveren die gebruikt worden om Palestijnse huizen te slopen, om bouwfirma's die mee de Israëlische nederzettingen uitbouwen, maar ook om reisorganisaties die verblijven aanbieden in de bezette gebieden.
De Westelijke Jordaanoever
Sinds de oorlog van 1967 bezet Israël de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. Op de Westelijke Jordaanoever wonen zo'n 3 miljoen Palestijen, maar ook ruim 600.000 Israëlische kolonisten in zo'n 200 nederzettingen.
De VN-Veiligheidsraad oordeelde in 2016 dat die nederzettingen een schending vormen van het internationaal recht, en dus illegaal zijn. De Europese Unie waarschuwt bedrijven en banken die er willen investeren dat ze rekening moeten houden met mogelijke mensenrechtenschendingen
"Volgens VN-principes geldt er in geval van een conflict of bezetting een verhoogde voorzorgplicht of mensenrechtentoets, om te verzekeren dat investeringen niet bijdragen aan mensenrechtenschendingen", verduidelijkt Staes. "Met andere woorden: bedrijven en banken moeten spijkerharde garanties kunnen geven dat hun activiteiten niet bijdragen aan illegale activiteiten in bezet gebied."
Maar die garanties kunnen ze volgens hem niet voorleggen. "We hebben onze data de voorbije drie jaar telkens met alle banken gedeeld. De meeste garandeerden ons dat ze het bekeken, maar gaven omwille van vertrouwelijkheidsclausules uiteindelijk nooit meer info. Van BNP Paribas kregen we zelfs geen reactie", zegt Staes.
Noors pensioenfonds
Dat betekent wel niet dat het rapport ervan uitgaat dat al het geld naar problematische activiteiten stroomt, benadrukt hij. "We vroegen aanvankelijk bewust niet om alle investeringen in die bedrijven terug te draaien, want mogelijk is het slechts een fractie die doorvloeit naar de illegale nederzettingenindustrie."
"Maar we krijgen nu al voor het derde jaar op rij niet de nodige garanties, dus kunnen we wel stellen dat de redelijke termijn om dit aan te pakken verstreken is. Bovendien zien we dat steeds meer Europese financiële instellingen wel hun relaties met de bedrijven in kwestie terugschroeven."
Klanten van deze banken hebben reden tot ongerustheid, want uit ons rapport blijkt dat er een onacceptabel hoog risico is dat hun geld bijdraagt aan mensenrechtenschendingen in bezet gebied
Willem Staes, beleidsexpert Midden-Oosten bij 11.11.11
Hij verwijst onder meer naar het grootste pensioenfonds van Noorwegen. Dat ging in 2021 de dialoog aan met 20 bedrijven uit de VN-database waarmee het financiële relaties had. Uiteindelijk trok het zich terug uit 16 van die bedrijven.
Ook een ander Noors pensioenfonds beëindigde om dezelfde reden zijn relaties met 5 bedrijven. Net als een pensioenfonds in Nederland. "Zij kwamen tot de enige juiste conclusie: dat er een onacceptabel hoog risico is dat hun investeringen bijdragen aan mensenrechtenschendingen in bezet Palestijns gebied", aldus Staes.
Belgische voortrekkersrol
Toch ziet hij dat er ook aan Belgische zijde zaken veranderen. Zo investeerde staatsbank Belfius afgelopen jaar de helft minder in bedrijven die actief zijn in de nederzettingen. "Dat is een goede eerste stap, al blijft er 280,5 miljoen euro waarvoor we nog geen garanties zagen."
Ondanks de oorlog in Gaza en het recordaantal doden op de Westelijke Jordaanoever blijft er geld van Belgische spaarders en investeerders vloeien naar bedrijven die oorlogsmisdaden mee mogelijk maken
Willem Staes, beleidsexpert Midden-Oosten bij 11.11.11
Belfius onderhoudt bijvoorbeeld nog steeds financiële relaties met bedrijven als Volvo en Caterpillar, waarvan de machines gelinkt worden aan de sloop van Palestijnse huizen. Maar ook met bedrijven als Siemens en Alstom, die volgens het rapport instaan voor transportverbindingen met de nederzettingen. Of met het Belgische Solvay, dat onderdelen zou leveren voor apparatuur om Palestijnse burgers te bespioneren.
Ook bij Belfius is de Belgische staat hoofdaandeelhouder. "De voorbije weken speelden we internationaal al een voortrekkersrol in het beschermen van Palestijnse burgers. We vragen premier Alexander De Croo en minister Van Peteghem om die lijn nu door te trekken en ook BNP Paribas en Belfius om uitleg te vragen", besluit Staes.
Het Don't Buy Into Occupation-rapport identificeerde (op basis van data van het Nederlandse onderzoeksbureau Profundo) in totaal 776 Europese banken, vermogensbeheerders, verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen die financiële relaties hebben met 51 bedrijven actief in Palestijns bezet gebied.
Tussen januari 2020 en augustus 2023 verschaften de financiële instellingen in totaal 152,5 miljard euro aan leningen en underwritings aan deze bedrijven. Ze bezitten ook voor 134,4 miljard euro aan aandelen en obligaties in bedrijven actief in de Israëlische nederzettingenindustrie.



