Op de VN-klimaatconferentie in Dubai zullen er 5 Belgische ministers rondlopen. België zal door een gebrek aan overeenstemming geen wereldschokkende klimaatbeloften doen op deze COP. Toch hopen de ministers wel een belangrijke rol te spelen, tijdens de officiële onderhandelingen of door te lobbyen voor onze groene industrie.
Misschien onderhandelingen leiden, zéker lobbyen voor groene industrie: dit gaan de 5 Belgische ministers doen op klimaattop
Vandaag begint de VN-klimaatconferentie (COP 28) in Dubai. Tussen de meer dan 70.000 bezoekers die er dit jaar verwacht worden, zullen er ook 170 Belgen lopen.
Vijf van hen zijn ministers:
Premier Alexander De Croo (Open VLD)
Federaal minister van Klimaat Zakia Khattabi (Ecolo)
Federaal minister van Energie Tinne Van der Straeten (Groen)
Brussels minister van Klimaat Alain Maron (Ecolo)
Waals minister van Klimaat Philippe Henry (Ecolo)
Ze brengen ook nog 14 kabinetsmedewerkers mee.
Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir (N-VA) noemt de klimaatconferentie "een show zonder veel bijdrage" en is er niet bij. Ze zal vanuit Vlaanderen wel elke ochtend het intra-Belgisch overleg op de klimaatconferentie bijwonen.
Niet op zelfde lijn
De ministers zitten niet allemaal op dezelfde lijn. Niet alleen over hun aanwezigheid. Minister Demir probeerde in de aanloop naar de COP de andere ministers te overtuigen om ook verstek te geven, maar ving dus bot bij vijf collega's. Nochtans zullen de thuisblijvers en de vertrekkers ook op de COP moeten blijven samenwerken. Dat wordt dus overleggen via Zoom of Teams.
Ook inhoudelijk is het een hele evenwichtsoefening. De ministers hebben elk zo hun eigen idee over wat hun land en/of regio kan betekenen in de energietransitie en de strijd tegen de klimaatverandering. Door de manier waarop België werkt, is het niet evident om die agenda ook uit te voeren. Er moet een consensus gevonden worden die ons land kan uitdragen.
Hierdoor hinkte België in het verleden al eens achterop. Het leverde ons land op de klimaatconferenties van 2015 en 2019 al de weinig flatterende prijs fossil of the day ("fossiel van de dag") op. Die wordt op zo'n COP dagelijks door ngo's uitgereikt aan de landen die het minst doen in de strijd tegen de klimaatverandering, of actie zelfs tegenwerken.
Zo'n gezichtsverlies kan ons land zich dit jaar niet permitteren, klinkt het bij verschillende (federale) kabinetten. En niet alleen voor het klimaat of de toekomstige generaties. Vanaf 1 januari is België immers een half jaar lang de voorzitter van de EU. Zeker premier De Croo zit er niet op te wachten om op de grootste klimaattop die de wereld kent, te kijk te staan als de baas van een land dat door intern gekibbel niks voor elkaar krijgt.
Tot zover de context. Wat gaan die ministers nu precies doen in Dubai?
Geen nieuwe klimaatbeloften
België zal in elk geval géén nieuwe doelstellingen voor de reductie van broeikasgassen aankondigen. Traditioneel grijpen milieuorganisaties de COP aan om te hameren op de haperende Belgische klimaatplannen. En ook dit jaar heeft ons land geen afgewerkt Nationaal Energie- en Klimaatplan. Er is wel een akkoord om alle regionale en federale klimaatplannen samen in te dienen bij Europa, maar die halen samen de Europese lat (nog) niet.
Een ramp is dat niet. België zal op de klimaatconferentie de wereld niet moeten vertellen hoe het zijn klimaatdoelen denkt te halen. Op een COP is het de EU die voor de lidstaten praat. Het zijn dus de Europese klimaatplannen die op tafel zullen liggen, niet de Belgische.
