Een kiescampagne waarbij een zittende premier niet meer meedoet, is sowieso bijzonder. Maar in Nederland maakt dat de verkiezingen extra spannend. De voorbije vier campagnes kon je immers besluiten met de zin "en op het einde wint Rutte". Nu doen in het post-Ruttetijdperk nog vier partijen mee om de grootste te worden. Minstens twee daarvan zullen moeten samenwerken in een toekomstig kabinet. En er zijn 3,5 kandidaten om Rutte op te volgen als premier. Maar het gaat niet alleen over de poppetjes: migratie en bestaanszekerheid spelen in het stemhokje een belangrijke rol.
Nederland en het nieuwe politieke schaakbord: wie krijgt de stoel van Mark Rutte?
Laten we voor de gelegenheid met het laatste beginnen: de thema's waarover het in de campagne ging. Het was namelijk de diepste wens van de politici "die er toe doen" dat het om de thema's zou gaan, over inhoud dus, en niet per se over de poppetjes, de functies en wie met wie zou gaan regeren. De degelijkheid, de verdieping zou met deze campagne opnieuw de Nederlandse politiek binnentreden. Het was nu of nooit: de gladde, mediagenieke Mark Rutte was er niet meer bij. Ook schrijver Bas Heijne zei dit weekend nog in De Standaard dat de tijd van de mediagenieke figuren voorbij is.
Toch lukte dit maar deels. Het aantal mediaoptredens die politici ook deze campagne moesten uitzitten, was eindeloos. Alleen al de publieke omroep NPO stuurde een mail van vijf A4'tjes met verkiezingsuitzendingen. En dan heb je nog tientallen kranten en verschillende commerciële media. En niet al die uitzendingen blonken - om het netjes te zeggen - in de eerste plaats uit in gedegen inhoudelijke analyses. Waarschijnlijk zal zelfs net het massaal bekeken debat op SBS6 dat uitblonk in verbaal stevig klop- en smijtwerk een belangrijke gamechanger worden.
De verdienste van Pieter Omtzigt
Maar op andere momenten ging het inderdaad verbazingwekkend vaak over de inhoud. En dat mag zeker voor een belangrijk deel de verdienste van Pieter Omtzigt zijn, de voorman van Nieuw Sociaal Contract. Toen hij eind deze zomer aankondigde dat hij met de verkiezingen zou meedoen, werd zijn partij in één klap de grootste in de peilingen. Omtzigt is al jaren het populairste parlementslid van Nederland door zijn reputatie als dossiervreter en harde werker, en door de grote kennis die hij heeft. Hij is de man die een van de zwartste bladzijden uit de recente Nederlandse geschiedenis bovenspitte: de toeslagenaffaire.
Door zijn enorme populariteit kon Omtzigt het zich dan ook permitteren om voorwaarden te stellen: hij wou het vooral over inhoud hebben, niet meedoen aan verkiezingsconcepten die hem niet zinnen, zelf de debatten gaan bepalen. Dat lukte hem redelijk goed, tot een week voor de verkiezingen.
Migratie en bestaanszekerheid
Inhoud, dus. De twee begrippen die de campagne bepaalden, zijn migratie en bestaanszekerheid. Ook hier is de invloed van Pieter Omtzigt groot: het zijn ook 2 van de 4 belangrijkste punten uit zijn programma. Maar het is ook waar de Nederlander van wakker ligt, zo bleek uit een onderzoek in De Volkskrant.
En vooral over migratie bleek de Nederlander ook nog eens bijzonder eensgezind. Uit de peiling blijkt dat een zeer grote meerderheid wil dat de politiek de immigratie naar Nederland inperkt. Het aantal mensen dat minder maatregelen tegen immigratie wil, is heel erg klein.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat vele partijen pleiten voor strengere migratieregels. Het had eigenlijk het thema van de VVD moeten worden, die de regering lieten vallen over een gebrek aan urgentie op migratievlak. Maar Omtzigt - migratie beperken tot 50.000 - en uiteraard Geert Wilders of de Boer Burger Beweging - migratie beperken tot 15.000 - liepen zeker even hard in de kijker.
