Naar hoofdinhoud
Jan De Nul Group bouwt windmolenparken op zee.

"Wij bouwen de energietransitie": Belgische industrie met 40 personen naar klimaatconferentie in Dubai 

Belgische bedrijven zoals Jan De Nul, John Cockerill Group, Fluxys en Bekaert sturen personeel naar de klimaatconferentie in Dubai. Hun opdracht: contacten leggen die later kunnen leiden tot contracten. En jobs. Want België kan een verschil maken in de energietransitie, met windmolenparken of waterstof bijvoorbeeld. 

Vincent Merckx
Gepubliceerd:

"The hydrogen ecosystem journey", of "De reis naar een ecosysteem voor waterstof". Zo heette het nogal ronkend, het panelgesprek dat de Belgische Waterstofraad vandaag hield op de VN-klimaatconferentie. Federaal minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen) sprak er, samen met zwaargewichten van John Cockerill Group en Fluxys.

Want op de klimaatconferentie in Dubai (COP28) gaat het niet alleen over het klimaat. Het is ook een energietop.

Voor haar vertrek vergeleek minister Van der Straeten de COP met een economische missie. "Het is het enige evenement waar alle belangrijke energie- en klimaatactoren elkaar vinden", legde ze uit. Ze zou "van de gelegenheid gebruik maken om Belgische bedrijven actief in de hernieuwbare-energiesector daar te steunen."

Ook eerste minister Alexander De Croo (Open VLD), die twee dagen op de COP was, ziet vooral de economische buitenkansjes van een VN-klimaatconferentie. "De duurzaamheidsagenda is een kans om jobs te creëren in ons land. Dat is voor mij objectief nummer één om naar de COP te gaan: de welvaart in ons land. En die wordt gecreëerd in onze leidende sectoren."

Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) ziet het anders. Zij hekelde de voorbije weken de grote Belgische delegatie, en gaf verstek voor de COP. "Ik blijf hier om te werken", zo zei ze zondag nog in "De zevende dag".

60.000 jobs

Maar terug naar vandaag. Welk plekje hoopt België in Dubai precies te veroveren in de energietransitie?

Sinds de start van de klimaatconferentie dringen de EU, China en de VS er bij de rest van de wereld op aan om ambitieuze doelen te stellen voor hernieuwbare energie. Tegen 2030 moet de totale hoeveelheid maal drie. Bovendien moet de energie-efficiëntie verdubbelen. Als dat lukt, is de wereld al een eind op weg om de klimaatopwarming te beperken tot 1,5 graden Celsius, becijferde  het Internationaal Energieagentschap onlangs.

Eerste minister De Croo (rechts) en minister Van der Straeten (tweede van links) lopen elkaar tegen het lijf in het federale parlement, in oktober. Ze reisden beiden af naar Dubai om de Belgische industrie te vertegenwoordigen.

Maar de uitdaging is groot. Er moet zeer snel zeer veel infrastructuur bijgebouwd worden. Denk aan zonnepanelen en windturbines, maar ook energie-eilanden, microgrids (kleine, lokale energienetwerken) en centrales en leidingen voor waterstof.

Zeker voor ons land liggen daar grote kansen, als we erin slagen enkele van die werven naar ons toe te trekken. Tegen 2050 kan de energietransitie België 60.000 jobs opleveren, becijferde de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO). Alleen al in de bouwsector kunnen er 27.000 bij komen.

Maar daar zijn we vandaag nog niet. Volgens de Europese Commissie bengelt ons land achteraan het peloton. Slechts 1 procent van de arbeidsmarkt is op dit moment een "groene" job, terwijl dat bijvoorbeeld in Luxemburg 8 procent is.

Een miniverschuiving die de hele wereld voelt

Net daarom zijn enkele grote Belgische bedrijven massaal afgereisd naar Dubai. Ze maken deel uit van een Belgische delegatie die in het totaal 170 leden telt. Naast die bedrijven gaat het dus ook om ministers en hun medewerkers, maar verder ook om ambassadeurs, ngo's en onderhandelaars.

In de wandelgangen en tijdens rondetafelgesprekken hopen die bedrijven contacten te leggen die later ook contracten kunnen opleveren. En dus ook jobs.

Machinebouwer John Cockerill Group uit Seraing heeft de grootste delegatie naar Dubai gestuurd: 9 afgevaardigden. Maar ook de gasnetbeheerder Fluxys (6), staaldraadproducent Bekaert (5), windmolenparkbouwer Jan De Nul (5) en Port of Antwerp-Bruges (3) zijn opvallend aanwezig op de klimaatconferentie. Het kennisinstituut VITO stuurt zelfs 10 mensen.

"Het is erg belangrijk dat die bedrijven er zijn", vindt ook professor Economie Koen Schoors (Universiteit Gent). "Het klinkt altijd maar dat de beslissingen op klimaatconferenties stukjes papier zouden zijn. Maar het gaat over grote akkoorden en massale verschuivingen op vlak van gas, koolstofafvang en waterstof. Als daar iets zelfs maar een millimeter draait, dan voelt de hele wereld dat."

Niet dat de Belgische bedrijven tijdens deze klimaatconferentie zelf al meteen contracten zullen binnenhalen. "Je moet er eerder zijn omdat iedereen er is. Maar ook omdat er beleidsagenda's worden bepaald. Noem het gerust lobbyen, ja."