Al zou het voor het imago van België natuurlijk een betere zaak zijn als er wel een afgewerkt nationaal klimaatplan was. Er is het aanstaande voorzitterschap van premier De Croo, maar ook minister Khattabi heeft stilaan een goede reputatie te verdedigen in internationale klimaatmiddens.
In principe zou ons land kunnen wegen op de Europese positie op de COP. Elke ochtend vergaderen de bevoegde Belgische, Brusselse, Waalse en Vlaamse ministers om een Belgisch standpunt te bepalen over de kwestie van de dag. Vervolgens draagt de Belgische vertegenwoordiger dat standpunt uit op de vergadering met de Europese lidstaten die daarna volgt. Dit jaar is die vertegenwoordiger Brussels minister Maron.
Het is weinig waarschijnlijk dat ons land bij Europa zal aandringen op meer ambitie, toch niet voor de twee sleutelbegrippen op deze klimaatconferentie. Het gaat dan om klimaatherstelbetalingen voor de armere landen (loss and damage) en het tempo waarop fossiele brandstoffen moeten worden afgebouwd. Dat komt doordat de standpunten van de verschillende regeringen veel te ver uit elkaar liggen.
Bij de groene kabinetten valt het woord "ambitie" vaak: voor hen mag het gerust allemaal wat sneller uit zijn met die fossiele brandstoffen. Zij hopen dat de slottekst van de conferentie duidelijke deadlines stelt voor het einde van kolen, olie en gas.
Zij voelen zich gesterkt door het recente VN-klimaatrapport dat waarschuwt dat de wereld nog steeds afstevent op 2,5 tot 2,9 graden Celsius opwarming, dubbel zoveel als besloten is in het klimaatakkoord van Parijs. Daar maken klimaatwetenschappers zich grote zorgen over. Een opwarming van 1,5 graden of pakweg 2,7 graden, dat is het verschil tussen een enigszins leefbare wereld en volslagen onbekend terrein, een wereld waarin we de gevolgen van de klimaatverandering niet meer kunnen inschatten.
We zitten dus helemaal niet op schema om de doelstelling van Parijs te halen. En hoe goed we op schema zitten, dat zal nu net een van dé grote gespreksonderwerpen van deze COP zijn.
Premier De Croo waarschuwt dan weer dat het allemaal haalbaar moet blijven. "De klimaatdoelen die nu voorliggen, zijn de juiste", zegt hij. "De lat moet niet lager, maar ik denk ook niet dat we nog hoger moeten gaan tegen 2030. Hogere doelen aankondigen, geeft mooie krantentitels. De vraag is: hoe bereik je ze?" Lees: we zullen het al moeilijk genoeg hebben om de huidige Europese klimaatdoelen te halen. Die zijn bij de meest ambitieuze van de hele wereld.
Vlaams minister Demir ziet haar rol op de ochtendlijke vergaderingen tijdens deze klimaatconferentie vooral daar: bewaken dat België niet méér toezeggingen doet dan vooraf afgesproken is.
Door al die uiteenlopende regionale standpunten, eindigt België ergens tussenin. Het zal zich bij de Europese consensus voegen. Europa zal de wereld op deze COP vragen om de lat hoger te leggen voor hernieuwbare energie . Als het aan de EU ligt, is er tegen 2030 drie keer meer hernieuwbare energie wereldwijd. Ook zouden we tegen dan dubbel zo efficiënt moeten omspringen met onze energie. Dat standpunt wil ons land mee uitdragen.
Geen extra klimaatgeld uit België of Vlaanderen, maar wel uit Brussel
Geen ambitieuzere beloften over het afbouwen van de Belgische of Europese uitstoot dus, maar ook geen extra Belgisch klimaatgeld.
In de aanloop naar de COP reisde de nieuwe Europese klimaatgezant Wopke Hoekstra de hoofdsteden af, op zoek naar geld voor een nieuw Europees loss and damage-fonds voor de armere landen. Denemarken zegde al geld toe, maar België zal dat niet doen. Opnieuw omwille van (vooral Vlaams, maar ook federaal) bezwaar.
