Gebruiken we in de toekomst geen thermometer meer, maar hittesensoren tijdens een hittegolf? Moeten we bepaalde straten met zeilen gaan overspannen? En gebouwen wit schilderen, heeft dat zin? Bij een stijging van de globale temperatuur zullen hittegolven frequenter en intenser worden. Wij zochten uit wat dat concreet betekent voor onze steden.
2,5 tot 3 graden extra, moeten we daar eigenlijk van wakker liggen? Wat betekent het concreet voor ons land?
Onlangs waarschuwde het milieubureau van de Verenigde Naties (UNEP) ervoor dat de wereld afstevent op een opwarming van 2,5 tot 3 graden. Die 2,5 graden, dat is wanneer we er alsnog zouden in slagen om de uitstoot van broeikasgassen (veel) strenger aan te pakken. Al jaren mislukt dat opzet, en vorig jaar nam de mondiale uitstoot nog maar eens toe.
Momenteel zit de wereld in de praktijk al aan bijna 1,5 graden opwarming. Maakt 2,5 extra graden dan zoveel verschil?
Omdat er tijdens de klimaatconferentie in Dubai vaak met temperatuurcijfers gegoocheld zal worden, zetten we even enkele mogelijke gevolgen op een rij.
We proberen het ook heel concreet te maken voor België, waar de steden onder meer goed moeten uitkijken voor hittegolven. Wat schuilt er concreet achter die schijnbaar kleine opwarmingscijfers?
Vergelijk het met koorts hebben. 2 à 3 graden koorts heb je liever niet
Emilie Delhaye van het KMI
Emilie Delhaye van het KMI schetst het plaatje: "Vergelijk het met koorts hebben. Als we als mens een beetje koorts hebben - zoals 1 graad - dan komt het wel goed. Maar anderhalve graad is al weer wat meer, en 2 à 3 graden wil je liever niet hebben."
Onbekend terrein is gevaarlijk terrein
Voor we naar België gaan, is het belangrijk om een algemene schets mee te geven. 2,5 graden lijkt niet zoveel, maar toch laten wetenschappers er weinig twijfel over bestaan dat elke mondiale opwarming voorbij de 2 graden (tegenover de periode 1850-1900) pas echt gevaarlijk wordt.
De moderne mens bevindt zich nu al op onbekend terrein qua klimaat, en voorbij de 2 graden kunnen allerlei zichzelf versterkende natuurlijke mechanismen, de zogenoemde "feedback loops" nog harder gaan spelen.
Het komt erop neer dat door de klimaatopwarming dingen gebeuren die op hun beurt de opwarming verder versterken, zoals het smelten van de permafrost, de permanent bevroren ondergrond in bijvoorbeeld Siberië waarin veel CO2 en methaan opgeslagen zit. Of grootschalige bosbranden bijvoorbeeld.
Los daarvan, weten we dat bij een verdere opwarming voorbij de anderhalve graad de extremen zoals we die nu al zien overal in de wereld, zich verder zullen doorzetten. Denk aan hittegolven, droogtes, intense regen, geblokkeerde weersystemen enz.
Mislukte oogsten zijn daar maar één gevolg van. Het medische tijdschrift The Lancet heeft berekend dat de klimaatverstoring momenteel al 127 miljoen mensen extra in hongersnood heeft gedreven in vergelijking met de voorbije decennia.
Het potentieel voor muggen om de tropische ziekte dengue over te brengen is ongeveer met een kwart gestegen. Elk tiende van een graad opwarming op wereldschaal, heeft meer gevolgen.
In België gaat het dubbel zo snel
Een wereldwijde temperatuurstijging van 3 graden zal uiteraard ook gevolgen hebben voor België. De temperatuur op het land stijgt sneller dan de globale temperatuur, in België ongeveer twee keer zo snel. We zouden dus gemiddeld naar 5 à 6 graden extra kunnen gaan - momenteel noteert Ukkel gemiddeld al 2,7 graden extra tegenover de periode 1850-1899.
De weersextremen zullen verder toenemen, ook België zal meer last krijgen van bijvoorbeeld muggen die tropische ziektes overdragen. En in de zomer zullen hittegolven ook bij ons vaker voorkomen én mogelijk intenser uitvallen, met hogere temperatuurpieken. Ze kunnen ook langer aanhouden.
Sacha Takacs is onderzoeker bij de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO). Hij houdt zich bezig met onderzoek wat betreft de impact van hittegolven.
"Staar je niet blind op de gemiddelde stijging van de temperatuur", onderstreept hij. "Het gaat vooral om de extremen. Bij hittegolven kunnen temperaturen nóg hoger gaan pieken."
Daar komt nog bij dat steden of verstedelijkte gebieden als hitte-eiland kunnen gaan fungeren. Dat betekent dat de warmte daar tijdens een hittegolf nog eens extra toeneemt, en dat het 's nachts veel minder goed afkoelt.
Die koele nachten zijn net belangrijk voor ons lichaam, om te kunnen recupereren van de hittestress van overdag. Maar het asfalt van de straat, het vele steen en beton gaat 's nachts de warmte uitstralen die ze overdag hebben opgenomen door de straling van de zon.
Hoeveel hittegolfdagen krijgen we in onze steden?
Het KMI deed eerder al onderzoek naar het klimaat van de toekomst in ons land. Daaruit blijkt dat er een hemelsbreed verschil is tussen een globale opwarming van 2 of van 3 graden.