"Wij bouwen de energietransitie"

Die Belgische bedrijven noemen de COP in gesprekken met VRT NWS een enorme, internationale marktplaats. "Het is gewoon veel efficiënter", legt Philippe Hutse uit, directeur windenergie op zee bij Jan De Nul Group. "Anders moet je de hele wereld rondreizen om zoveel meetings af te werken. Op de COP kan je al die mensen op één plaats ontmoeten."

Onderdelen van een turbine op weg naar het Amerikaanse offshore windenergie-eiland Vineyard Wind.

Jan De Nul heeft er alvast zin in. "Wij bouwen de energietransitie", stelt Hutse zelfverzekerd. En dat is niet eens zo overdreven. Jan De Nul bouwt mee het enorme Vineyard-windturbinepark aan de Amerikaanse oostkust met een capaciteit van 1,3 gigawatt. Elders zorgt het voor de funderingen, kabels en turbines die nodig zijn voor windparken op zee. Er staan ook windparken op stapel in Duitsland en Frankrijk, en kabelverbindingen tussen ons land en respectievelijk het Verenigd Koninkrijk en Denemarken.

"Iets gevoeliger" noemt Hutse dan weer de activiteiten van Jan De Nul in Abu Dhabi. Daar werkt het mee aan het vergroenen van twee olie- en gasinstallaties door die op hernieuwbare energie te laten draaien. Dat klinkt misschien tegenstrijdig, maar ook daar valt een grote klimaatwinst te behalen. De eigen installaties zijn goed voor zo'n 15 procent van de totale uitstoot van de fossiele industrie.

Van Oman naar Antwerpen

De gasnetbeheerder Fluxys, met zes man op deze COP, kijkt dan weer vooral naar waterstof. "Dat is hier een van de belangrijkste onderwerpen", zegt woordvoerder Tim De Vil. Fluxys heeft ook geen keuze. Het moet zichzelf heruitvinden in een wereld die afstapt van het gas. Daarom hoopt het bedrijf in de toekomst minder gas door zijn leidingen te transporteren, en meer waterstof en zelfs CO₂ die afgevangen wordt uit de schoorstenen van de industrie.

"We willen al in 2025 beginnen bouwen. Tegen 2030 willen we de infrastructuur hebben om 30 miljoen ton CO₂ af te kunnen voeren per jaar", zegt De Vil. Dat is véél, meer dan de helft van wat de Belgische industrie in 2021 uitstootte. Nochtans staat de technologie nu nog in zijn kinderschoenen. Begin dit jaar verscheepte Ineos voor de eerste keer afgevangen CO₂ naar Denemarken om het daar op te slaan in de zeebodem.

Ook Port of Antwerp-Bruges hoopt zaken te doen in de waterstofbusiness. Het ziet zichzelf als de cruciale schakel in het toekomstige waterstofnetwerk die groene moleculen doorgeeft aan de Antwerpse industrie en noordwest-Europa. De haven houdt daarvoor opkomende waterstofproducenten in de gaten met veel zon en wind, zoals Oman, Namibië en Chili.

Bekaert levert dan weer strips die waterstofleidingen kunnen verstevigen, al hoopt het ook te profiteren van de (niet noodzakelijk klimaatgerelateerde) bouwwoede in de Golfstaten. Bekaert produceert bijvoorbeeld ook staalvezels om beton te versterken.

Helft van Afrika heeft nog geen elektriciteit

Tot daar de bedrijven die hopen geld te verdienen aan de energietransitie. De grootste Belgische delegatie, die van VITO, hoopt vooral Vlaamse klimaatkennis te exporteren naar de rest van de wereld.

Nu al heeft VITO in heel de wereld projecten lopen. Zo helpt het, in samenwerking met de Afrikaanse Unie, landen als Malawi en Mozambique om hun klimaatplannen uit te werken. In Zuid-Afrika heeft het dan weer een testlab voor batterijen gebouwd in samenwerking met CSIR (zeg maar het plaatselijke VITO). Een broertje van dat lab staat nu al in Genk. 

Of het bekijkt hoe nieuwe energienetwerken meteen klimaatvriendelijk uitgebouwd kunnen worden. “De helft van Afrika heeft nog geen toegang tot elektriciteit”, zegt Leen Govaerts van VITO. “We bekijken samen met hen: wat is de energievraag precies, en hoe kan je een microgrid uitbouwen?”

Contacten én realisaties

Blijft de vraag: hoe belangrijk vinden die bedrijven het zelf dat er Vlaamse en Belgische ministers mee een duwtje in de rug geven? 

De meeste bedrijven gaan liever niet on the record met hun antwoord op die vraag, wegens allemaal nogal gevoelig. Port of Antwerp-Bruges doet dat wel."Ik ga mij niet uitspreken over de politieke dimensie (van hun aan- of afwezigheid, red.)", zegt Tom Monballiu. "Maar bedrijfsmatig zien wij absoluut een meerwaarde van een gedreven minister die geloofwaardigheid heeft op het internationale toneel."

Bij Fluxys houden ze het bij een diplomatisch antwoord. Of een minister nu in Dubai is, zoals Van der Straeten, of zoals Demir in Vlaanderen blijft om van daaruit aan klimaatoplossingen te werken, "de twee zijn belangrijk: de brede contacten leggen én die contacten omzetten in realisaties".

VRT NWS contacteerde ook John Cockerill Group in het kader van dit stuk, maar ontving geen reactie vóór de publicatie van dit stuk.

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"