De wereld stevent af op een opwarming met 2,5 tot 2,9 graden Celsius als we met zijn allen niet snel de klimaatinspanningen opschroeven en de uitstoot van broeikasgassen drastisch doen dalen. Wat we momenteel doen, is en blijft ruim onvoldoende. De tijd om nog dingen bij te sturen tegen 2030, wordt intussen steeds korter. Dat blijkt uit een belangrijk VN-klimaatrapport in de aanloop naar de klimaatconferentie COP28. VRT NWS sprak met de hoofdauteur, de Belg Joeri Rogelj.
Zoveelste alarmerende klimaatrapport laat weinig aan verbeelding over: "Stevenen af op 2,5 tot 3 graden extra"
Vandaag heeft het milieubureau van de Verenigde Naties (UNEP) het "Emissions Gap Report" uitgebracht. Het is een van de belangrijkste klimaatrapporten die verschijnen in aanloop naar de klimaatconferentie in Dubai (COP28), die op 30 november begint.
Het rapport belicht onder meer de kloof tussen wat we in de realiteit blijven uitstoten aan broeikasgassen en wat we eigenlijk maar zouden mogen uitstoten richting 2030 om ons op het juiste pad te houden richting klimaatakkoord van Parijs. Die kloof blijft groot, veel te groot eigenlijk.
In Parijs werd in 2015 afgesproken om de opwarming van de aarde beperkt te houden tot "ruim onder de 2 graden" en liefst anderhalve graad. Dat moet de ergste gevolgen van de klimaatopwarming en de klimaatverstoring voorkomen.
14 procent kans
Op de klimaatconferentie in Dubai (30 november - 12 december) staat de vijfjaarlijkse global stocktake op de agenda. Daarin wordt bekeken hoe de verschillende landen hun klimaathuiswerk hebben gemaakt de voorbije jaren. Waar brengt ons dat concreet, en wat betekent dat voor onze klimaattoekomst?
Klimaatonderhandelaars zullen dit rapport met zijn alarmerende conclusies ongetwijfeld in het achterhoofd houden. Dit zijn enkele van die conclusies:
Vorig jaar is de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd nog met 1,2 procent toegenomen tegenover het jaar daarvoor, terwijl we al jaren weten dat we de uitstoot heel snel zouden moeten afbouwen. We verbruiken dus nog altijd (veel) te veel fossiele brandstoffen zoals olie, gas en steenkool.
In totaal is vorig jaar voor 57,4 miljard ton aan broeikasgassen uitgestoten (CO₂ en andere broeikasgassen zoals methaan omgerekend naar CO₂-equivalent, red.), een absoluut record.
Tegen 2030 zou de uitstoot met 42 procent naar beneden moeten, maar daar schiet amper nog tijd voor over. Intussen blijkt uit de praktijk hoe snel het gaat met de klimaatverandering. De afgelopen maand september was wereldwijd 1,8 graden Celsius warmer dan de referentieperiode 1850-1899.
De emissies zijn ongelijk verdeeld tussen de verschillende landen (en ook binnen landen zelf), wat wijst op globale patronen van ongelijkheid.
We stevenen nu af op een wereldwijde opwarming van 2 tot 3 graden Celsius, afhankelijk van een optimistisch of pessimistisch scenario (de opwarming wordt afgetoetst tegenover het gemiddelde van de periode 1850-1899, red.).
In het allerbeste scenario zou er nog 14 procent kans bestaan om de globale opwarming en de daarbij horende klimaatverstoring te beperken tot anderhalve graad.
Als alle (huidige en geplande) olie- en gasvelden in de wereld en de steenkoolmijnen worden benut zoals gepland, wordt het overschot aan uitstoot dat we nog hebben voor die anderhalve graad, maar liefst 3,5 keer overschreden.
Het rapport pleit (nogmaals) voor een heel dringende, scherpe afbouw van broeikasgassen door ons gebruik van fossiele brandstoffen.
De conclusies zijn niet mals. Hoe moeten we die interpreteren, en hoe staat de wereld (en hoe staan toekomstige generaties) er nu precies voor? We vroegen het aan Joeri Rogelj, hoofdauteur van het rapport en klimaatprofessor aan het Imperial College in Londen.
Waar ligt de toekomst van onze wereld dan precies?
