Vrouwen en mannen hebben nog altijd niet even veel vermogen. Dat komt niet alleen door de loonkloof, maar ook door ons familiaal vermogensrecht. Als een wettelijk samenwonend koppel uit elkaar gaat, dan wordt vooral de economisch zwakkere partner daar de dupe van. Vaak is dat een vrouw. Hetzelfde geldt voor getrouwde koppels met scheiding van goederen. Dat blijkt uit een studie die staatssecretaris voor Gelijke Kansen Marie-Colline Leroy (Ecolo) voorstelt.
Niet enkel loonkloof, maar ook onze wetgeving houdt verschil in vermogen tussen man en vrouw in stand
Wie minder verdient, kan minder vermogen opbouwen. Lang werd dan ook gedacht dat het verschil in vermogen tussen man en vrouw vooral te wijten was aan de loonongelijkheid tussen de twee.
Een nieuwe studie, in opdracht van federaal staatssecretaris voor Gendergelijkheid, Gelijke kansen en Diversiteit Marie-Colline Leroy (Ecolo), toont aan dat ook ons familiaal vermogensrecht die ongelijkheid in stand houdt, en zelfs versterkt.
Samenlevingsvormen
In België hebben we drie samenlevingsvormen: de feitelijke samenwoning, de wettelijke samenwoning en het huwelijk. Hoeveel bescherming je als partner hebt, hangt af van welke samenlevingsvorm je kiest.
Bij een huwelijk met gemeenschap van goederen (het wettelijk stelsel) is die bescherming het hoogst, bij een feitelijke samenleving is er geen bescherming. Die bescherming komt vooral kijken bij de scenario's waarin het fout gaat, bijvoorbeeld bij een relatiebreuk of een overlijden.
Vermogensongelijkheid tussen mannen en vrouwen blijft bestaan
Die bescherming kan nochtans belangrijk zijn. Stel dat een partner beslist om halftijds te werken om bijvoorbeeld voor de kinderen te zorgen. Dan daalt het loon van die partner.
De andere partner blijft voltijds werken, en kan daardoor meer sparen en meer afbetalen aan het huis. Maar dan loopt het mis, en het koppel gaat uit elkaar.
Als het koppel getrouwd was met gemeenschap van goederen, zal de partner die minder heeft gewerkt en instond voor de opvoeding van de kinderen beschermd worden. Die partner heeft dan bijvoorbeeld recht op partneralimentatie. Ook de opbrengsten van het koppel doorheen de jaren zullen gelijk verdeeld worden.
Maar als het koppel niet getrouwd was, of getrouwd met een scheiding van goederen, valt die bescherming voor een groot deel weg. De partner die altijd voltijds heeft gewerkt en meer heeft afbetaald aan het huis zal op het einde van de rit én een loon hebben dat hoger ligt, én meer eigenaar zijn van de gemeenschappelijke woning.
In de praktijk trekt de vrouw aan het kortste eind: volgens het instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen zijn er 88,4 procent voltijdse werkers bij mannen, tegenover 54,8 procent bij vrouwen. Zij zijn dus vaak de economisch zwakkere partij.
Amper bescherming bij wettelijke samenwoning
Waar het schoentje knelt, is dat veel koppels zich niet bewust zijn van die verschillen in bescherming. "Bij de wettelijke samenwoning is er bijvoorbeeld een hardnekkig idee in onze samenleving dat dat een soort modern huwelijk zou zijn", zegt Elisabeth Alofs, professor familie- en familiaalvermogensrecht aan de VUB. "Maar dat is totaal niet het geval."
"Mensen die wettelijk gaan samenwonen, stappen naar de gemeente om een verklaring af te leggen. Maar daar komen ze nooit een jurist tegen die hen de voor- en nadelen uitlegt. Als zij dan zelf geen opzoekingswerk hebben gedaan of niet naar de notaris zijn geweest, zullen ze die informatie ook zelden krijgen op de gemeente zelf", aldus professor Alofs.
"Bij de wettelijke samenwoning is er zeer weinig bescherming. Zo is er bijvoorbeeld geen recht op alimentaire bescherming bij een relatiebreuk, is er geen vermogensrechtelijke solidariteit en zijn er maar zeer beperkte erfrechten", legt professor Alofs uit.
Informeren bij notaris
Professor Alofs pleit er dan ook voor dat koppels zich juridisch laten informeren als ze willen samenwonen en/of trouwen. "Eigenlijk zou elke burger zich de vraag moeten stellen wat de verschillen zijn tussen de samenlevingsvormen, en wat de beste vorm is gezien de concrete situatie."
Zijn er kinderen, zijn de partners financieel afhankelijk van elkaar, is er een ongelijke taakverdeling binnen het gezin, helpt een van de partners de andere bij een zelfstandige activiteit… Het kunnen allemaal redenen zijn om voor meer of minder bescherming te kiezen. En daarover laat je je volgens professor Alofs best informeren door iemand met kennis van zaken, zoals een notaris of een advocaat.
Wetgeving creëert ongelijk machtsverhouding
Niet alleen moeten burgers beter geïnformeerd worden, ook de wetgeving kan beter, zo blijkt uit de studie. Hoewel de wettelijke regels zijn verwoord alsof beide partners gelijk zijn, draait dat in de praktijk anders uit. Daarom vragen de onderzoekers aan beleidsmakers om meer bescherming voor de economisch zwakkere partner.
"Meestal beslist de wetgever welke bescherming partijen genieten. Denk bijvoorbeeld aan het arbeidsrecht", legt professor Alofs uit. "Daar zal de wetgever niet tegen een werknemer zeggen: "als je het zo kan onderhandelen met je werkgever, kan je een ontslagbescherming krijgen". Neen, de wetgever bepaalt zelf de minimale ontslagbescherming.”
"Maar omgekeerd zegt de wetgever hier wel: "mevrouw, als u het zo kan onderhandelen met uw man, dan krijgt u bescherming", en daar knelt het schoentje toch", aldus professor Alofs. "De wetgever moet beseffen dat hij een machtsverhouding creëert. En de macht zit bij diegene die niet voor die bescherming wil kiezen."
Staatssecretaris Leroy noemt de studie een "wake-upcall": "wie binnen het statuut van "wettelijk samenwonen" minder gaat werken om te zorgen voor de kinderen of om de partner te helpen bij diens job, moet daarvoor financieel worden gecompenseerd".