Het enige echte alternatief voor de hardere migratietaal, lijkt de nieuwe samenwerking Groen-Links-Partij van de Arbeid (GLPvdA) van Frans Timmermans te zijn, die tegen de rest en ook de maatschappelijke stroom inroeit. Hoewel ze dat roeien toch vooral in stilte doen.
Migratie in Ter Apel: "Burgerwacht zou asielzoekers hard hebben aangepakt"
Bestaanszekerheid is het tweede woord van de campagne. Geen partij die het woord niet in de mond genomen heeft, van rechts tot links. Alleen heeft iedereen zowat zijn eigen interpretatie van het woord. Voor Dilan Yesilgöz (VVD) komt het er op neer dat mensen die hard werken, kunnen rondkomen. Pieter Omtzigt (NSC) haalt daar ook vaak de woningen bij en de flexcontracten. Voor Timmermans (GroenLinks-PvdA) gaat het om het halveren van de armoede. Wilders (PVV) wil dan weer dat de zorg goedkoper wordt binnen bestaanszekerheid.
"In de strikte zin van het woord, betekent het zorgen dat je voldoende geld hebt om dagelijks te kunnen overleven: eten te kopen, rekeningen te betalen, kledij aan te schaffen etc...", zegt Will Tiemeijer, hoogleraar aan de Erasmusuniversiteit Rotterdam en gespecialiseerd in de materie. "De koopkracht staat al lange tijd onder druk, onder meer ook recent door de hoge energieprijzen."
De laatste maanden is de armoede in Nederland wel wat gedaald door gerichte maatregelen. "Maar ook wij zien dat de tendens van hulpzoekenden stijgend is", zegt Tom Hullemans, van de voedselbanken. Dat het thema - ook deels te omschrijven als "koopkracht" - leeft, is dan ook niet onbegrijpelijk. Dat bijna elke partij het erover had ook: uiterst-rechts profileert zich als "voor de Nederlander", dus dan wil je dat die het goed heeft. De verschillende christelijke partijen vinden dat ook belangrijk en ook uiterst-links ziet niet graag mensen in armoede terechtkomen.
'Bestaanszekerheid' is hét thema van de Nederlandse verkiezingen: "Steeds drukker bij voedselbanken"
Een andere modeterm tijdens deze campagne was "de menselijke maat", een begrip dat nog moeilijker eenduiding te omschrijven is, maar er op neerkomt dat de overheid eenvoudiger moet worden voor de gewone man. Wat iedereen wil, maar niemand ook echt kan in Nederland.
Andere te verwachten thema's in de campagne, maar zo goed als totaal afwezig: stikstof en landbouw en het buitenland. Ook klimaat stond niet bovenaan de campagneagenda, ondanks de aanwezigheid van de voormalige "Europese klimaat- en natuurpaus" Frans Timmermans.
Veel partijen, veel ongeveer dezelfde ideeën
Ondanks de gewilde focus op inhoud, waren er op een aantal kernthema's zoals hierboven beschreven, eigenlijk ook niet zo'n grote verschillen. Dat het de verkiezing van de grote "ideeënstrijd" is, is een beeld dat vooral de politici zelf geloven en willen ophangen. Vaak zat het hem in de manier hoe bepaalde ideeën te bereiken. Veel heeft er ook mee te maken dat over het doel algemeen consensus bestaat: niemand wil zijn inwoners graag in armoede storten, laten verloren lopen in administratie of een asielcrisis laten trotseren.
Veel heeft er ook mee te maken dat partijen wat in elkaars richting opschoven of randjes afvijlden. Zo pleit de VVD ook voor aandacht voor het klimaat - "maar zonder 30 miljard nieuwe belastingen, zoals GLPvdA wil" en voor bestaanszekerheid "maar zonder de industrie weg te jagen". En moet migratie net strenger zodat de "mensen die echt recht hebben op bescherming, dat ook kunnen krijgen".
