Artsen moeten voortaan minder (zware) antibiotica en exacte hoeveelheden voorschrijven volgens de nieuwe richtlijnen van het RIZIV. Die komen er op vraag van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit). De maatregelen zouden overmatig gebruik moeten tegengaan, wat leidt tot AMR - antibioticaresistentie. "AMR zal op termijn de belangrijkste doodsoorzaak zijn wereldwijd. Er is nood aan actie", zegt Vandenbroucke.
Minder voorschrijven én exacte hoeveelheden: regering bindt strijd aan tegen overmatig antibioticagebruik
Wat is AMR?
Antibiotica helpen ons lichaam om bacteriële infecties te bestrijden en zijn dus belangrijk om bepaalde patiënten te behandelen. Maar bacteriën kunnen zich aanpassen en behandelingen weerstaan of resistent worden, vooral wanneer antibiotica te veel gebruikt worden. Dit fenomeen wordt AMR of antimicrobiële resistentie genoemd.
Ons land is nog altijd een van de grootste antibioticaverbruikers in Europa, met een verbruik dat ruim dubbel zo groot is als dat van Nederland. Volgens recente cijfers van het European Center for Disease Prevention and Control (ECDC) sterven jaarlijks meer dan 35.000 Europeanen aan antibioticaresistente infecties. In België overlijden naar schatting 530 patiënten per jaar aan AMR.
Daarnaast zou minstens 40 procent van de voorgeschreven antibiotica door huisartsen overbodig zijn. Om antibiotica zuiniger en verstandiger te gebruiken, heeft het RIZIV op vraag van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke nieuwe indicatoren ontwikkeld voor huisartsen. Die moeten voortaan veel minder, minder zware én exacte hoeveelheden antibiotica voorschrijven.
Nood aan actie
"We moeten er alles aan doen zodat antibiotica voor wie het nodig heeft, blijven werken. AMR is op dit moment de belangrijkste doodsoorzaak wereldwijd. En die resistentie wordt enkel hardnekkiger", zegt Vandenbroucke naar aanleiding van de World AMR Awareness Week van 18 tot 24 november.
Volgens de minister is AMR de komende jaren de grootste uitdaging voor de volksgezondheid wereldwijd. "Mensen moeten zich daarvan bewust zijn. Zowel artsen als patiënten. Maar met enkel sensibiliseren komen we er ook niet. Naast een stevige campagne is er ook nood aan actie voor het te laat is", klinkt het.
Indicatoren
Meer specifiek komt het RIZIV met drie indicatoren . De eerste focust op een substantiële daling van 40 procent van het aantal voorschriften voor antibiotica door huisartsen en worden apart vastgesteld voor kinderen en volwassenen.
De twee andere indicatoren mikken op een stevige vermindering van antibiotica die voorbehouden zijn voor specifieke situaties, de zogenaamde zware tweedelijnsantibiotica. Die worden nu veel te vaak onnodig voorgeschreven ten nadele van de aangeraden eerstelijnsantibiotica.
Aan volwassenen schrijft meer dan 90 procent van de huisartsen nu méér zware antibiotica voor dan aanbevolen. Aan kinderen is dat ruim 50 procent. Met de twee kwalitatieve indicatoren wil het RIZIV er zo op toezien dat zware antibiotica enkel voorgeschreven worden wanneer het nodig is.
Exacte hoeveelheden
Daarnaast zullen artsen vanaf de tweede helft van 2024 antibiotica in exacte hoeveelheden moeten voorschrijven. Patiënten zullen antibiotica dus per dosis krijgen in plaats van per verpakking. Ook moet de dosering en de duur van de behandeling beter omschreven worden.
De bedoeling is dat daardoor minder overschotten in de kasten zouden eindigen waarnaar mensen kunnen teruggrijpen op een later moment, na ziekte. Of in andere gevallen in het milieu terechtkomen.
Antibioticabarometer
Artsen kunnen zich dit jaar nog inschrijven in de antibioticabarometer, een elektronisch systeem waarmee ze elk kwartaal feedback ontvangen over hun voorschrijfgedrag. Zo zouden huisartsen zelf snel onregelmatigheden kunnen oppikken en hun gedrag kunnen bijsturen. Dat moet leiden tot minder onnodige voorschriften voor antibiotica, klinkt het bij Vandenbroucke van wie het initiatief voor de barometer komt.
Deelname aan de antibioticabarometer is niet verplicht, maar het wordt wel opgenomen als een van de criteria om recht te hebben op de praktijkpremie voor huisartsen. Wie dus niet voldoet, verliest een deel van de premie. Afhankelijk van de mate waarin artsen ervan gebruikmaken, varieert de premie tussen de 1.000 en de 6.000 euro per jaar.
Volgend jaar
"Artsen die zich ingeschreven hebben in de antibioticabarometer zullen vanaf einde 2023 per kwartaal kunnen zien of hun voorschrijfgedrag beantwoordt aan wetenschappelijke standaarden", zegt de minister.
"Met de RIZIV-indicatoren zullen alle huisartsen ten laatste in mei 2024 voor de eerste keer zien hoe hun aantal voorschriften voor antibiotica en hun keuze tussen eerstelijns en tweedelijnsantibiotica zich verhoudt tot wat de Nationale Raad voor Kwaliteitspromotie van het RIZIV als de norm beschouwt. Als ze sterk afwijken van wat men als norm beschouwt, dan zullen ze een waarschuwing krijgen van het RIZIV", aldus Vandenbroucke.