Wie de evolutie door een roze bril bekijkt, hoopt dat alle landen wereldwijd hun klimaatbeloftes, zowel die op korte als lange termijn, toch nog kunnen houden. Dan zouden we naar ongeveer 2 graden extra gaan. "Maar als we kijken naar wat landen eigenlijk aan het uitvoeren zijn, naar hun beleidsplannen, dan komen we bij de 3 graden uit," schetst Joeri Rogelj.
Misschien landen we ergens tussenin: "Als we kijken naar de klimaatbeloftes en de beleidsplannen die iet of wat geloofwaardig zijn, dan komen we uit ergens rond de 2,5 graden bij het einde van de eeuw. Maar dat betekent nog niet dat de temperatuur dan gestabiliseerd zal zijn."
Ter vergelijking: voor dit jaar, wat het warmste jaar in onze moderne geschiedenis wordt, zullen we al dicht bij tegen de anderhalve graad uit komen. Dat is veel sneller dan verwacht. Het gaat voorlopig nog om een geïsoleerd jaar, maar dat het zeer snel gaat met de klimaatopwarming, daarover zijn klimaatexperts het eens.
Als we kijken naar de klimaatbeloftes en de beleidsplannen die geloofwaardig zijn, dan komen we uit rond 2,5 graden extra
Joeri Rogelj, Grantham Institute, Imperial College Londen
Hoe dan ook, het is nog altijd ruim onvoldoende om het klimaatakkoord van Parijs te halen. Hoe verder de klimaatopwarming zich doorzet, hoe meer weersextremen zoals we ze nu al zien, zich zullen doorzetten.
Denk aan meer en intensere hittegolven, lange droge periodes of net hevige regen met wateroverlast, of intense stormen die gevoed worden door warmer zeewater.
De gevolgen zijn vrij ongelijk verdeeld: arme landen betalen nu al de zwaarste tol van de klimaatverandering, en vragen daarom meer geld van de rijkere landen om zich aan te passen aan de nieuwe klimaatrealiteit, en om schade te herstellen.
Heeft het nog zin om inspanningen te doen?
Jazeker, meer dan ooit zelfs. Want zelfs als we er niet in slagen om de opwarming tot anderhalve graad te beperken, is het van belang om het "in het rood gaan" zo beperkt mogelijk te houden. Elk tiende van een graad telt daarbij, om een verdere impact zoveel mogelijk te beperken.
De anderhalve graad lijkt zo goed als verloren, maar een beperking tot 2 graden is zeker nog mogelijk, weet ook de directeur van het Belgisch Klimaatcentrum, Valerie Trouet. En dat is belangrijk. "De wetenschap weet nog niet zoveel van wat er gaat gebeuren als we boven de 2 graden extra zouden uitkomen, maar sowieso gaan bepaalde processen nog versnellen", zegt ze daarover in "De wereld vandaag".
We moeten proberen om het zware werk niet af te schuiven op toekomstige regeringen en toekomstige generaties
Joeri Rogelj, Grantham Institute, Imperial College Londen
Net daarom is het zo belangrijk dat de uitstoot snel daalt, want alles wat we achteraf nog moeten bijsturen, zal veel geld kosten en veel extra inspanningen vragen, zegt Rogelj: "Hoe langer we nu wachten, hoe meer de uitstoot na 2030 naar beneden zal moeten gaan. We schuiven daarmee zowel de verantwoordelijkheid als het zware werk af op toekomstige generaties en toekomstige regeringen."
De redenering dat "het klimaat toch al om zeep is", gaat dus niet op.
Beluister hier een gesprek met Valerie Trouet, directeur van het Belgisch Klimaatcentrum, in "De wereld vandaag":
Nieuw VN-klimaatrapport is alarmerend: "Belangrijk om cijfers te zien"
Waarom is het broeikasgas CO₂ zo'n vervelend probleem?
Het voornaamste broeikasgas is CO₂. Dat is een serieuze kiezel in de schoen als we het pad willen blijven bewandelen richting Parijs en de anderhalve graad. Want CO₂ blijft doorwerken in de atmosfeer en houdt de opwarming daardoor in stand, ook al zouden we in de ideale wereld snel naar een nuluitstoot gaan.
"De opwarming door CO₂ gaat niet weg als we de uitstoot naar nul herleiden. We hebben er dan eigenlijk enkel voor gezorgd dat de opwarming niet erger wordt, maar ze zal blijven aanhouden voor eeuwen en zelfs millennia", zegt Rogelj.