Maar evengoed vindt Frans Timmermans die Europabreed bekend werd door zijn strikte aanpak van natuurherstel als Europees Commissaris, plots 2030 geen heilige datum meer voor stikstofdoelen - "al moeten we zeker de Europese regels halen, beste VVD, CDA en BBB". En werken en in armoede belanden, kan voor ons ook niet, zei Pieter Omtzigt, "al moet dat niet door het minimumloon gek snel te verhogen, zoals Frans Timmermans".
De meest opmerkelijke vijloperatie voerde Geert Wilders uit, toen hij zei dat "de islam nog wel in het DNA van zijn partij zit, maar niet meer de eerste prioriteit is". Dat blijkt nu onder meer het thema "de zorg" te zijn, waarin hij en zelfs Frans Timmermans elkaar af en toe vinden.
Maar om een coalitie te vormen, lijken er opvallend weinig onoverbrugbare kloven als gevolg van de grote ideeënstrijd geslagen te zijn.
"Wil je premier worden?" werd meer dan een simpele ja/nee-vraag
Een nieuw politiek landschap, met nieuwe partijen, samengaande partijen en andere namen, leidde ook tot opmerkelijke tendensen in wie welke rol op zich moest nemen en zal nemen. Dat de nummer 1 op een lijst per definitie ook kandidaat-premier is, bijvoorbeeld, is in de Nederlandse politiek geen zekerheid meer. Het begon met de Boer Burger Beweging van Caroline van der Plas: de voorvrouw liet vrij duidelijk verstaan dat zij niet de persoon was om in de premiersstoel te gaan zitten. Dat zou - als de vraag zich ooit zou stellen - Mona Keijzer worden, de nummer 2 van de partij.
Maar ook hier nam Pieter Omtzigt alweer de leiding. Toen bleek dat zijn partij de grootste zou kunnen worden, liet Omtzigt verstaan dat hij zelf "geen premier wou worden". Omtzigt heeft zijn populariteit te danken aan zijn rol als Tweede Kamerlid "en het is mijn stellige voorkeur daar te blijven". Het past ook in de andere hoeksteen van zijn programma: hij wil opnieuw veel meer macht voor het parlement. De ministers zouden zich echt meer moeten beperken tot hun louter uitvoerende macht. Met een regeerakkoord dat veel ruimte laat.
Alleen liet Omtzigt ook na om duidelijkheid te scheppen over de vraag wie dan wel premier zou moeten worden. En dat bleek voor een aantal Nederlanders net iets te ver te gaan: het kostte hem in de peilingen wat procenten. De halve ommezwaai kwam dan zondag: "Ik wil toch premier worden, maar van een kabinet van vakministers", een vorm van expertenregering dus. Een "ja maar", waar geen enkele andere partij warm voor loopt. Een premier met lange tanden, zo je wil. Bij de VVD, GLPvdA en de PVV is het wel duidelijk: zowel Yesilgöz als Timmermans willen heel graag en Wilders wil zelfs niets liever dan premier van Nederland worden.
Wie is Pieter Omtzigt, de man om wie de Nederlandse verkiezingen draaien?
Voor een stuk heeft de moeilijke premiersvraag misschien ook wel te maken met het feit dat nogal wat politici in een bijzondere rol zitten. Dilan Yesilgöz - zelf als 8-jarig kind als vluchtelinge naar Nederland gekomen - moet strengere migratiewetten verdedigen. Pieter Omtzigt wordt als favoriete premier gezien, terwijl hij zelf in het parlement wil blijven. Frans Timmermans moet als oudere grijze man staan voor het progressieve geweten, vrouwen- en holebirechten. Geert Wilders moet uitstralen dat hij een betrouwbaar bestuurder is. Als typecasting zijn dit op zijn minst opmerkelijke keuzes.