"Minister Demir is onder meer niet akkoord met een extra fonds voor het ondersteunen van de ontwikkelingslanden in het kader van verlies en schade (loss and damage, red.) ten gevolge van klimaatverandering", legt woordvoerder Andy Pieters uit. "De Europese lidstaten dragen al enorm veel bij aan internationale klimaatfinanciering, Vlaanderen ook, maar bovenal hebben we nog heel veel uitdagingen in eigen land."
Demir vreest ook dat ons land juridisch aansprakelijk gesteld zou worden voor klimaatschade in andere landen, en wettelijk verplicht zou kunnen worden tot betalingen.
Ook het federale niveau plant geen extra klimaatgeld op deze COP. Bij het kabinet van De Croo klinkt het dat deze regering de klimaatbijdragen al sterk heeft opgetrokken. "Die waren, in vergelijking met de ons omringende landen, laag. We zijn van 70 tot 75 miljoen euro per jaar gestegen naar 130 miljoen in 2022, een absoluut hoogtepunt."
Dat wat betreft de gezamenlijke, federale pot. De verschillende gewesten hebben elk ook hun eigen klimaatbudget, dat ze naar eigen goeddunken kunnen besteden.
Brussel is alvast van plan zijn portefeuille te trekken op deze COP. "Zoals gewoonlijk zal dat vooral gaan naar klimaatadaptatie", klinkt het bij het kabinet-Maron. Dat is steun voor projecten die landen weerbaar moeten maken tegen de gevolgen van de klimaatverandering. Over hoeveel geld het gaat of naar welk fonds, is nog niet duidelijk.
Minister Henry wijst er dan weer (enigszins raadselachtig) op dat Wallonië zich in het verleden al vaker "voluntaristisch" heeft opgesteld op vlak van klimaatgeld, zeker voor loss and damage. Of het dat ook dit jaar zal doen, is nog niet duidelijk.
Waterstof en windmolens
België zal op deze COP dus wellicht de aandacht niet opeisen met opvallende voorstellen, toezeggingen of fondsen.
Maar de verschillende ministers kunnen achter de schermen wel een rol van belang spelen. Zo vertegenwoordigde minister Khattabi op de COP van vorig jaar de Europese Unie bij sommige onderhandelingen. Ze houdt zich op deze klimaatconferentie opnieuw paraat om dat te doen als ze daarvoor gevraagd zou worden, klinkt het op haar kabinet.
Dat is een officiële rol in het proces van klimaatonderhandelingen. Maar naast die onderhandelingen, die gevoerd worden door (in de eerste week) diplomaten en (in de tweede week) ministers, is er nog een ander circuit op zo'n klimaatconferentie. Daar ontmoeten lobbyisten, industrie, ngo's en politici elkaar. Het gonst er van de rondetafels, evenementen en ontmoetingen aan de watermachine.
En dat is de belangrijkste reden waarom veel ministers die géén officiële rol hebben op de COP, toch afreizen naar Dubai. De Croo, Van der Straeten, Henry: ze gaan niet om aan de onderhandelingstafel te gaan zitten. Wel willen ze allemaal mee de Belgische of Waalse industrie uitdragen.
Op de klimaatconferentie zal er ook gepraat worden over waterstof en windturbines, om maar iets te zeggen. Dat zijn sectoren waarin de Belgische industrie uitblinkt, of zou kunnen uitblinken. De strijd tegen de klimaatverandering is ook een energietransitie. En waar heel veel landen heel veel grootschalige infrastructuurwerken moeten uitvoeren, daar vallen contracten en jobs te scoren. Als de ministers daarbij een handje kunnen toesteken, dan doen ze dat graag.
"We gaan naar de COP om onze industriële kennis te etaleren. Technologische innovatie is een van de manieren waarop wij het meest te winnen hebben", legt De Croo uit. Waarop hij Demir kietelt: "Sommigen praten over Vlaamse welvaart. Wel, we gaan die niet ontwikkelen door onder de Vlaamse kerktoren te blijven zitten."