CO₂ is zo'n lastig verhaal omdat het zich maar blijft opstapelen in de atmosfeer, en het is moeilijk om het eruit te halen
Joeri Rogelj, Grantham Institute, Imperial College Londen
De enige manier om het opwarmende effect van CO₂ teniet te doen, is door het actief uit de lucht te plukken met nieuwe technologieën, maar die blijken nog altijd duur. Bovendien kunnen we ze nog niet op voldoende grote schaal uitrollen om de miljarden tonnen CO₂ die we al in de atmosfeer hebben gepompt, uit te wissen.
"Eerst moet het gaan over de vermindering van de uitstoot, pas op het einde over die nieuwe technieken", onderstreept Rogelj.
We zouden natuurlijk meer bomen kunnen planten, maar door de klimaatverstoring en de bijhorende weersextremen, is het ook niet altijd evident om daar te veel op te rekenen. De grootste prioriteit blijft dan ook om de CO₂-uitstoot te doen dalen, liever vandaag dan morgen. (lees door onder de video)
Zijn er dan geen lichtpuntjes?
Toch wel. De omslag naar hernieuwbare energie is volop bezig, ook in China. Maar door de stijgende energievraag, blijft er nog (veel) vraag naar fossiele brandstoffen zoals steenkool, olie en gas. Dus ja, de omslag naar een groenere economie is ingezet, maar het moet allemaal veel sneller. "Eigenlijk moeten we 7 keer sneller gaan om de anderhalve graad alsnog te halen", weet Rogelj. We weten dus wat we moeten doen, en de technieken zijn ook voorhanden.
Ook voor methaan, het belangrijkste broeikasgas na CO₂, is er hoop. Hoewel het op korte termijn een veel krachtiger broeikasgas is dan CO₂, breekt het relatief snel af. Met andere woorden, de inspanningen die we doen om de methaanuitstoot te verminderen, gaan al na 10 tot 20 jaar effect hebben.
Bovendien hebben China en de VS aangekondigd dat ze verder gaan samenwerken om de uitstoot van methaan aan banden te leggen.
Methaan komt onder meer vrij bij olie- en gaswinning, en zou intussen al verantwoordelijk zijn voor 30 procent van de huidige opwarming.
"We" zijn niet goed bezig?
Het klimaatprobleem is een erg complex probleem met heel wat puzzelstukjes. Wereldwijd bekeken, zijn China en de VS de grootste uitstoters in absolute aantallen, met ook India, de EU en Rusland in de top-5. Maar als je het per inwoner bekijkt, is het een heel ander verhaal. Dan schuiven Saudi-Arabië, Canada, Australië en de VS naar voren op. China staat dan lager op de ranking, net als India.
Historische "schuld" ?
Om de discussie nog moeilijker te maken, heb je ook nog de historische uitstoot - een argument dat landen als China en India graag aanhalen tijdens klimaatonderhandelingen. Westerse landen zijn immers al veel vroeger veel broeikasgassen beginnen uit te stoten, waardoor China en India zeggen dat ze nu recht hebben op wat meer marge. Ze willen ook pas later klimaatneutraal worden (China in 2060, India in 2070) dan de EU en andere grote economieën zoals Japan, de VS en Canada, die op 2050 mikken.
Waar staat België?
België zit qua klimaatdoelen onder de paraplu van de EU, maar slaagt er voorlopig niet om het door Europa opgelegde doel te halen. Dat staat op 47 procent minder broeikasgassen in 2030 (tegenover 2010) - ter vergelijking, voor de hele EU ligt de lat op 55 procent.
België is goed bezig wat betreft hernieuwbare energie betreft, onderstreept Valerie Trouet, "maar ons land geeft elk jaar nog altijd 13 miljard uit aan fossiele subsidies." Daar zouden we volgens haar nog veel beter kunnen doen.
De uitstoot komt voor een groot deel van de industrie en de energiesector, maar toch kunnen wij met individuele keuzes ook iets doen. Want naast energie spelen ook transport (met daarbij auto- en vliegverkeer) en bijvoorbeeld voedselproductie een grote rol. Experts benadrukken dat de inspanningen van iedereen zullen moeten komen.