In het eerste geval stijgt het aantal hittegolfdagen in Brussel met ruim 30 procent tegenover een opwarming met anderhalve graad, maar in het tweede geval is er een toename van bijna 160 procent, richting een verdrievoudiging dus.
In het jaar 2100 zou de stad Brussel drie keer meer hittegolven krijgen, die de helft langer duren en dubbel zo intens zijn. Het gaat om berekeningen van enkele jaren geleden. Mogelijk zijn die alweer achterhaald door de snelle verschuivingen in het klimaatsysteem.
Wat kunnen steden dan doen?
Het heeft dus zeker zin om nog volop klimaatinspanningen te blijven doen. Mogelijk slagen we er nog in om de klimaatopwarming op 2 graden te houden. Los van potentiële droogteperiodes en mislukte oogsten op het land, is er ook het gevaar voor zeer intense buien. De kans op een waterbom zoals in de zomer van 2021 wordt er door de klimaatverstoring niet kleiner op.
Terug naar de hittegolven: steden zullen zich goed moeten wapenen. De meeste opties zijn bekend. Denk aan ontharden, vergroenen door meer bomen te planten en meer ruimte voor parken te voorzien. Ook de bouw van groene gevels kan helpen en het plaatsen van waterpartijen. Hoger bouwen zou ook een optie kunnen zijn, om meer schaduw te creëren.
Het hoeft niet altijd rocket science te zijn
Hendrik Wouters, VITO
"Het hoeft niet altijd rocket science (hoogtechnologische, red.) te zijn", zegt Hendrik Wouters van VITO. "Soms is het devies simpel: de zon zoveel mogelijk blokkeren, door bijvoorbeeld paraplu's te installeren over straten. Ik zag het tijdens een hitteperiode in Sicilië en voelde meteen het effect."
"Zonnewering aan de buitenkant van woningen is ook een belangrijke maatregel. Naast goede isolatie natuurlijk. Vergeet ook niet dat dat structurele maatregelen zijn die altijd werken. Als je de warmte met een airco compenseert en de elektriciteit valt uit, heb je een probleem."
Een goede zonnewering is belangrijk, en zoiets werkt altijd. Een airco kan uitvallen en verbruikt energie
Hendrik Wouters, VITO
Water geeft dan weer verdamping en dat kan verfrissend werken, maar Wouters plaatst een kanttekening bij stilstaand water: als dat overdag te sterk opwarmt, gaat het 's nachts zijn warmte weer afgeven, wat de nachtelijke afkoeling kan temperen, net zoals het beton en stenen doen.
Witte oppervlaktes creëren om de warmte te weerkaatsen is ook een optie. Verschillende steden hebben het al gedaan of experimenteren ermee, zoals New York of Barcelona. Volgens de Spaanse meteoroloog Sergi Ventura kan dat in Barcelona gemiddeld een afkoeling met 0,8 graden geven tijdens hittegolven. Tijdens piekmomenten en op bepaalde plekken kan dat zelfs oplopen tot 4 graden minder.
De ene stad is er beter voor geschikt dan de andere. Het oppervlak moet er zich toe lenen, het moet wit blijven, en bij zonnepanelen op een wit dak heb je meteen ook een conflict. Witte straten in steden zijn nog niet doorgebroken als trend.
Sensor om hittestress te meten
Misschien moeten we in de toekomst niet enkel de temperatuur gaan opmeten tijdens warme periodes, maar veeleer de hittestress. VITO geeft een hittesensor uit (die ook nog verder wordt ontwikkeld) die naast de temperatuur ook de vochtigheid, windsnelheid en straling van de zon in rekening brengt.
Zo kan je als mens beter inschatten welke impact de warmte heeft of kan hebben op je lichaam en het niveau van hittestress bepalen. De hittestress kan dan worden uitgedrukt in aangepaste graden Celsius, en/of op een schaal met kleuren van groen over geel en oranje tot zwart.
"Meten met een hittesensor kan een groot verschil maken. Als de luchtvochtigheid bij eenzelfde temperatuur bijvoorbeeld 10 of 90 procent is, maakt dat een groot verschil", zegt Sacha Takacs.
Momenteel wordt de hittesensor al gebruikt in onze steden om te meten waar er (letterlijk) hotspots zijn in de stad. "Zo kan er advies worden gegeven aan lokale overheden om bijvoorbeeld bomen aan te planten op een bepaalde plek, of een park aan te leggen", vertelt Takacs.
VITO zet de hittesensor al volop in in Afrika en India, om daar te gaan sensibiliseren en in grote steden bij het lokale bestuur de impact van verharding concreter te maken. Het doel is om mensen beter te beschermen. Het doel is om er ook in België nog meer mee te gaan doen, bijvoorbeeld in een burgerwetenschapsproject om meer en bredere data te gaan verzamelen.
Gaan steden snel genoeg?
Wouters vraagt zich af of Vlaamse steden wel snel genoeg de omschakeling aan het maken zijn naar de nieuwe klimaattoekomst. "De grootsteden zijn op de goede weg. Er gebeurt bijvoorbeeld veel rond vergroening. Mijn inschatting is dat het nog te weinig is als je het naast de realiteit van de klimaatverandering legt. Het zou nog sneller mogen."
Daarbij komt nog dat waar grote steden het potentieel hebben om relatief snel dingen te verwezenlijken, dat voor kleinere steden of verstedelijkte kleinere gemeentes al een pak moeilijker is. Misschien moeten maatregelen tegen de hittegolven van de toekomst daarom in bredere context bekeken worden.





