Dat Vooruit-voorzitter Conner Rousseau verplicht in therapie moet gaan, is als straf minstens controversieel en eigenlijk zinloos. Een bezoek aan de Dossinkazerne in Mechelen zal, als dat te abstract uitvalt, evenmin veel helpen. Dat vindt psychiater Kirsten Catthoor. Wat wél kan helpen is Rousseau in contact brengen met maatschappelijke organisaties die de gevolgen van stigmatiseren heel concreet kunnen uitleggen.
Psychiater over maatregelen voor Conner Rousseau: "Therapie als straf is eigenlijk zinloos"
Therapie volgen over de impact van woorden en taalgebruik. En een bezoek brengen aan de Dossinkazerne in Mechelen. Dat staat Conner Rousseau - naast een bemiddelingstraject - te wachten na racistische uitspraken over de Roma-gemeenschap.
Maar hoe efficiënt zijn die therapie en dat bezoek? Kirsten Catthoor, voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie, is heel kritisch in Terzake. Het zou goed kunnen dat beide straffen zinloos zijn, zegt ze.
Verplicht in therapie gaan als straf is minstens controversieel in de geestelijke gezondheidszorg, legt Catthoor uit. Want, zo argumenteert ze, de belangrijkste factor voor succes bij zo'n behandeling is eigenlijk de intrinsieke motivatie van die persoon. Het gaat immers om het op tafel leggen van moeilijke dingen in je leven.
"Maar wanneer iemand helemaal niet gemotiveerd is en dat als straf moet gaan doen, dan is de kans groot dat die persoon de hakken in het zand zet en helemaal niet meer bereid gaat zijn om persoonlijke dingen te vertellen", zegt Catthoor. In die optiek vindt ze een therapie als straf "eigenlijk zinloos".
Catthoor vindt het tegelijk ook een kaakslag voor veel mensen die heel gemotiveerd zijn en graag een behandeling willen, maar nu op wachtlijsten staan.
Een rechtstreeks contact met een organisatie die elke dag de gevolgen ziet van stigmatisering, kan wel zijn nut hebben
Psychiater Kirsten Catthoor
Een bezoek aan de Dossinkazerne kan eventueel wel werken, op voorwaarde dat die persoon zich kan identificeren met wat daar wordt uitgelegd. "Maar het gaat daar over heel forse dingen, over deportatie, genocide, concentratiekampen", maakt ze wel voorbehoud.
Als de persoon zich daar onvoldoende bij kan inleven, is dat eigenlijk - opnieuw - zinloos wegens te abstract, en is een andere optie misschien beter, zegt Catthoor.
Ze denkt dan aan contact met maatschappelijke organisaties die elke dag geconfronteerd worden met stigmatiserende opvattingen, vooroordelen en de schade die dat teweegbrengt. Het niet kunnen vinden van een woonst of van werk, uitgesloten worden van sport of ontspanningsactiviteiten bijvoorbeeld, zegt ze: "Zoiets toont dat stigma's mensen helemaal kunnen kapotmaken. Dat is een rechtstreeks contact waar iets van zou kunnen komen."