Met of zonder meerderheid? Met of zonder Wilders? Het land moet worden bestuurd
Hoewel het dus over de inhoud moest gaan, ging het natuurlijk ook vaak - eigenlijk het vaakst - over de vraag "wat na de verkiezingen?". Pieter Omtzigt beantwoordde de vraag meestal met "Haags kwartetten waar niemand een boodschap aan heeft". Toch is de vraag en de boodschap natuurlijk wel belangrijk.
Daarbij nam iemand een heel bijzondere rol in: Geert Wilders. Onder Haagse politiek journalisten werd de grap "ook de PVV heeft een nieuwe leider: de nieuwe Geert Wilders" net iets te vaak gemaakt. Maar de man neemt inderdaad een bijzondere positie in: hij wil enorm graag regeren. Daarom zwakt hij zijn meest forse taal af, probeert hij werkelijk niemand echt tegen de borst te stoten. De man lijkt het te menen. Al is het niet zeker dat "Geert 2.0" ook echt aanslaat: het is pas na de verbale boksmatch op SBS6, waarin Wilders zeer hard "Geert 1.0" kon zijn, dat zijn peilingen de hoogte ingingen. Het zijn zijn oneliners die hem zetel per zetel dichter bij de top van de peilingen brachten.
Maar Wilders wil. Nu is de vraag wie met Wilders wil? Timmermans niet. Dat is duidelijk. Pieter Omtzigt in feite ook niet. "Ik strijd altijd voor de rechtstaat. Het is vreemd om met iemand die daar tegen strijdt, te gaan samenwerken", aldus Omtzigt. Al zegt hij het nooit duidelijker dan dat. De sleutel ligt daar in handen van Yesilgöz en haar VVD. Enerzijds zegt ze dat ze niemand uitsluit en zet ze op die manier de deur op een kier voor Wilders. Anderzijds zegt ze de laatste dagen steeds vaker dat ze dat toch niet wil, omdat ze de hete adem van Wilders in haar nek voelt en het wil laten uitschijnen dat een stem op hem toch nutteloos is. Zeker zullen we het vandaag niet weten. De twijfel bij Yesilgöz is dan weer ideaal campagnemateriaal voor Timmermans, die kan waarschuwen voor het grote gevaar van een uiterst-rechtse regering.
Onder de 4 lijkt een samenwerking tussen NSC van Omtzigt en de VVD van Yesilgöz het meest waarschijnlijke. De VVD en GLPvdA deden hun best om zo weinig mogelijk voor elkaar te voelen en ook Pieter Omtzigt kijkt liever naar rechts naar de VVD dan naar Timmermans. Vooral migratie lijkt daarbij doorslaggevend.
Volgens de peilingen strand je met die twee nog altijd ver van een meerderheid. Maar keuze genoeg om een meerderheids- of minderheidskabinet te vormen met andere partijen erbij. Je zou het bijna vergeten, maar nog 17 andere partijen maken kans op 1 of meer zetels in het parlement. Van rechts tot links, voor elke mening een partij(tje). Zo zou een minderheidscoalitie van NSC, VVD met de BoerBurgerBeweging - tegenwoordig gezakt tot 7 procent - wel kunnen, aangevuld met bijvoorbeeld CDA (nog een 3 procent en zwaar verlies) en nog wat christelijke partijen en afsplitsingen en allerlei vormen van rechts kunnen. Of misschien wil D66 - de partij van 2 jaar geleden en nu zwaar in het verlies - nog eens.
Kaarten te over, dus, om mee te kwartetten. Alleen zou het erg lang kunnen duren, voor er voldoende troeven op tafel liggen om het spel in een beslissende plooi te leggen. Want vele kleintjes maken de problemen groot. Of zoals ontslagnemend premier Mark Rutte zich liet ontvallen: "Misschien zit ik er met Kerst 2024 nog, wie weet".


