De Nobelprijs Economie ging naar de Amerikaanse Claudia Goldin, zij is gekend voor haar onderzoek naar inkomensongelijkheid tussen mannen en vrouwen. De loonkloof dus. Maar hoe is het met die loonkloof gesteld? Verdienen mannen nog steeds meer dan vrouwen? Het antwoord is "ja", maar België doet het goed.
Na de Nobelprijs voor onderzoek naar vrouwen op de werkvloer: verdienen Belgische vrouwen nog altijd minder?
De Europese Unie beschouwt de loonkloof als het verschil in gemiddeld bruto-uurloon tussen vrouwen en mannen. Voor dat gemiddelde kijken ze naar alle uurlonen in alle sectoren.
Volgens de gegevens van Eurostat, het statistisch Bureau van de Europese Unie, bedraagt het verschil tussen dat gemiddelde uurloon bij mannen en het gemiddelde uurloon bij vrouwen in België op dit ogenblik 5 procent. Ter vergelijking: het gemiddelde op Europees niveau is 13 procent.
"Een pak beter dan decennia geleden", zegt Petra Foubert, professor sociaal recht en decaan van de faculteit Rechten aan de universiteit van Hasselt.
"Dat heeft onder meer te maken met het feit dat vrouwen diploma's behalen nu en daardoor mee kunnen dingen naar belangrijke, goedbetaalde jobs", zegt Foubert over die verbetering. "Wat ook meespeelt, is dat vrouwen minder kinderen krijgen dan vroeger. En dus ook meer tijd hebben om bepaalde jobs te gaan uitoefenen".
Lang leve loonbarema's
Iets dat de loonkloof in België binnen de perken houdt, is het bestaan van loonbarema's. Dat zijn loonschalen die per sector zijn bepaald. Ze leggen een minimum- en een maximumloon vast, en zijn gekoppeld aan ervaring en anciënniteit. Maar binnen die minimum- en maximumlonen kunnen collega's nog steeds anders verloond worden voor hetzelfde werk.
In Vlaanderen praten we niet over ons loon
"Dat is iets waar we eigenlijk heel weinig informatie over hebben", zegt Foubert. "In Vlaanderen praten we niet zo gemakkelijk over ons loon, wij weten heel vaak niet wat onze collega's verdienen".
Waarom is er nog steeds een loonkloof?
Er zijn veel redenen voor het ontstaan en nog steeds bestaan van een inkomensongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Maar Foubert haalt twee belangrijke aspecten aan: het soort werk dat vrouwen doen en de zorg voor kinderen.
"Vrouwen werken nog altijd heel vaak in sectoren waar lagere lonen betaald worden. Denk bijvoorbeeld aan het onderwijs of aan de zorgsector waarvan we weten dat de lonen lager liggen dan in andere domeinen van de industrie", zegt Foubert.
En terwijl het feit dat vrouwen minder kinderen krijgen bijdraagt aan het verkleinen van die kloof, draagt het moederschap nog steeds bij aan het voortbestaan van die kloof. "Doordat vrouwen heel vaak de zorg voor kinderen opnemen, nemen ze vaak belangrijke beslissingen die een invloed hebben op hun carrière en op hun loon" zegt Foubert.
"Vaker deeltijds werken, bijvoorbeeld. Deeltijdse jobs zijn vaak ook jobs die minder goed betaald worden. Vrouwen nemen bijvoorbeeld ook vaker zorgverlof op, waardoor ze de curve van hun loon een beetje afvlakken", legt Foubert verder uit.
Alles kan beter
Als je wil nadenken over het verder verkleinen van de kloof, is die zorg voor kinderen een belangrijk aspect volgens Foubert. "Het is heel belangrijk dat we ook mannen gaan stimuleren om mee de zorg voor kinderen op te nemen. Zodat het concurrentieel nadeel voor de vrouw wegvalt. Dat is een heel belangrijk punt".
Het zijn nog steeds vooral vrouwen die de zorg voor kinderen opnemen
"Bovendien is er ook onderzoek dat aantoont dat als mannen al vroeg betrokken zijn bij de opvoeding, dat zij dat ook veel langer blijven doen tijdens het opgroeien. Waardoor dus voor vrouwen de weg meer open ligt om een carrière uit te bouwen. Ook daar doen we het als België niet slecht met 20 dagen geboorteverlof, maar het blijven vooral de vrouwen die dat opnemen".




